U bevindt zich op: Home › Bibliotheek › ISI Bof
februari 2012
Bof is een besmettelijke ziekte waarbij de speekselklier bij het oor ontstoken is. Bof wordt veroorzaakt door het bofvirus. Bof komt regelmatig voor in Nederland. De meeste kinderen in Nederland worden gevaccineerd tegen bof.
Bof kan zo licht verlopen dat de ziekte bijna niet wordt
opgemerkt.
Als iemand wel ziek is van de bof begint dat met koorts en een
pijnlijke, dikke wang. De wang wordt dik door een ontsteking van de
speekselklier bij het oor. De andere wang kan ook dik worden en er
kan oorpijn optreden. Meestal is na 2 weken de dikke wang verdwenen
en is de patiënt beter.
Complicaties komen niet vaak voor. Bij heel jonge kinderen kan een
hersenvliesontsteking voorkomen. In zeldzame gevallen kan bij
jongens aan één kant een zaadbalontsteking optreden. Bij volwassen
mannen die de bof krijgen is er meer risico op een
zaadbalontsteking, meestal ook aan één kant. Door een
zaadbalontsteking kan de vruchtbaarheid verminderen.
Het virus zit in de neus en keel van iemand die besmet is. Door
hoesten en niezen komt het virus in de lucht en kan het verspreid
worden. Ook via speeksel (zoenen) kan de bof overgedragen worden.
Niet iedereen die besmet is, wordt ziek. Mensen die besmet zijn met
het virus kunnen anderen besmetten. Je hoeft niet ziek te zijn van
de bof om anderen te besmetten. Mensen die wel ziek worden, kunnen
5 dagen voor de ziekte al anderen besmetten. Zij blijven
besmettelijk tot maximaal 9 dagen na het begin van de zwelling van
de wang.
Na besmetting duurt het 12 tot 25 dagen (gemiddeld 16-18 dagen) tot
je ziek wordt.
Mensen die niet, of niet volledig, zijn gevaccineerd of de ziekte nog niet hebben gehad kunnen ziek worden. Mensen die de ziekte gehad hebben kunnen hem niet opnieuw krijgen. Door 2 vaccinaties ontstaat er meestal een goede bescherming tegen de ziekte. Ondanks vaccinatie tegen bof kun je toch ziek worden. Het is dan meestal een lichtere vorm van bof.
De meeste kinderen in Nederland worden gevaccineerd tegen bof.
Dat gebeurt op de leeftijd van 14 maanden en 9 jaar. Kinderen
krijgen dan de BMR-vaccinatie tegen bof, mazelen en rodehond.
Goede hoesthygiëne helpt om verspreiding van bof te voorkomen. Houd
bij hoesten en niezen altijd de hand voor de mond en neus. Was
daarna de handen met zeep. Leer dit ook aan kinderen. Nog beter is
het om een papieren zakdoek te gebruiken. Gooi die na eenmalig
gebruik weg.
Raadpleeg de huisarts als u bof vermoedt bij uzelf of uw kind. De huisarts kan de diagnose stellen. De ziekte geneest zonder behandeling of medicijnen. Pijnstillers kunnen de pijn verlichten.
Iemand met bof die zich goed voelt kan gewoon naar kindercentrum, school of werk. Iemand met bof is al besmettelijk voor die ziek is. Anderen kunnen al besmet zijn. De meeste kinderen zijn gevaccineerd tegen bof. Daardoor is de kans op verspreiding via kindercentra of scholen erg klein. Thuishouden van een ziek kind helpt niet om verspreiding van de ziekte te voorkomen. Laat wel de leiding van school of kinderdagverblijf weten dat het om een besmettelijke ziekte gaat. Zij kunnen dan bofklachten bij de andere kinderen sneller herkennen.
Bij meerdere gevallen van bof kan de GGD onderzoek doen. Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met de GGD.