U bevindt zich op: Home › Bibliotheek › Veelgestelde vragen Clostridium difficile
Clostridium difficile (C. difficile)is een gram-positieve anaerobe sporevormende staafbacterie die veel voorkomt in de darmen maar daar doorgaans geen problemen veroorzaakt. Clostridium wordt gerekend tot de ziekenhuisbacteriën. Overgroei van Clostridium difficile bij volwassenen kan ontstaan door het gebruik van antibiotica.
Clostridium difficile associated diarrhoea: diarree waarbij een bepaalde bacterie (Clostridium difficile) is aangetoond in de ontlasting. Deze bacterie komt veel voor (aantoonbaar in de ontlasting van 80% van alle pasgeborenen en bij 9% van alle volwassenen), maar slechts enkelen worden er ziek van. De bacterie zit in de darm en richt daar geen schade aan. Pas als de drager van Clostridium difficile (CD) bepaalde antibiotica gebruikt, en de weerstand ernstig afgenomen is, bijvoorbeeld bij mensen die om andere redenen ernstig ziek zijn of na grote operaties of door immuunonderdrukkende medicijnen, kan deze bacterie gaan uitgroeien en gifstoffen (toxines) produceren waar mensen ziek van worden.
Onze darmen zitten vol met verschillende bacteriën die, in een uitgebalanceerde samenstelling, helpen bij de spijsvertering en weerstand bieden tegen andere bacteriën. Alle gebruikelijke darmbacteriën samen worden darmflora genoemd. Als het evenwicht in de darmflora verstoord is, meestal door antibioticumgebruik, kunnen ‘ongewone’ bacteriën uitgroeien.
Clostridium difficile (klemtoon ‘difficile’ op de tweede lettergreep). In dit huidige geval gaat het over een aparte, agressievere variant ervan, genaamd ‘ribotype 027’.
Deze bacterie kan gevaarlijk zijn (maar hoeft niet!), het type 027 is een gevaarlijke variant. Het risico treedt alleen op bij mensen die antibiotica gebruiken (dus niet bij ziekenhuispersoneel of familieleden op ziekenbezoek) en de kans op ernstige ziekte en eventueel zelfs overlijden is vooral aanwezig bij patiënten die om andere redenen al ernstig ziek/verzwakt zijn.
Voorzover nu bekend is enkele tientallen, maar daar is nog geen compleet beeld van.
Diarree, eventueel met andere buikklachten (misselijkheid, buikpijn, krampen), soms met koorts. Bij ernstig zieke mensen kan de darm stil komen te liggen en er kan zelfs eventueel een gat in de darm ontstaan.
Er zijn antibiotica die voldoende werkzaam zijn tegen deze
bacterie (vancomycine). Deze antibiotica kunnen gewoon geslikt
worden en behoeven niet per injectie of infuus gegeven te worden
Het evenwicht in de normale darmflora herstellen door met zoveel
mogelijk antibiotica te stoppen
Verspreiding naar andere patiënten voorkomen, door patiënten op een
aparte kamer te leggen. Personeel dat de patiënt verzorgt moet
schorten en handschoenen dragen, de handen goed wassen met water en
zeep en na afloop de kamer goed reinigen met speciale middelen.
In principe wel maar dat kan soms lastig zijn, vooral bij patiënten die om andere redenen al ernstig ziek/ verzwakt zijn. Bovendien lijkt een van de antibiotica die vaak gegeven wordt bij een 'gewone' Clostridium infectie (metronidazol) bij de variant 027 minder effectief.
We hebben op dit moment nog geen volledig overzicht in welke ziekenhuizen deze Clostridium- variant al aanwezig is. Door daar beter naar te zoeken zou het aantal schijnbaar kunnen stijgen. Zolang we antibiotica nodig hebben tegen andere infecties blijft het risico op Clostridium-ziekte bestaan. Het risico moet tot een minimum beperkt worden, maar zal nooit volledig uit te bannen zijn.
Nee. De ziekte komt alleen voor bij specifieke personen in het ziekenhuis: mensen die bepaalde antibiotica gebruiken, én die verzwakt zijn door ernstige ziektes, medicijngebruik of zware operaties en ouderdom. De ziekte komt vaker voor in het ziekenhuis omdat daar veel mensen verblijven met deze extra risicofactoren. Verblijf in het ziekenhuis voor iets anders (bv een gebroken been) levert geen verhoogd risico op de ziekte.
Alleen mensen die antibiotica gebruiken waarbij er meer kans is bij gebruik van bepaalde (breder werkende) soorten antibiotica. Ouderen en ernstig zieke mensen hebben meer kans op besmetting.
Neem contact op met uw huisarts.
Als u besmet bent dan kunt u de ziekte overdragen aan anderen.
Het is echter wel zo dat waarschijnlijk alleen specifieke personen
die in het ziekenhuis liggen: personen die ernstig verzwakt zijn
en/ of bepaalde antibiotica gebruiken, ziek kunnen worden. Uit
veiligheidsvoorzorg kunt u de volgende dingen doen om de kans op
besmetting te verminderen: Was uw handen met water en zeep, vooral
na toiletgebruik en voordat u gaat eten
Reinig het toilet en oppervlakken in badkamers, keukens en andere
ruimtes regelmatig, u kunt hiervoor een huishoudelijk
schoonmaakmiddel/ chloor gebruiken
Nemen ziekenhuizen voorzorgsmaatregelen om besmetting te voorkomen?
Alle ziekenhuizen zijn altijd al waakzaam op het voorkomen van de
bacterie CD. Nu zijn er extra redenen om de bacterie zo snel
mogelijk op te sporen. Alle ziekenhuizen hebben al 25 jaar
richtlijnen met maatregelen om verspreiding binnen het ziekenhuis
te voorkomen.
Clostridium difficile bacteriën zijn er altijd geweest. Hoe lang deze agressieve 027 variant al in Nederland aanwezig is, blijft onzeker. Hij kon niet eerder in het laboratorium worden herkend.
Er is nu een test beschikbaar om de agressieve variant van CDAD aan te tonen. De ziekenhuizen waar sprake is van een toename van CDAD worden gevraagd om te onderzoeken welke variant het betreft. Het is mogelijk dat in meer ziekenhuizen de 027 variant aangetoond wordt, maar dat zal zeker niet in alle ziekenhuizen in Nederland zijn.
Alle microbiologen en infectieziektebestrijders in Nederland
zijn gewaarschuwd dat de agressieve variant nu ook in Nederland is
gesignaleerd. In het Leids Universitair Medisch Centrum is
expertise aanwezig om het ribotype 027 aan te tonen als Clostridium
difficile in een ziekenhuis bij meerdere patiënten is aangetoond.
Er bestaan richtlijnen over maatregelen die overdracht in het
ziekenhuis beperken. Ook zijn er richtlijnen over goed
antibioticumgebruik.
Het Centrum Infectieziektebestrijding houdt een vinger aan de pols
en bespreekt de bevindingen met diverse experts in Nederland en zij
beoordelen of aanvullende maatregelen nodig zijn.
Pdf document - 114KB