U bevindt zich op: Home › Bibliotheek › LCI-richtlijnen › Botulisme
LCI november 2003, laatst gewijzigd augustus 2011
Botulisme is een voedselvergiftiging, veroorzaakt door het
thermolabiele neurotoxine van Clostridium
botulinum. De naam botulisme komt van
botulus(Latijn), dat ‘worst’ betekent.
In 1820 beschreef Justinus Kerner (een Duitse arts) het verband
tussen de consumptie van worst en 230 patiënten met een verlammende
ziekte. In 1897 werd Clostridium
botulinumbeschreven door Van Ermengem, die tevens
aantoonde dat het micro-organisme een toxine produceerde dat een
‘zwakte’ in dieren induceert.
Er zijn verschillende typen (A t/m G), echter type A, B en E (en
zeer zelden type F) zijn bij de mens veroorzaker van de ziekte.
Type C en D zijn ziekteverwekkers bij vogels en zoogdieren.
C. botulinum is een
anaerobe, grampositieve bacterie, die overal in de grond voorkomt.
Deze bacterie overleeft door sporen te vormen, die onder bepaalde
gunstige omstandigheden ontkiemen. Het botulinustoxine is een van
de meest sterke, in de natuur voorkomende vergiften en tast het
zenuwstelsel aan (slappe verlamming). De bloed-hersenbarrière wordt
niet gepasseerd. Het toxine, dat mogelijk vrijkomt bij
eendenbotulisme, wordt vrij snel onschadelijk gemaakt door de
zuurgraad van het water. Het vrijkomen van toxine C en D is niet
schadelijk voor de mens. Zelden is bij dode eenden toxine B
geconstateerd, maar soms wel E.
Van humaan botulisme komen drie natuurlijke vormen voor, te weten
voedselgerelateerd botulisme, wondbotulisme en infantiel botulisme.
Daarnaast kan botulisme veroorzaakt worden door opzettelijke
contaminatie van voedsel- en watervoorraden of door verspreiding
van botulinustoxine in aerosolvorm.
Deze richtlijn behandelt de humane gevolgen van C.
botulinum. De veterinaire aspecten komen niet aan
de orde.
Botulisme komt door absorptie van botulinustoxine via een
slijmvliesoppervlak (long of darm) of via een wond in de
circulatie. Wondbotulisme en infantiel botulisme zijn het gevolg
van productie van het toxine door C. botulinum
in een anaeroob wondmilieu, respectievelijk het lumen van de
darm. Bij voedselgerelateerd botulisme daarentegen is er sprake van
een primaire voedselvergiftiging door aanwezigheid van het toxine
in het desbetreffende voedsel. Botulisme na inhalatie van het
toxine is beschreven.
Het toxine bereikt via de bloedbaan de perifere cholinerge synaps,
met name de neuromusculaire eindplaat, en bindt zich irreversibel
aan de presynaptische membraan. Vervolgens verhindert het de
formatie van het synaptische fusiecomplex. Het vrijkomen van
acetylcholine is hierdoor onmogelijk. Receptoren op de spiercel
worden niet gestimuleerd, wat resulteert in een slappe verlamming
(parese) en een verstoorde signaaloverdracht in het autonome
zenuwstelsel. Het toxine passeert de bloed-liquorbarrière niet.
Het neurologische beeld van botulisme is in alle gevallen vrijwel
gelijk. De snelheid van het ontstaan van de symptomen en de ernst
ervan zijn afhankelijk van de hoeveelheid toxine opgenomen in de
bloedbaan. Voor herstel is de vorming van nieuwe motoraxonen
noodzakelijk. Dit proces kan weken tot maanden duren.
De incubatieperiode is afhankelijk van de tijd waarin het toxine zijn doel (de perifere cholinerge synaps) bereikt. Na ingestie van het toxine kan dit variëren van 2 uur tot 8 dagen; meestal beginnen de symptomen 12 tot 72 uur na de maaltijd. Na inhalatie van toxine in aerosolvorm kan de incubatieperiode korter zijn.
Botulisme geeft een acuut, koortsvrij beeld. De symmetrische, afdalende, slappe verlamming begint altijd met een bulbaire paralyse, dat wil zeggen een dubbelzijdige uitval van de aangezichts- en keelmusculatuur. Er zijn geen gevoelsstoornissen.
Voor de diagnose botulisme is aanwezigheid van multipele symmetrische hersenzenuwverlammingen noodzakelijk. Belangrijke vroege symptomen zijn diplopie (dubbelzien), dysarthrie (spraakstoornis), dysphonie (stemstoornis) en dysphagie (slikstoornissen) (4 D’s), zwakte van de aangezichtspieren, ptosis en verlies van de slikreflex. Dan volgen zwakte van de nek en armen en dysfunctie van de ademhalingsspieren en spieren van het onderlichaam. Er is geen gestoorde gevoels- of waarnemingszin. Autonome disfunctie (door gestoorde cholinerge transmissie) kan zich uiten in een droge mond, lichtstijve of verwijde pupillen, bradycardie en posturale hypotensie, paralytische ileus en blaasretentie. Bewustzijnsverandering en andere centrale symptomen ten gevolge van de intoxicatie zelf zijn zeldzaam.
Verlamming van de ademhalingsspieren is de voornaamste doodsoorzaak. Bij een snel verloop kan ademhalingsverlamming het eerste symptoom zijn. Het sterftecijfer (sterfte ten gevolge van botulisme onder de personen die botulisme hebben) lag aanvankelijk erg hoog (40-50%), maar werd vanaf de jaren zeventig aanzienlijk gereduceerd door mechanische ventilatie, intensieve zorg en gebruik van antitoxine. De case fatality rate ligt nu rond de 5%.
Aspecifieke gastro-intestinale symptomen (buikkrampen, misselijkheid, braken en diarree) kunnen aan de neurologische symptomatologie voorafgaan in het geval van voedselgerelateerd botulisme. Deze worden waarschijnlijk veroorzaakt door contaminatie van het voedsel met andere bacteriële metabolieten.
Botulisme is een intoxicatie. Indien koorts optreedt, is dit een aanwijzing voor gelijktijdige wondinfectie of gastro-enteritis. In latere stadia moet gedacht worden aan infectie van de lagere luchtwegen door langdurige hypoventilatie of beademing.
Infantiel botulisme is geassocieerd met intestinale kolonisatie door C.botulinum, na ingestie van gecontamineerd voedsel (bijvoorbeeld honing).
Bij infantiel botulisme komen niet de toxinen maar de sporen van de bacterie in de darmen terecht. Omdat de darmflora van kinderen tot één jaar oud nog niet volledig is ontwikkeld, kunnen de sporen ontkiemen, waardoor in de darmen toxinen gevormd kunnen worden. Deze vorm treedt in 98% van de gevallen op bij een leeftijd van 1 tot 6 maanden. Kinderen kunnen zich naast bovengenoemde symptomatologie presenteren met constipatie, voedselweigering, hypotonie, hypersalivatie en huilen met een zwak, hoog geluid. Obstructie van de bovenste luchtwegen kan het eerste symptoom zijn. Ademhalingsproblemen komen in circa 50% van de gevallen voor. Het beeld is progressief gedurende 1 à 2 weken en stabiliseert dan voor nog eens 2 à 3 weken voor herstel intreedt. Recidieven zijn beschreven.
Wondbotulisme komt slechts weinig voor. Hierbij wordt toxine geproduceerd door C. botulinum in een wond. Vooral bij verwondingen waarbij aarde in de wond is terechtgekomen, of besmette heroïne die onder de huid is gespoten (‘skin popping’) kan wondbotulisme optreden. De klinische verschijnselen zijn dezelfde als die bij botulisme ten gevolge van voedselvergiftiging.
Opzettelijke besmetting met botulinustoxine (bijvoorbeeld in het kader van bioterrorisme) moet overwogen worden wanneer:
Botulisme kan soms zo mild verlopen dat medisch hulp niet wordt gezocht. Bij anderen verloopt de ziekte binnen 24 uur dodelijk.
Voedselgerelateerd botulisme heeft een slechtere prognose naarmate de concentratie en hoeveelheid van voorgevormde toxine in het voedsel hoger is. Bij voedselgerelateerd botulisme heeft de indexcasus van een epidemie een slechtere prognose door vertraging in de diagnose en behandeling; het sterftepercentage is circa 25%. Bij latere gevallen ligt dit rond de 5%. Ook onder de leeftijdscategorie zestigplus geldt een hoger sterftepercentage. Bij zwangeren, immuno-incompetenten en kleine kinderen is geen verhoogde kans op een ernstig beloop.
Verworven immuniteit tegen het botulinustoxine treedt niet snel op. Herhaalde episoden zijn beschreven. Vermoedelijk hangt dit samen met de lage LD50en de snelle internalisatie van het toxine in de zenuwcellen. Beschermende immuniteit kan geïnduceerd worden in dieren en in mensen (zie paragraaf 8.1) met behulp van toxoïd.
Botulinustoxine wordt voornamelijk geproduceerd door
het C. botulinum-complex; de
species bestaat uit vier genetisch verschillende groepen, die op
grond van hun gemeenschappelijke productie van botulinustoxine bij
elkaar zijn ingedeeld. Ook Clostridium
baratii en Clostridium
butyricum zijn in staat tot
toxineproductie. Clostridia zijn
obligaat anaerobe, grampositieve staven; ze zijn beweeglijk, vormen
lipase en hebben subterminale sporen.
Aarde is de natuurlijke habitat. De sporen van
Clostridiazijn zeer stabiel en kunnen
hitte en koken overleven. De sporen produceren geen toxine, maar
ontkiemen in anaerobe condities tot toxineproducerende vegetatieve
vormen. Het toxine is hittelabiel en wordt in 5 minuten
geïnactiveerd bij temperaturen van minimaal 85°C. Binnen enkele
dagen ondergaat het een natuurlijke inactivatie in oppervlaktewater
en drinkwater. Het toxine wordt afgebroken door chloor.
Botulinustoxine komt voor in zeven verschillende serotypen A t/m G, die kunnen dienen als epidemiologische markers. Type A-, B-, E- en F-toxine zijn geassocieerd met de etiologie van humaan botulisme. De toxines bestaan uit een zware en een lichte keten en hebben een moleculair gewicht van 150 kDalton. Het is een groep zeer potente toxines, met een LD50 in de orde van 1 ng/kg lichaamsgewicht (schatting door extrapolatie van studies in rhesusapen). Daarmee is dit een van de meest toxische substanties die bekend zijn.
Zie bijlage I
De diagnose wordt gesteld aan de hand van het klinische beeld
(zie paragraaf 2.3). De bevestiging in het laboratorium laat vaak
enige dagen op zich wachten. Klinisch-chemische en hematologische
bepalingen, evenals beeldvormende diagnostiek laten geen
afwijkingen zien en dienen vooral ter uitsluiting van
differentiaaldiagnostische overwegingen. Aanvullende diagnostiek in
de kliniek bestaat uit elektromyografische (EMG) en
zenuwgeleidingsstudies.
Door de lage incidentie van botulisme en de geringe kennis over het
ziektebeeld staat de diagnose vaak niet in de differentiaaldiagnose
wanneer een werkelijk geval zich voordoet. De meest frequente
misdiagnoses en de kenmerken die deze van botulisme onderscheiden
zijn:
Andere differentiaaldiagnoses en kenmerken:
De laboratoriumdiagnose van botulisme berust op het aantonen van C. botulinum in de feces, maaginhoud of wond, het aantonen van botulinustoxine in serum of feces van de patiënt of in de cultuurvloeistof van een bij de patiënt geïsoleerde stam. Het materiaal dient na afname gekoeld te worden en na overleg met de betrokken arts-microbioloog zonder vertraging verzonden te worden naar het CVI-Lelystad (zie ook bijlage 1).
De aardbodem vormt het reservoir voor C. botulinum. De bacterie overleeft extreme omstandigheden door sporenvorming. Onder gunstige condities (bijvoorbeeld aanhoudend hoge temperaturen) maakt botulisme in Nederland vooral slachtoffers onder vissen en watervogels. Het toxine dat vrijkomt uit de kadavers wordt vrij snel door de pH van het water geïnactiveerd. Clostridium-sporen kunnen aanwezig zijn in heroïne en levensmiddelen (bijvoorbeeld honing, vis, rauwe groente en zelf ingemaakt voedsel). Met name de associatie met honing als ‘zoethoudertje’ voor zuigelingen en infantiel botulisme is goed beschreven en ook in Nederland gerapporteerd.
Drie natuurlijk voorkomende besmettingswegen zijn beschreven.
Een vierde infectieroute is via inhalatie van het botulinustoxine. Naar aanleiding van studies in primaten wordt gedacht dat de mens na inhalatie ook bevattelijk is voor andere dan de gebruikelijke serotypen van het botulinustoxine. Botulisme na inhalatie van het toxine werd eenmaal beschreven bij drie veterinaire medewerkers na het ruimen van kadavers van proefdieren waarvan de vacht was besproeid met type A aerosol. Aangezien botulinustoxine relatief snel geïnactiveerd wordt bij opzettelijke contaminatie van voedsel en watervoorraden, zal men bij biologische oorlogsvoering of bioterreur het toxine bij voorkeur in aerosolen verspreiden.
Ten slotte zijn nog enkele gevallen van iatrogeen botulisme in de Verenigde Staten beschreven, die optraden na overdosering of gebruik van ongeregistreerde botulinetoxine. In Nederland is botulinetoxine A (Botox ®) geregistreerd voor therapeutische doeleinden als blefarospasme of cervicale dystonie. (Cher06, Crowner07)
Transmissie van persoon tot persoon komt niet voor, van
dier naar mens ook niet.
Verhitting boven 85°C gedurende 5 minuten inactiveert het
botulinustoxine in gecontamineerd voedsel. De sporen kunnen in
vlees, visconserven of eiwitrijke groenten in blik of glas de
sterilisatie overleven en toxine produceren indien deze
voedingsmiddelen boven 17°C worden bewaard, een laag zoutgehalte en
een pH boven 4,6 hebben. Voedselbereiding in een snelkookpan
(121°C, 20 minuten) doodt de sporen wel.
Chloreren van drinkwater (1000 ppm) inactiveert het toxine.
|
Te desinfecteren onderdeel |
standaardmethode |
|---|---|
|
Oppervlakken (bloed en excreta) |
2.1.2 |
|
Instrumenten (niet huid- of slijmvliesdoorborend, wel bloed en excreta) |
2.2.2 |
|
Instrumenten (wel huid-of slijmvliesdoorborend) |
3.1 |
|
Textiel |
2.3.2 |
|
Intacte huid |
|
|
Niet-intacte huid (bij wondbotulisme) |
2.4.2 |
|
Handen |
2.4.3 |
Grotere epidemische
verheffingen zijn geassocieerd met restaurants, individuele of
enkele gevallen worden doorgaans gerelateerd aan thuis ingemaakt
voedsel. Intraveneuze druggebruikers zijn een risicogroep voor
wondbotulisme.
Het pathogenetische model voor infantiel botulisme wordt bij
volwassenen bij uitzondering aangetroffen in geval van afwijkende
darmflora ten gevolge van anatomische abnormaliteiten, functionele
afwijkingen of antibioticagebruik.
Humaan botulisme is een zeldzame aandoening
Het ECDC rapporteerde in 2007 171 gevallen van botulisme vastgesteld in 28 Europese landen. Zes landen meldden 10 gevallen of meer: Roemenië, Polen, Italië, Groot-Brittannië, Frankrijk en Portugal. Roemenië kende de hoogste incidentie met 0,14 per 100,000 inwoners. (ECDC09)
Wondbotulisme als belangrijke oorzaak van botulisme deed zich afgelopen jaren in onder ander Groot-Brittannië, Ierland en Duitsland voor. Als bron voor voedselgerelateerde botulismeclusters zijn beschreven: groene olijven (Italië), kippenenchilada (Frankrijk), witvis (Frankrijk). Daarnaast meldde Turkije champignons, çaksir en suzme-yoghurt als bron. Deze clusters zijn veroorzaakt door C. botulinum serogroep A en B, met uitzondering van het cluster veroorzaakt door de witvis, dit betrof type E. Type E wordt meestal veroorzaakt door consumptie van rauwe visproducten, zoals in Canada en Alaska is beschreven. Ook de witvis die het Franse cluster veroorzaakte kwam oorspronkelijk uit Canada. In de Verenigde Staten worden jaarlijks gemiddeld 145 gevallen gemeld, waarvan 15% voedselgerelateerd, 65% infantiel botulisme en 20% wondbotulisme (voornamelijk veroorzaakt door ‘zwarte teer’ heroine). De voedselgerelateerde gevallen betreffen regelmatig kleine clusters van twee of meer personen, veroorzaakt door thuis ingemaakt voedsel als tofu, maar ook restaurantgerelateerde clusters komen voor.
In Ierland en in het Verenigd Koninkrijk waren in 2011 en 2010 jonge patiëntjes met infantiel botulisme veroorzaakt door een Clostridium butyricum toxine producerend type E. Bij brononderzoek werd bij de Ierse patiënt uit 2011 het toxine gevonden in het tankwater van de zoetwaterschildpad van de familie. Daarnaast is het toxine ook gevonden in een geopende voedselcontainer van de schildpadden, echter niet in een gesloten verpakking. Hoewel noch bij het Britse kind, noch bij de in het gezin gehouden schildpadden monsters zijn genomen, wordt verondersteld dat dit kind ook via de schildpadden, hun water of hun voedsel is besmet. Schildpadden als mogelijke bron bij kinderen met infantiel botulisme is een opmerkelijke bevinding die in gedachten gehouden moet worden wanneer de tot nu toe bekende transmissieroutes geen bron opleveren.
In Nederland werd botulisme in 1985 een meldingsplichtige ziekte. In 1987 werd een eerste geval van voedselgerelateerd botulisme gerapporteerd. Daarna werden er lange tijd geen gevallen van humaan botulisme gerapporteerd. Sinds 2000 zijn er 16 meldingen van botulisme verricht, waaronder een cluster van 7 personen in 2008. In 2000 waren er twee meldingen van infantiel botulisme (type B-toxine, geassocieerd met honing) en in 2001 één geval van wondbotulisme (geassocieerd met intraveneus druggebruik of spuitabces). Van de overige zes solitaire gevallen was bij 3 personen de waarschijnlijke bron geconserveerde levensmiddelen (uit Polen tweemaal en uit Servië éénmaal). In 2008 deed zich een cluster van botulismegevallen voor onder deelnemers van een mini-cruise in Turkije. Acht van de negen opvarenden ontwikkelden klachten tijdens de cruise; vijf personen werden met antitoxine behandeld en bij vier werd de diagnose door middel van kweek van C. botulinum type B in de feces bevestigd. Voedselanamneses onder de patiënten toonden lokaal verwerkte zwarte olijven als meest verdachte bron aan, maar dit kon niet worden bevestigd door microbiologisch onderzoek. (Boe09, Swa10)
Verlamming ten gevolge van botulisme kan weken tot maanden persisteren. Gedurende die periode kan intensive care behandeling met mechanische beademing en ondersteunend vocht- en voedingsbeleid, evenals behandeling van complicaties (decubitus, ondervoeding, pneumonie, urosepsis, diepe veneuze trombose en depressie) noodzakelijk zijn.
Clostridia zijn gevoelig voor benzylpenicilline en metronidazol. Behalve in combinatie met chirurgisch wondtoilet bij wondbotulisme is het gebruik van antibiotica omstreden, omdat bij lysis van de bacteriën meer toxine vrijkomt. Bij behandeling van infectieuze complicaties dienen aminoglycosiden vermeden te worden omdat deze groep antibiotica interfereert met presynaptische neuromusculaire transmissie.
Bij voedselgerelateerd botulisme speelt trivalent
botulinusantitoxine (tegen serotype A, B en E), een belangrijke rol
vroeg in het beloop van de ziekte. De beslissing om te behandelen
met antitoxine moet dan ook gemaakt worden op basis van de
klinische diagnose. Voorafgaand aan deze passieve immunisatie dient
de patiënt getest te worden op overgevoeligheid (huidtest) om de
kans op een allergische reactie te reduceren. Deze complicatie
treedt minder op bij gebruik van humaan antitoxine. Vroegtijdige
behandeling met botulinusantitoxine is in staat het circulerende
toxine volledig te neutraliseren, waardoor het ziektebeloop, vooral
bij voedselbotulisme en wondbotulisme, positief wordt beïnvloed. De
antitoxine heeft een halfwaardetijd van 5 tot 8 dagen. Uit
dierexperimenten blijkt dat na blootstelling aan een aerosol,
botulinum antitoxine eveneens zeer effectief kan zijn mits
toegediend voordat de klinische verschijnselen optreden. Overleg
met de dienstdoende arts van de LCI (tel. 030-2747000, 24 uur per
dag bereikbaar) over de beschikbaarheid en het vrijgeven van
antitoxine is noodzakelijk.
Bij infantiel botulisme maakt toediening van antitoxine geen deel
uit van de standaardbehandeling, omdat gevreesd wordt voor
levenslange overgevoeligheid voor paardenantistoffen en de
werkzaamheid niet aangetoond is. Antibiotica worden alléén
toegediend voor de behandeling van secundaire infecties, omdat ten
gevolge van de lysis van de intraluminale C. botulinum
juist meer toxinen zouden vrijkomen.
Blootstelling aan botulinustoxine resulteert niet in beschermende immuniteit. Vaccins tegen het toxine zijn in ontwikkeling. In de Verenigde Staten wordt het pentavalent toxoid vaccin A t/m E (gefabriceerd door Michigan Department of Public Health) als Investigational New Drug onder toezicht van het CDC gebruikt voor bescherming van risicogroepen als laboratoriummedewerkers die met C. botulinum werken. In Japan is een quadrivalent (ABEF) toxoid vaccin in ontwikkeling, dat nog slechts op kleine schaal op mensen is onderzocht. (Smi09) Ook wordt gekeken naar recombinant vaccins. De vaccins blijken een hoge graad van bescherming te bieden in muizen. Studies naar de werkzaamheid van vaccins tegen humaan botulisme zijn om ethische, epidemiologische en praktische redenen moeilijk uit te voeren.
Ten aanzien van voedselgerelateerd botulisme:
Alle voedsel kan als mogelijke bron voor botulisme dienen (voorwaarden: anaerobe omstandigheden en pH > 4.5). Adequate hygiëne in bereidings- en inmaakprocessen, gevalideerde sterilisatiemethoden en koeltechnieken zullen contaminatie van voedsel voorkomen. Het toevoegen van natriumnitriet aan vleesproducten is oorspronkelijk bedoeld om groei van Clostridium (en dus botulisme) te voorkomen en dus niet alleen om kleurbehoud van het vlees te bewerkstelligen.
Ten aanzien van wondbotulisme:
In geval van een botulisme-uitbraak onder (water-)dieren dient de visserij en handel gewezen te worden op de mogelijkheid van visbotulisme (type E). Het ruimen van de kadavers dient volgens de geldende richtlijnen te geschieden, waarbij huidcontact vermeden moet worden. Indien botulinustoxine type B of E wordt geconstateerd dient een algeheel zwemverbod uit te gaan. (Zie bijlage II)
In het geval van opzettelijke besmetting, zoals bij een
bioterroristische aanslag (zie bijlage III), worden naar alle
waarschijnlijkheid grote hoeveelheden botulinustoxine verspreid.
Theoretisch kan dit via contaminatie van water, voedsel of via
verspreiding van aerosolen met toxine. Primaire preventie is
gericht op het vermijden van contact met botulinustoxine. Indien
personen blootgesteld zijn aan aerogeen toxine, dienen
gecontamineerde kleding en bezittingen in gesloten plastic zakken
opgeslagen te worden tot ze met water en zeep gewassen kunnen
worden. De personen moeten zich douchen en grondig wassen met water
en zeep. Zij dienen gedurende 5 dagen geobserveerd te worden op de
ontwikkeling van symptomen. Hulpverlenend personeel dient
barrièrekleding te dragen bij het betreden van het risicogebied
(handschoenen, jassen en FFP2-luchtfiltermaskers).
Bronopsporing vindt
altijd plaats als er sprake is van een explosie. Men spreekt van
een explosie als 2 of meer personen die hetzelfde voedsel of water
hebben genuttigd, binnen dezelfde incubatietijd ziek worden. Het is
dan van belang om voedsel-/waterresten te bewaren. De monsters
dienen ter bevestiging naar het referentielaboratorium gestuurd te
worden. (Zie bijlage I Diagnostiek)
Bij een geïsoleerd geval dient met betrekking tot het onderzoek een
epidemiologische inschatting gemaakt te worden. Bij wondbotulisme
onder drugsverslaafden zal de LCI in contact treden met het
Trimbos-instituut voor bronopsporing en
contactwaarschuwing.
Gezien het feit dat transmissie van persoon tot persoon geen rol van betekenis speelt, is contactonderzoek niet geïndiceerd, behalve ten aanzien van een gemeenschappelijke bron.
Er bestaat geen noodzaak tot quarantaine of barrièreverpleging. Antibioticaprofylaxe is niet nodig. Passieve immunisatie is slechts aangewezen als onderdeel van de behandeling (zie paragraaf 7.) Actieve vaccinatie heeft geen functie als bescherming van de bevolking in het algemeen (zie ook paragraaf 8.1). Voor laboratoriumpersoneel of andere hoogrisicogroepen (militairen) kan volgens de literatuur vaccinatie overwogen worden. Vaccins zijn echter niet verkrijgbaar in Nederland.
Botulisme is een meldingsplichtige ziekte, groep C. Het laboratorium en de arts melden een geval van botulisme aan de GGD. De GGDmeldt anoniem conform de Wet publieke gezondheid en levert gegevens voor de landelijke surveillance van meldingsplichtige ziekten.
Meldingscriterium:
Elk persoon met tenminste 1 van de volgende klinische vormen:
Voedselgerelateerde- en wondbotulisme
Tenminste 1 van de volgende 2 symptomen:
in combinatie met:
of
aantonen van C. botulinum in de wond (wondbotulisme)
of
recent (< 2 weken) gemeenschappelijk gebruik van voedsel met een persoon bij wie de ziekte is bevestigd.
Infantiel botulisme
Elk kind met tenminste 1 van de volgende 6 symptomen:
in combinatie met:
het aantonen van het toxine in serum of feces
of
aantonen van C. botulinum in feces.
Contact met de
GGDverloopt via de meldkamers van de
regionale GGD'en.
Er is weinig voorlichtingsmateriaal over botulisme beschikbaar in Nederland.
Het Groeiboek. GVO Den Haag ISBN 90-73093-18-X. Hierin staat een waarschuwing over het gebruik van honing voor kleine kinderen.
LCI/GR november 2003, gewijzigd november 2010
Word document - 152KB
Pdf document - 329KB