RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Insufflatie en filters

Gepubliceerd in het Tijdschrift voor Hygiene en Infecitepreventie 1997 nummer 3

Vraag

Is het zinvol een filter te plaatsen tussen de insufflator en de patiënt tijdens een laparoscopische procedure? En indien een filter wordt geplaatst, aan welke eisen moet zo’n filter voldoen en wat is dan de wisselfrequentie van dat filter?

Antwoord

Bij laparoscopie wordt gas ingeblazen om de peritoneale holte toegankelijk en overzichtelijk te maken voor operatieve ingrepen en diagnostisch onderzoek, zoals in de gynaecologie bij sterilisatie en in vitro fertilisatie (IVF) en in de chirurgie bij cholecystectomie en appendectomie.
De insufflator wordt gebruikt om de gastoevoer te reguleren, om een bepaalde druk te bereiken en te onderhouden. De insufflator is via een slang, die van siliconen of PVC is gemaakt en ongeveer 2 tot 4 meter lang is, aangesloten op de sufflatornaald die in de buikholte van de patiënt is ingebracht. Als gas kan CO2, N2O of kamerlucht worden gebruikt. CO2 wordt het meest gebruikt omdat het gemakkelijk opgenomen wordt in het bloed, er weinig kans is op gasembolie en omdat het kan worden gebruikt in combinatie met laserchirurgie.
De hoeveelheid ingebracht gas is afhankelijk van de grootte van de buikholte, de hoeveelheid spierweefsel en de elasticiteit van de buikwand. Gewoonlijk is drie liter gas voldoende voor een goed zicht. Onder druk wordt het gas vanuit een cilinder aangevoerd. De insufflator reguleert met behulp van een ventiel de gasdruk. Het inbrengen van het gas gebeurt onder lage druk. Omdat bij bepaalde ingrepen veel gas uit de buikholte ontsnapt, wordt constant gas toegevoerd m het verlies te compenseren.
Als de behandeling is beëindigd, kan het ingebrachte gas manueel worden verwijderd door druk op de buikwand uit te oefenen of kan het weer via de insufflator worden teruggezogen. Het restant gas wordt door het lichaam geabsorbeerd.

Bij het gebruik van insufflatietechniek stuit men op twee problemen:
Bescherming tegen overdruk is essentieel. De insufflatoren hebben daarom een ‘pressure reliëf’-mechanisme of een hoorbaar overdrukalarm. Indien de druk in de buik te veel toeneemt, treedt het ‘pressure reliëf’-mechanisme in werking en wordt geen gas meer toegevoerd. Hierdoor kunnen ingeblazen gas en lichaamsvloeistoffen terugstromen via de slang tot in de insufflator.
Om het terugstromen van lichaamsvloeistoffen van de patiënt door wisseling in druk te voorkomen, kunnen diverse maatregelen worden genomen, zoals bijvoorbeeld de insufflator hoger plaatsen dan de patiënt, zorgen dat de gasfles niet leeg raakt tijdens de operatie en de patiënt eerst loskoppelen voordat het apparaat wordt uitgezet.
Uit de literatuur is bekend dat de gebruikte gascilinders roestdeeltjes, stof en metaalvijlsel bevatten (1,2) .
Omdat verspreiding van dergelijke deeltjes sneller gaat indien de gasfles leeg raakt, zou men de cilinder moeten vervangen indien het niveau beneden een bepaalde grens raakt. Dit houdt in dat de cilinder dus tijdens gebruik zou moeten worden gewogen om het inhoudsniveau te bepalen en dat men precies op de hoogte zou moeten zijn van de gebruikstijd.

Infectierisico

Het infectierisico bij laparoscopische operaties waarbij gebruik wordt gemaakt van insufflatie is heel klein en met recht kan dus de vraag gesteld worden of het gebruik van een filter echt nodig is. Dat patiënten die een laparoscopische operatie ondergaan over het algemeen in een ‘gezonde’ conditie verkeren en voldoende weerstand hebben om besmettingen aan te kunnen kan ter discussie worden gesteld. De techniek en de ontwikkeling staan namelijk niet stil en laparoscopische operaties worden steeds meer toegepast bij oudere patiënten die immuun-gecompromitteerd zijn door diabetes mellitus, hartziekten etcetera.
Een andere reden om filters te adviseren is het risico van bloedoverdraagbare aandoeningen. Men zou de patiënten kunnen indelen in bewezen en niet bewezen risicogroepen. Bij een dergelijke indeling van patiënten gaat men voorbij aan de groep niet herkende dragers van HIV., hepatitis B en C of de groep patiënten die in de window-fase verkeert. Deze indeling druist in tegen het principe van de WIP die al het patiëntenmateriaal, inclusief bloed, als mogelijk besmet beschouwt conform het ‘Universal Precautions’ principe.

Gebruik van een filter

Uit onderzoek is gebleken dat retrograde besmetting van de slang niet denkbeeldig is(3).
Om te voorkomen dat deeltjes vanuit de cilinder door de slang of, indien gebruik wordt gemaakt van kamerlucht, bacteriën vanuit de lucht in de buikholte van de patiënt terechtkomen, wordt geadviseerd een filter te gebruiken.
Door plaatsing van het filter aan de patiëntzijde van de insufflator voorkomt men dat tijdens verlies van de gasdruk het ingebrachte gas en de lichaamsvloeistof door terugstromen de insufflator kunnen bereiken en besmetten. Terugslag tot in de insufflator resulteert niet alleen in besmetting van de insufflator maar ook in schade aan het apparaat.

Eisen

Het te gebruiken filter dient te voldoen aan bepaalde eisen. Ten eerste dient het bi-directioneel te zijn. Momenteel zijn de in Nederland verkochte filters dit allemaal. Het filter dient hydrofoob te zijn. Tevens mag het filter de glasflow niet hinderen. Over het algemeen wordt een poriegrootte van 0,2 micron voldoende geacht om bloed tegen te houden en om aan de overige eisen te voldoen (3,4)  . Het filter dient gemakkelijk vervangbaar te zijn en bovendien goedkoop.

Wisselfrequentie

Indien men volkomen zeker is dat terugstromen van ingebracht gas en lichaamsvloeistof vanuit de buikholte niet kan optreden, kan men volstaan met het filter éénmaal per week door een nieuw te vervangen. Indien dit terugstromen niet kan worden uitgesloten, dient het filter iedere keer na behandeling van een patiënt te worden vervangen

Literatuur

  • Ott DE. Contamination via gynaecologic endoscopy insufflation. J Gynecol Surg 1989;5:205-8
  • Laparoscopic risks are focus of research. Laser Nursing. 1992;6;3:74-5. 
  • Laparoscopic insufflators. Emergency Care Research Institute. 1993;13;8:2-7. 
  • Endoscopic minimal access surgery. In AORN Standards and Recommended Practices. 1994;59;2:507-14. 
  • Devitt-Smith C. Clinical issues: filters for laparoscopic insufflators. AORN 1992;56;1:125-8 
  • Go PNMYH, Erp van WFM. De laparoscopische insufflatietechniek nader bekeken. Werkgroep laparoscopische chirurgie. Ned Tijdschr Heelk 1993;2;6:212-3.

Auteur

Thea Daha
Hygieniste Werkgroep Infectiepreventie.

 

 

Zie ook

Gerelateerde onderwerpen

Home / Documenten en publicaties / Uitgaven / WIP THIP DOCS / Insufflatie en filters

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu