U bevindt zich op: Home › Bibliotheek › LCI-richtlijnen › LCI-richtlijn Hoofdluis
LCI/Gr maart 2011
Pediculosis humanus capitis
Bij Egyptische mummies uit de 4e eeuw zijn in het hoofdhaar en in textiel al neten van hoofdluizen aangetroffen.
Hoofdluis komt vooral voor bij jonge kinderen (tussen 3 en 12 jaar).
2.1 Verwekker
De hoofdluis (Pediculus humanus capitis) is nauw verwant aan de kleerluis en behoort tot de zuigende luizen (orde Phthiraptera, onderorde Anaplura, familie Pediculidae van de klasse Insecta). De schaamluis behoort tot dezelfde onderorde, maar tot een andere familie, namelijk Phtiridae. Deze luizensoorten zijn parasitaire insecten, die zich voeden met menselijk bloed dat met de zuigsnuit wordt opgezogen uit de lichaamshuid.
De kleerluis en hoofdluis zijn niet te onderscheiden. Hoewel ze in het laboratorium kunnen kruisen doen ze datin hun natuurlijke omgeving niet; ze leven op verschillende gedeeltes van het menselijk lichaam. Zo hechten de eitjes van kleerluizen aan kleding en van schaamluizen aan schaamharen, terwijl de eitjes van hoofdluizen aan haren hechten. Door lichaamscontact en het gezamenlijk gebruik van kleding of lakens kunnen kleer- en schaamluizen zich verspreiden. De kleerluis kan infectieziekten verspreiden. In de Eerste Wereldoorlog werd ontdekt dat de kleerluis als vector optrad van loopgravenkoorts, veroorzaakt door Bartonella quintana. Ook febris recurrens en vlektyfus kunnen door de kleerluis overgebracht worden.
De hoofdluizen hebben een levenscyclus die uit verschillende stadia bestaat: een eistadium, drie nimfstadia en een volwassenstadium. De totale ontwikkeling van ei tot nimf duurt gemiddeld 7 dagen en van nimf tot volwassen luis 7-10 dagen, gemiddeld 9 dagen. Onder normale omstandigheden blijft een volwassen luis nog gemiddeld 20 dagen (tussen 12-31) leven waarbij het vrouwtje gemiddeld 5 eitjes per dag legt. Een volwassen vrouwtje is circa 3 mm lang, een mannetjesluis is iets kleiner. De eitjes (neten) zijn tonvormig en circa 0,8 mm lang, hun kleur varieert van egaal zandkleurig tot bijna zwart. [9]
2.2 Pathogenese
De hoofdluis hecht zich met haar typische klempoten in de hoofdharen van de gastheer, maar ze kan in zeer zeldzame gevallen ook voorkomen op de wenkbrauwen, de wimpers of de baard. De hoofdluis voedt zich meerdere malen per dag met bloed. Tijdens het zuigen van minimale hoeveelheden bloed veroorzaakt het speeksel van de luis jeuk bij de gastheer. Meestal ontstaan pas klachten bij aanwezigheid van meerdere luizen. De vrouwelijke hoofdluis plakt eieren (zogenaamde neten) aan de haren vlakbij de haarinplant (maximaal 3-4 mm boven de hoofdhuid) met een niet in water oplosbare kitstof. Luizen hebben een voorkeur voor warme, vochtige en donkere plekken op de hoofdhuid (onder de pony, achter de oren en in de nek).
2.3 Incubatieperiode
De ontwikkeling van eitje tot nimf (= het eerste bloedzuigende stadium van de hoofdluis) duurt ongeveer 7 dagen. Eén tot 2 weken na de besmetting kan jeuk optreden, deze periode wordt als incubatieperiode beschouwd.
2.4 Ziekteverschijnselen
Vaak verloopt de besmetting symptoomloos. Jeuk is de belangrijkste klacht bij hoofdluis. Kinderen met een permanente infestatie van luizen hebben vaak weinig of geen last van jeuk. Secundaire infecties met bacteriën komen voor, maar zijn zeldzaam. Soms is er een lichte lymfeklierzwelling in de nek.
2.5 Verhoogde kans op ernstig beloop
Bij slechte hygiënische omstandigheden kan een secundaire bacteriële infectie ontstaan (impetigo). Vroeger zag men bij sterke verluizing nog wel eens een kluwen van haren, neten, luizenfeces en ingedroogd serum ontstaan, de zogenaamde plica polonica of Poolse vlecht. Men treft dan vaak lymfeklierzwellingen in de hals aan.
2.6 Immuniteit
Er ontstaat geen immuniteit tegen hoofdluis. Voortdurend kan infestatie plaatsvinden.
3.1 Microbiologische diagnostiek
Met het blote oog is moeilijk onderscheid te maken tussen neten die nog een larve bevatten (levende neten die dus ook potentieel ‘infectieus’ zijn) of neten die al leeg zijn. Met een microscoop (400x vergroting) is dit onderscheid wel te maken.
3.2 Overige diagnostiek
De aanwezigheid van luizen kan worden vastgesteld door het haar te kammen met een fijntandige kam boven een stuk wit papier. Inspectie van de haren alleen, zónder kammen, is niet toereikend. De luizen zullen op het papier vallen als kleine grijsblauw of roodbruin gekleurde spikkels. Daarnaast kan het haar achter de oren en in de nek worden geïnspecteerd op de aanwezigheid van luizen. Het aantonen van een levende luis of levende neten op het behaarde hoofd is het bewijs voor een infestatie. Neten groeien met het haar mee (ongeveer 1 cm per maand), dus hoe verder de neet van de hoofdhuid af is, hoe langer geleden deze gelegd is en hoe langer geleden de infestatie heeft plaatsgevonden. Neten die enkele centimeters van de hoofdhuid af liggen, zijn lege of dode neten.
Het kammen gaat als volgt:
Was het haar met gewone shampoo en spoel het haar uit.
Bescherm de ogen met een washandje.
Breng ruim crèmespoeling in het haar en spoel dit NIET uit.
Kam de knopen en klitten uit het haar met een gewone kam.
Houd het hoofd voorover boven een wasbak en kam het haar van achteren naar voren met een fijntandige kam tegen de schedelhuid aan; start bij het ene oor en schuif na elke kambeweging op richting het andere oor.
Veeg tussendoor de fijntandige kam regelmatig af aan een witte papieren servet of zakdoek en kijk of er luizen op het papier zichtbaar zijn.
Spoel de crèmespoeling uit.
4.1 Reservoir
De mens.
4.2 Besmettingsweg
De hoofdluis wordt hoofdzakelijk overgebracht door direct haar-haarcontact. De rol van overdracht via kammen, mutsen, jassen, petten, sjaals, koptelefoons, knuffels en beddengoed is nooit wetenschappelijk aangetoond. [9,17,18]
4.3 Besmettelijke periode
Zolang er levende luizen of nog niet uitgekomen neten op het hoofd aanwezig zijn, blijft iemand potentieel besmettelijk.
4.4 Besmettelijkheid
De overleving van de hoofdluis is afhankelijk van omgevingstemperatuur en luchtvochtigheid. Onder normale omstandigheden blijft een volwassen luis op een hoofd gemiddeld 20 dagen leven. Gescheiden van het menselijk lichaam, dus zonder bloed, kan een volwassen luis bij kamertemperatuur (20°C) maximaal 2 dagen overleven.
|
Te desinfecteren onderdeel |
standaardmethode |
|---|---|
|
Oppervlakken |
Niet van toepassing |
|
Instrumenten |
na gebruik de kam reinigen met water en zeep en de luizen en neten verwijderen |
|
Textiel |
Niet van toepassing |
|
Intacte huid |
Niet van toepassing |
|
Niet-intacte huid (wond) |
2.4.2 |
|
Handen |
2.4.3 |
6.1 Risicogroepen
Kinderen zullen de hoofdluis bijna altijd oplopen op locaties waar ze veelvuldig onderling haar-haarcontact hebben met een groot aantal verschillende kinderen, zoals op school, (sport-)kamp of (sport-)clubs. Door het veelvuldige onderlinge contact lopen huisgenoten van een kind met hoofdluis een groot risico op het krijgen van hoofdluis.
6.2 Verspreiding in de wereld
Hoofdluis komt wereldwijd voor. In literatuur worden prevalentiecijfers genoemd van 1,0% tot 65,1% in bepaalde bevolkingsgroepen.
6.3 Voorkomen in Nederland
Er is erg weinig bekend over het voorkomen van hoofdluis in Nederland. Van 1993 tot 1998 werden op een school in Wageningen circa 360 kinderen maandelijks gecontroleerd op hoofdluis. Gemiddeld had per screening 0,65% van de kinderen hoofdluis, met sterke fluctuaties door het jaar heen. Bij de nationale campagne van Landelijke Steunpunt Hoofdluis op 3 maart 2010 werden bij 30 van de 140 (21,4%) deelnemende scholen, luizen of neten gevonden. In totaal werd slechts 0,2% van het totaal aantal gescreende leerlingen positief bevonden (98 van 37.518 leerlingen) met gemiddeld 2 luizen en 1 neet.
Er zijn twee manieren om hoofdluis te behandelen:
kammen;
kammen in combinatie met gebruik van een antihoofdluismiddel.
1. Kammen
Vanaf de start van de behandeling dient gedurende 14 dagen dagelijks het haar gekamd te worden volgens de kaminstructie (zie: 3.2 Overige diagnostiek). Het dagelijks uitkammen van de luizen en neten (dood of levend) voorkomt dat tussentijds uitgekomen nimfen uitgroeien tot volwassen luizen en voorkomt daarmee dat nieuwe eitjes gelegd worden.
Dagelijks met een speciale fijntandige kam het natte haar intensief kammen gedurende 2 weken is waarschijnlijk even effectief als behandeling met antihoofdluismiddelen. [10,12,15] Toevoegen van crèmespoeling of antiklitshampoo aan het natte haar maakt het kammen gemakkelijker en daarmee meer acceptabel. Vastgeplakte neten kan men eventueel losweken door een doekje met azijn op het haar te deppen.
2. Kammen in combinatie met gebruik van een antihoofdluismiddel
De behandeling met een antihoofdluismiddel dient gelijktijdig te starten met het kammen. De middelen zijn niet effectief tegen de larven in de neten. Om tussentijds uit de neten gekomen luizen te doden dient de behandeling volgens de instructie van de fabrikant na 7-9 dagen herhaald te worden.
In Nederland zijn voor de bestrijding van hoofdluis middelen beschikbaar in de vorm van een lotion, crème of shampoo op basis van de volgende werkzame stoffen (er is geen voorkeur voor één van deze middelen): dimeticon, malathion en permetrine. Deze middelen zijn vrij verkrijgbaar bij drogist of apotheek en doden aanwezige luizen door chemische inwerking (malathion en permetrine) of mechanische ademwegbelemmering (dimeticon).
Behandelingen van het haar met een antihoofdluismiddel in combinatie met dagelijks kammen van het haar met een fijntandige kam gedurende 14 dagen, is bewezen effectief. [2,3,8,16,19] In toenemende mate wordt er in het buitenland melding gemaakt van resistentie tegen middelen op basis van permetrine of malathion. [11] In Nederland zijn beperkt cijfers over resistentieontwikkeling beschikbaar waaruit blijkt dat therapiefalen vaker optreedt na behandeling met permetrine dan met malathion. [4,5,13] Behandeling met middelen op basis van dimeticon leidt niet tot resistentieontwikkeling; de luis sterft doordat deze ingekapseld wordt door dimeticon.
Geen enkel middel biedt garantie op een succesvolle therapie. Oorzaken van therapiefalen zijn: herbesmetting, onjuist gebruik van het middel, het achterwege laten van het dagelijks kammen gedurende 14 dagen en resistentieontwikkeling tegen malathion of permetrine. Bij verdenking op therapiefalen door resistentie kan gekozen worden voor een tweede behandeling met een product met een andere werkzame stof.
Zowel malathion als permetrine en dimeticon kunnen huidirritatie, overgevoeligheid en sensibilisatie als bijwerking hebben.
Chloor inactiveert malathion. Op de dag van behandeling mogen kinderen niet zwemmen in chloorhoudend zwemwater. Dit is in tegenstelling tot wat in de bijsluiter vermeld staat (“Kinderen mogen tot een week na de behandeling niet zwemmen”).
Het gebruik van malathion en permetrine wordt afgeraden aan zwangeren en vrouwen die borstvoeding geven. Kinderen jonger dan 6 maanden mogen alleen onder medisch toezicht worden behandeld met dimeticon, malathion of permetrine.
Voor de contra-indicaties van de middelen dient altijd de bijsluiter te worden gevolgd.
Hete lucht en elektrische kammen
Een relatief nieuwe ontwikkeling is het gebruik van hete lucht om luizen uit te drogen en hierdoor te doden. [14] Er zijn verschillende apparaten in ontwikkeling. In Nederland is de zogenaamde LouseBuster verkrijgbaar voor professionals. Dit apparaat is in Amerika door de Food en Drug Administration (FDA) goedgekeurd voor gebruik bij kinderen boven 4 jaar. Door een halfuurdurende behandeling met hete lucht (59°C) wordt 80% van de luizen en 99,2% van de eitjes gedood. [6] Er zijn nog meer studies nodig om deze resultaten te bevestigen. [7]
De effectiviteit van behandeling van hoofdluis met een elektrische fijntandige kam is nooit goed onderzocht.
Aanvullende maatregelen op de behandeling
Omdat luizen hoofdzakelijk overgebracht worden door haar-haarcontact, is de kans groot dat andere gezinsleden ook hoofdluis hebben. Het is daarom van belang met een fijntandige kam het hele gezin te controleren en besmette gezinsleden gelijktijdig te behandelen.
Controleer daarna wekelijks het (natte) haar van alle gezinsleden met een fijntandige kam.
Als er luizen zijn, is het belangrijk om de directe omgeving te waarschuwen. Andere ouders/verzorgers kunnen dan meteen met een fijntandige kam het (natte) haar van hun kinderen controleren.
Het is belangrijk dat alle kinderen met hoofdluis uit één klas (of club etc.) gelijktijdig worden behandeld.
8.1 Immunisatie
Actieve immunisatie: geen.
Passieve immunisatie: geen.
8.2 Algemene preventieve maatregelen
Het is belangrijk om voorlichting aan publiek en ouders/verzorgers te geven en ze te motiveren hun kinderen regelmatig te inspecteren op luizen.
Veel GGD’en beschikken over een draaiboek ‘Hoofdluis op basisscholen’. Regelmatig en direct advies van de GGD aan basisscholen kan zeer goed werken om verspreiding te voorkomen, bijvoorbeeld door aanmoediging van teams van ‘luizenouders’ die periodiek (bijvoorbeeld op maandag na elke schoolvakantie) de schoolkinderen inspecteren op hoofdluis.
Er zijn middelen op de markt die een beschermende werking hebben. Er is nog onvoldoende onderzoek bij proefpersonen dat bewijst dat de middelen effectief zijn. Het is ook nog niet bekend óf en hoe snel resistentie optreedt. Het RIVM is, wegens de mogelijke toename van resistentie en wegens mogelijke bijwerkingen op langere termijn, geen voorstander van het gebruik van middelen om hoofdluis te voorkomen.
9.1 Bronopsporing
De bron is vaak niet te benoemen omdat er ook veel asymptomatische dragers zijn.
9.2 Contactonderzoek
Vraag bij de leiding van de school of het kinderdagverblijf of er andere kinderen bekend zijn met klachten. Als er aanwijzingen zijn voor meerdere gevallen in een groep of klas, alle kinderen grondig na laten kijken met een fijntandige kam. Dit kan het beste uitgevoerd worden als een gecoördineerde actie van school en ouders.
9.3 Maatregelen ten aanzien van patiënt en contacten
Zie paragraaf 7. Behandeling.
In geval van hoofdluis zijn geen aparte
arbeidsgerelateerde maatregelen nodig.
9.4 Profylaxe
Geen. Antihoofdluismiddelen mogen nooit als profylaxe worden gebruikt. Deze kunnen tot bijwerkingen leiden en resistentieontwikkeling veroorzaken.
9.5 Wering van werk, school, kinderdagverblijf en consultatiebureau
Wering is niet nodig.
In uitzonderlijke gevallen wanneer nog geen verspreiding plaats heeft kunnen vinden, zoals op de eerste dag na de vakantie, kan men de ouders/verzorgers van een kind met hoofdluis dringend verzoeken het kind van school op te halen en te behandelen. Dit kan echter niet worden afgedwongen. Het verschaft duidelijkheid aan de ouders als deze afspraken in het schoolbeleid (schoolgids) zijn opgenomen.
10.1 Meldingsplicht
Geen.
10.2 Inschakelen van andere instanties
Overleg met de afdeling Jeugdgezondheidszorg van de GGD.
10.3 Andere protocollen richtlijnen
De afdeling Jeugdgezondheidszorg van GGD’en beschikt meestal over een richtlijn/draaiboek Hoofdluis.
Verpleegkundig Stappenplan Infectieziektebestrijding (VSI) Hoofdluis (pediculosis humanis capitis) 2007.
10.4 Landelijk beschikbaar voorlichtings- en informatiemateriaal
Toolkit Hoofdluis, RIVM/CIb, http://toolkits.loketgezondleven.nl/toolkits/?page_id=100
10.5 Literatuur
Bannenberg W, Emans A. Hoofdluis: een netelig probleem. Inf bull 1995, jrg 6 no 4:74-80.
Burgess IF, Brown CM, Lee PN. Treatment of head louse infestation with 4% dimeticone lotion: randomized controlled equivalence trial. BMJ 2005;330:1423-26.
Burgess IF, Lee PN, Matlock G. Randomised, Controlled, Assessor Blind Trial Comparing 4% Dimeticone Lotion with 0.5% Malathion Liquid for Head Louse Infestation. PLoS ONE 2(11): e1127. doi:10.1371/journal.pone.0001127, Nov. 7, 2007.
Dodd CS Interventions for treating headlice (Cochrane Review). In: The Cochrane Library, Issue 3, 2003. Oxford: Update Software.
Downs AMR, Stafford KA, Harvey I et al. Evidence for double resistance to permethrin and malathion in head lice. British J of Dermatol 1999; 141:508-511.
Goates BM, Atkin JS, Wilding KG et al. An effective nonchemical treatment for head lice: a lot of hot air. Pediatrics 2006;118:1962-70.
Head lice--more resistance to common treatments...and a hot air approach to the problem. Child Health Alert 2006;24:3.
Heukelbach J, Daniel Pilger, Fabíola A Oliveira, Adak Khakban, Liana Ariza and Hermann Feldmeier. A highly efficacious pediculicide based on dimeticone: Randomized observer blinded comparative trial.BMC Infect. Disease 2008;8:115.
Heukelbach J. Management and control of head lice infestation 1st ed. Jörg Heukelback, Bremen UNI-MED Verlag AG 2010.
Hill N, Moor G, Cameron MM et al. Single blind, randomised, comperative study of the Bug Buster kit and over the counter pediculicide treatments against head lice in the United Kingdom. BMJ 2005;331:384-387.
Kristensen M, Knorr M, Rasmussen A et al. Survey of Permethrin and Malathion resistance in human head lice populations from Denmark. J. Med. Entomol. 2006;43:533-538.
Lapere H. Development of an evidence-based management of pediculosis capitis and scabies. Proefschrift Universiteit Gent 2007.
Metsaars MAJ, Takken W, Meer G de. Hoofdluis en het falen van antihoofdluismiddelen in Nederland. TSG 2000 vol 78:401-405.
Mumcuoglu K, Gilead L, Ingber A. New insights in pediculosis and scabies. Expert Rev Dermatol 2009;4:285-302.
Plastow L, Luthra M, Powell R et al. Head lice infestation: bug busting vs. traditional treatment. J Clin Nurs 2001; 10:775-83.
Roberts RJ, Casey D, Morgan DA, Petrovic M. Comparison of wet combing with malathion for treatment of head lice in the UK: a pragmatic randomized controlled trial. Lancet 2000;356:540-4.
Speare R, Cahill C, Thomas G. Head lice on pillows, and strategies to make a small risk even less. Int J Dermatol 2003;42:626-9.
Speare R, Thomas G, Cahill C. Head lice are not found on floors in primary school classrooms. Aust N Z J Public Health 2002;26:208-11.
Stichele RH van der, Dezeure EM, Bogaert MG. Systematic review of clinical efficiacy of topical treatments for head lice. BMJ 1995;311:604-608.
Aan paragraaf 8.2 Primaire Preventie is uitleg toegevoegd waarom
het RIVM het gebruik van middelen om hoofdluis te voorkomen niet
adviseert.
Maart 2012: goedgekeurd door de Gezondheidsraad.
LCI/Gr maart 2011
Dit symbool markeert de alinea’s met
arbeidsrelevante informatie over infectieziekten.
Pdf document - 167KB
Word document - 80KB