RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Insuflon

Gepubliceerd in het tijdschrift voor Hygiëne en Infectiepreventie 2001 nummer 6

Vraag

Is desinfectie van de huid noodzakelijk voorafgaande aan het inbrengen van een insuflon®, gebruikt voor het subcutaan injecteren van insuline? En indien de insuflon® is ingebracht, moet dan iedere keer het rubber dopje voor het aanprikken worden gedesinfecteerd?

Antwoord

De insuflon® is een klein naaldje dat, bijvoorbeeld bij kinderen die angstig zijn voor insuline-injecties, subcutaan wordt ingebracht en maximaal een week in situ blijft. Het naaldje wordt op de huid met een grofmazige pleister gefixeerd en is voorzien van een rubber afsluitdopje waardoor de insuline met een spuitje en naald wordt toegediend. In een eerder in dit tijdschrift gepubliceerd artikel, ”Het poetsritueel” THIP 1996 no. 1 werd gezegd dat bij patiënten met een normale weerstand huiddesinfectie achterwege mag worden gelaten bij intramusculaire, intraveneuze en subcutane injecties, en bij vaccinatie. Voor patiënten met een verminderde weerstand, bijvoorbeeld granulocytopenie, geldt dit niet. Het is begrijpelijk dat er een relatie wordt gelegd tussen het eerder gepubliceerde artikel ”poetsritueel” en het subcutaan inbrengen van dit naaldje. De conclusie zou kunnen zijn dat desinfectie van de huid niet noodzakelijk is, omdat het naaldje subcutaan is ingebracht. Normaal gesproken hoeft de huid voor subcutane injecties niet gedesinfecteerd te worden. Een deel van de op de huid aanwezige bacteriën zullen subcutaan wel worden ingebracht maar het inoculum is dermate klein dat de kans op een infectie heel gering wordt geacht. Echter bij het inbrengen van een insuflon® (subcutaan) wordt de naald, in tegenstelling tot subcutane injecties, in het weefsel achtergelaten. Het risico op uitgroei gevolgd door een infectie wordt dan groter geacht. Daarom wordt in dit geval geadviseerd om de huid te desinfecteren met een huiddesinfectans voordat de insuflon® wordt ingebracht. Dit advies geldt niet alleen voor patiënten in een ziekenhuis maar ook voor de thuissituatie. Er zijn situaties dat de adviezen gegeven voor de ziekenhuissituatie, afwijken van de adviezen gegeven voor de thuiszorg. Dit heeft dan te maken met de in het ziekenhuis aanwezige ziekenhuispathogenen en de grotere kans op besmetting door intensiever contact met behandelaars c.q. verzorging, en de vaak verminderde weerstand van de ziekenhuispatiënt. Dit maakt dat een patiënt in het ziekenhuis een grotere kans loopt op een ernstige infectie dan in de thuiszorg. In het geval van de insuflon® echter gaat het niet om het inbrengen van ziekenhuispathogenen maar om de eigen flora van de patiënt. Dus geldt het advies om de huid te desinfecteren met een huiddesinfectans voordat de insuflon® wordt ingebracht, ook voor de thuissituatie. De vraag of desinfectie van het rubberafsluitdopje voor inspuiten van de insuline nodig is, moet zowel in de ziekenhuissituatie als ook in de thuiszorg met ja worden beantwoord. Handcontact kan namelijk niet worden uitgesloten. Iedere keer wanneer de insuline wordt in gespoten bestaat het gevaar op inbrengen van de flora van de patiënt zelf. Dat het hierbij uitsluitend om de flora van de patiënt gaat kan niet zomaar worden aangenomen. De aard van het micro-organisme door handcontact is onbekend. Het is overigens ook niet ondenkbaar dat kleine kinderen het rubberafsluitdopje volsmeren met bijvoorbeeld jam of chocopasta. Conclusie: desinfectie van de huid, voorafgaande aan het inbrengen van een insuflon® is, zolang het tegendeel niet bewezen is, noodzakelijk. Dit geldt ook voor het iedere keer desinfecteren van het rubberafsluitdopje voordat de insuline wordt ingespoten. Helaas is er op het gebied van de hygiëne van het systeem, geen gedegen onderzoek gedaan voordat het systeem in de gezondheidszorg is geïntroduceerd.

Auteur


Thea Daha
Hygieniste Werkgroep Infectiepreventie.

 

 


Zie ook

Gerelateerde onderwerpen

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu