RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Herpes Simplex Virus

Gepubliceerd in het Tijdschrift voor Hygiëne en Infectiepreventie 1997 nummer 4

Vraag

Het herpes simplex virus (HSV) is een onderwerp waarover regelmatig vragen gesteld worden aan het documentatiecentrum. De meest gestelde vragen zijn:

Moet men bij het adviseren van personeelsleden met een actieve HSV-infectie, een onderscheid maken tussen herpes genitalis, digitalis en labialis?

Geldt voor personeelsleden met herpes labialis een werkverbod?

Levert een symptomatische infectie een groter infectierisico op voor de patiënt dan asymptomatisch dragerschap?

Antwoord

Onderscheid

In de literatuur zijn geen aanwijzingen te vinden voor het feit dat personeelsleden met een herpes genitalis een besmettingsrisico vormen voor de patiënt indien zij de normale hygiëne in acht nemen.
Herpes digitalis of wel herpetisch fijt is bijzonder zeldzaam. Het komt weleens voor op virologische laboratoria door het werken met HSV, door prikverwonding en een enkele keer door patiëntencontact. De aandoening is niet recidiverend. Indien toch sprake is van deze zeer zeldzaam voorkomende herpes digitalis dan zal men een werkverbod moeten opleggen aan personeelsleden die werkzaam zijn in de directe patiëntenzorg.
Actieve herpes labialis komt veel vaker voor en is recidiverend. Daarom is het geven van advies en voorlichting voornamelijk gericht op de herpes labialis en niet op de overige twee aandoeningen.

Geen werkverbod

Omdat de meeste mensen al geïnfecteerd zijn met het HSV zijn zij daardoor niet meer vatbaar voor nieuwe exogene infecties. Ook zullen patiënten met een normale weerstand geen bijzondere nadelige gevolgen ondervinden indien zij worden besmet met HSV. Indien medewerkers met herpes labialis bij de verzorging van patiënten met een normale weerstand de normale hygiënemaatregelen in acht nemen, met extra aandacht voor handhygiëne, zal het risico van besmetting met nadelige gevolgen voor de patiënt zeer klein zijn.
Patiënten die het grootste risico lopen op een besmetting met ernstige gevolgen zijn neonaten en mensen met een ernstig gestoorde afweer zoals bij beenmergtransplantatie en grote brandwonden. Personeelsleden met een actieve herpes labialis kunnen in die gevallen het risico van besmetting verlagen door het dragen van een masker bij de verzorging van een patiënt en door de lesies niet met de handen aan te raken. Omdat het uiteindelijk om een contactbesmetting gaat, moet men bijzondere aandacht schenken aan het wassen van de handen.
Er is geen noodzaak om personeelsleden met herpes labialis een werkverbod op te leggen; de bovenbeschreven maatregelen bieden voldoende bescherming voor de patiënt.

Infectierisico bij symptomatische en asymptomatische uitscheiding

Asymptomatische uitscheiding van HSV is in de literatuur beschreven. Bij transplantatiepatiënten kan men HSV in de keel vinden zonder dat er sprake is van een actieve infectie. Asymptomatische HSV-uitscheiding verloopt normaliter onopgemerkt. Alleen door herhaalde viruskweken kan de asymptomatische uitscheiding van HSV worden aangetoond.
Symptomatische HSV-infecties zijn veel infectieuzer dan asymptomatische omdat het virus bij symptomatische uitscheiding op de huid aanwezig is. Bij asymptomatische HSV is het virus in het speeksel aanwezig en daardoor minder infectieus dan bij huidlesies. Bij asymptomatische HSV-infecties moeten we vertrouwen op de normale hygiënemaatregelen.
In WIP-richtlijn no. 1a(1) wordt nog gesteld dat medewerkers met herpes labialis niet mogen werken op afdelingen waar patiënten worden verpleegd met een verminderde weerstand, zoals bijvoorbeeld een afdeling neonatologie.
Dit standpunt is gebaseerd op eerdere literatuurreferenties (2-7) . In deze literatuur werd indertijd geadviseerd werknemers met een herpes labialis op afdelingen waar patiënten met een verminderde weerstand waren opgenomen een werkverbod op te leggen en dit is toen door de WIP overgenomen.

Literatuur

  • Werkgroep Infectie Preventie. Richtlijn 1A: Persoonlijke hygiëne. Leiden 1992.
  • Hatherley LI, Hayes K., Jack I. Herpes virus in an obstetric hospital. II: Asymptomatic virus excretion in staff members. Med J Aust 1980;2:273-275. 
  • Van Dyke RB, Spector SA. Transmission of herpes simplex virus type 1 to a newborn infant during endotracheal suctioning for meconium aspiration. Pediatr Infect Dis 1984;3:153-56. 
  • Sakaoka H, Saheki Y, Uzuki K, et al. Two outbreaks of herpes simplex virus type 1 nosocomial infection among newborns. J Clin Microbiol 1986;24:36-40. 
  • Brandt SJ, Tribble CG, Lakeman AD, Hayden FG. Herpes simplex burn wound infections: epidemiology of a case cluster and responses to acyclovir therapy. Surgery 1985;98:238-43. 
  • Adams G, Stover BH, Keenlyside RA, et al. Nosocomial herpetic infections in a pediatric intensive care unit. Am J Epidemiol 1981;113:126-32. 
  • Perl TM, Haugen TH, Pfaller MA, et al. Transmission of herpes simplex virus type 1 infection in an intensive care unit. Ann Intern Med 1992;117:584-86. 
  • Turner R, Shehab Z, Osborne K, Hendley JO. Shedding and survival of herpes simplex virus from ‘fever blisters’. Pediatrics 1983;70:547-49.

Auteur

Thea Daha
Hygieniste Werkgroep Infectiepreventie.


 

Home / Documenten en publicaties / Uitgaven / WIP THIP DOCS / Herpes Simplex Virus

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu