RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Babyvoeding

Gepubliceerd in het Tijdschrift voor Hygiëne en infectiepreventie 2001 nummer 2

Vraag:

Hoe lang mag afgekolfde moedermelk in de koelkast worden bewaard alvorens deze wordt toegediend aan de “eigen” baby in het ziekenhuis?

Antwoord:

Inleiding

Indien moedermelk thuis of in het ziekenhuis wordt afgekolfd voor gebruik in het ziekenhuis door de “eigen” baby, dient de moeder op de hoogte te zijn van en ook te zijn geïnstrueerd over de hygiënische maatregelen die moeten worden genomen tijdens het afkolven, vervoeren en opslaan van de melk.

Invriezen

De moedermelk wordt na het afkolven afzonderlijk bewaard in een steriele fles, die is voorzien van datum en tijdstip van afkolven. De afgekolfde moedermelk wordt direct in de koelkast (4° C.) gezet en ingevroren zodra de melk is afgekoeld.

In de vriezer kan de moedermelk 2 weken tot 3 maanden worden bewaard. De bewaartijd is afhankelijk van het type vriezer. Twee weken geldt voor een twee sterren type vriesruimte en drie maanden voor een drie sterren type vriesruimte.

Bewaren in de koelkast

Voor het bewaren van de afgekolfde moedermelk in de koelkast, zonder dat de melk wordt ingevroren, geeft de WIP in haar richtlijn no. 30a: “Infectiepreventie op de afdeling neonatologie” een termijn aan van 24 uur. Indien de afgekolfde moedermelk na 24 uur niet is gebruikt, dient deze te worden weggegooid(1). In diverse neonatologiecentra in Nederland wordt deze 24 uur bewaartermijn niet aangehouden maar heeft men gekozen voor een termijn van 48 uur, op grond van beschikbare literatuur (2-6).

Literatuur

In het onderzoek van Roberto Sosa(2) zijn 44 monsters van borstvoedingsmelk over een periode van vijf dagen onderzocht op bacteriegroei. In acht monsters werd geen groei waargenomen. Uit de overblijvende 36 monsters werd voornamelijk huidflora gekweekt gelijk aan de flora die werd gevonden op de huid en de tepels van de moeder. Uit drie monsters werd Klebsiella en Pseudomonas gekweekt. Dit werd geweten aan het niet inachtnemen van de hygiënemaatregelen tijdens het afkolven door de moeder. De uitgangsconcentratie van bacteriën was laag, variërend van 103 - 105. De hoeveelheid bacteriën verminderde over de vijf dagen dat de borstvoeding in de koelkast werd bewaard. Dit werd verklaard door het afkoelingsproces in de koelkast en door de anti-bacteriële componenten aanwezig in de moedermelk.

In de handleiding van Duitse moedermelkbanken(3) worden de hygiënemaatregelen besproken die genomen moeten worden direct na het afkolven van de moedermelk tot de toediening aan het kind. De maatregelen komen overeen met de maatregelen die verwoord zijn in de richtlijn no. 30a van de WIP. De aangegeven bewaartijd in de koelkast in deze handleiding is 48 uur. Deze is gebaseerd op de literatuur, die weliswaar in sommige studies een langere periode aangeeft, van 5 tot zelfs 8 dagen. Maar de handleiding heeft de duur op 48 uur gesteld omdat de temperatuur in de koelkast niet constant op 4° C. kan worden gehouden. Door frequent openen en dichtdoen van de deur kunnen grote temperatuurschommelingen optreden, hetgeen uiteraard van invloed is op de in de koelkast bewaarde moedermelk.

In het onderzoek van A. Pardou(4) uit 1994 worden de effecten van bewaren en de aanwezige bacteriën in de moedermelk bestudeerd. Ook wordt het effect van koelen en invriezen op de moedermelk bekeken. De resultaten suggereren dat het type en de duur van het koelingproces invloed hebben op de melk. Zo blijkt uit het onderzoek dat koelen in de koelkast een verlaging van het initiële aantal bacteriën geeft welke niet wordt gezien bij invriezen. Indien moedermelk wordt gekoeld bij een temperatuur van 4°  C. is de vermenigvuldiging van bacteriën minimaal en voor de meeste pathogene micro-organismen bijna niet mogelijk. Bij een temperatuur van 4°  C. worden de bactericide en bacteriostatische factoren van de moedermelk langer bewaard. Dit zou een verklaring zijn voor het afnemen van het initiële aantal bacteriën tijdens het koelen in de koelkast. Temperatuursverhogingen hebben een nadelige invloed op deze processen. De conclusie van dit onderzoek was dat voor de microbiologische kwaliteit van de moedermelk het beter was de melk te bewaren in de koelkast dan in te vriezen en dat een bewaartermijn van acht dagen in de koelkast verantwoord was mits er geen temperatuurschommelingen in de koelkast zouden optreden.

Ook in het boek ‘Hospital Epidemiology and infection control’ van C.G. Mayhall(5) op pagina 553, hoofdstuk 38 wordt geadviseerd een bewaartermijn van 48 uur aan te houden voor afgekolfde moedermelk bewaard in de koelkast. Dit advies is gebaseerd op hierboven vermelde literatuur.

Door Elaine Larson is in 1984 een artikel gepubliceerd(6)waarin de microbiologische kwaliteit van moedermelk bewaard in de koelkast gedurende 24 tot 48 uur, onder de loep is genomen.

Op drie tijdstippen zijn monsters afgenomen. Tussen de drie monsters konden geen significante verschillen in het aantal bacteriën worden aangetoond. Alle monsters bevatten Staphylococcus epidermidis. In 4 monsters konden Gram negatieve m.o. worden aangetoond. Alle monsters bevatten < 106 kolonies/ml en er kon geen onderscheid worden aangetoond tussen afgekolfde moedermelk thuis in het ziekenhuis. De conclusie van het onderzoek was dat het microbiologisch verantwoord was de afgekolfde moedermelk gedurende 48 uur in de koelkast te bewaren.

Nieuw standpunt van de WIP

Na bestudering van de bovenstaande literatuur is de WIP van mening dat het eerder ingenomen standpunt van de WIP: het bewaren van moedermelk in de koelkast gedurende 24 uur, herzien moet worden en de toegestane bewaartijd mag worden verlengd naar 48 uur. In de literatuur wordt meerdere malen gesproken over een langere termijn variërend van 5 tot 8 dagen. Omdat niet gegarandeerd kan worden dat in een koelkast altijd een constante temperatuur van 4° C. heerst, wordt door de WIP deze langere termijn niet overgenomen.

Literatuur

  1. Richtlijn van de Werkgroep Infectie Preventie : Infectiepreventie op de afdeling neonatologie. Leiden, februari 1998.
  2. Roberto Sosa, Lewis Barness. Bacterial growth in refrigerated human milk. AJDC 1987;141:111-2.
  3. Skadi Springer. Sammlung Aufbewahrung und Umgang abgepumpter Muttermilch fur das eigene Kind im Krankenhaus und zu Hause. 1998.
  4. A. Pardou, E. Serruys, F. Mascart-Lemone, M. Dramaix, H.L. Vis. Human milk banking: influence of storage processes and of bacterial contamination on some milk constituents. Biol neonate 1994;65:302-9.
  5. C.G. Mayhall editor. Hospital Epidemiology and Infection Control. Hoofdstuk 38, pagina 553. 1996. ISBN 0-683-05660-3
  6. Elaine Larson, Ramona Zuill, Vicki Zier, Barbara Berg. Storage of human breast milk. Infection Control 1984;5;3:127-30.
 

Auteur:

Thea Daha
Hygieniste Werkgroep Infectiepreventie.


RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu