RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Antibioticaresistentie stabiel, maar meer resistente bacteriën verwacht

Publicatiedatum: 25 juni 2015
Wijzigingsdatum: 20 oktober 2016
Antibioticaresistentie in Nederland is de afgelopen jaren stabiel gebleven voor de meeste middelen en het gebruik van antibiotica is iets afgenomen. Toch is er reden voor zorg. Steeds meer bacteriën die bij mensen infecties kunnen veroorzaken, blijken resistent tegen antibiotica die als laatste redmiddel gebruikt worden. Dat betekent dat de keuze voor een antibioticum dat goed werkt steeds moeilijker wordt. Dit blijkt uit de jaarlijkse rapportage NethMap/MARAN. Het gebruik van antibiotica in dieren is, na jaren van forse daling, in 2014 nauwelijks nog afgenomen.

Gebruik antibiotica

Voor het derde achtereenvolgende jaar is het gebruik van antibiotica in Nederland in de huisartsenpraktijk afgenomen. Het gebruik daalde de afgelopen jaren van 11.37 DDD/1000 inwoners in 2011 naar 10.54 DDD/1000 in 2014 (DDD staat voor standaard dagdosering). In Nederlandse ziekenhuizen is het totale gebruik licht gestegen, van 71,3 DDD/100 patiëntdagen in 2012 naar 74.7 DDD/100 patiëntdagen in 2013.

Gebruik 'laatste redmiddelen' neemt toe

In 2014 zijn de resistentiepercentages voor de meeste antibiotica niet toegenomen. Toch bestaat de zorg dat er steeds meer bacteriën resistent zullen worden. Juist van de middelen die meer zijn gebruikt is de resistentie wél toegenomen. Zo wordt bij kwetsbare patiënten in ziekenhuizen steeds vaker gebruik gemaakt van carbapenems. Carbapenems behoren tot de 'laatste redmiddelen'. Om de ontwikkeling van resistentie tegen te gaan, moet het antibioticabeleid beter op de individuele patiënt en infectie afgestemd worden. Van belang is dat zorgverleners zorgvuldig omgaan met hygiëne- en infectiepreventiemaatregelen om verspreiding van resistente bacteriën te voorkomen. (Zie ook in de rechterkolom de animatie 'Hoe voorkom je verspreiding van resistente bacteriën?'.)

Veterinaire sector

In 2014 vlakte de daling in gebruik van antibiotica in de veehouderij af, behalve in melkvee en vleeskuikens. In melkvee werd nog een duidelijke afname in gebruik gezien. In vleeskuikens nam het gebruik in 2014 toe, hoewel de daling in deze sector sinds 2009 nog steeds het grootst is van alle diersectoren. De voor de mens belangrijke cefalosporines en fluorchinolonen werden in de veehouderij nog slechts incidenteel gebruikt. Nieuw is dat ook het voorschrijfpatroon van antibiotica van dierenartsen in kaart is gebracht, waarmee monitoring en benchmarking van dierenartsen wordt gefaciliteerd. De vermindering in gebruik in dieren heeft bijgedragen aan een afname in resistentie in dieren en dierlijke producten. Ook een afname in het voorkomen van ESBLs is waargenomen, wat voor de mens belangrijk kan zijn omdat deze ESBL's ook infecties bij mensen kunnen veroorzaken. De afname in resistentie lijkt in 2014 af te vlakken. Om verdere reductie van het vóórkomen van ESBL's in de veehouderij te realiseren, is nader sectorspecifiek beleid nodig.

NethMap/MARAN-rapport

Het NethMap/MARAN-rapport is samengesteld door Stichting Werkgroep Antibioticabeleid (SWAB), Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM, Central Veterinary Institute (CVI), onderdeel van Wageningen UR, de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) en de Stichting Diergeneesmiddelenautoriteit (SDa). NethMap verschijnt dit jaar voor de dertiende keer. Het is de vierde keer dat deze humane gegevens uit de NethMap gezamenlijk worden gepresenteerd met de veterinaire gegevens uit MARAN. MARAN monitort gebruik van en resistentie tegen antibiotica in de dierensector al sinds 1998.

Home / Documenten en publicaties / Antibioticaresistentie stabiel, maar meer resistente bacteriën verwacht

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu