RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Klinisch gebruik van instrumenten na gebruik bij dieren

Gepubliceerd in het Tijdschrift voor Hygiëne en Infectiepreventie 2006 nummer 3

Vraag

Hoe moet worden omgegaan met het klinisch gebruik van instrumenten die eerder bij dieren zijn gebruikt.

Antwoord:

Bij het klinisch gebruik van instrumentarium dat eerder op dieren is toegepast bestaat de kans op overdracht van ziekten van dier naar mens. Naar verwachting zal het merendeel van deze ziekteverwekkers door de gangbare reinigings-, desinfectie- en sterilisatiemethoden verwijderd dan wel geïnactiveerd worden. Voor een aantal ziekteverwekkers is echter bekend dat deze methoden niet afdoende zijn. Het prion, de ziekteverwekker geassocieerd met ziektes als BSE, scrapie en CJD, is hiervan het bekendste voorbeeld. Het is onzeker of er andere ziekteverwekkers bestaan waarvoor hetzelfde geldt.

In 1996 heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) in haar circulaire over de behandeling van instrumentarium dat mogelijk is besmet met prionen het volgende geadviseerd: "instrumentarium dat bij dieren of obducties wordt gebruikt mag in principe niet klinisch worden toegepast. Wanneer dit onvermijdbaar is, dient het instrumentarium te worden behandeld alsof het CJD-gecontamineerd is".

Hoewel de in 1996 door IGZ beschreven prion-procedure voor behandeling van CJD-gecontamineerd instrumentarium niet meer up-to-date is kunnen wij het advies ten aanzien van het klinisch gebruik van instrumentarium dat eerder bij dieren of obducties is gebruikt nog steeds onderschrijven. Dit geldt tevens voor instrumentarium dat gebruikt is bij trainingen voor bepaalde ingrepen, waarbij oefenmateriaal van dierlijke afkomst (bijvoorbeeld varkens, of varkensblazen) wordt toegepast. Naast het (onbekende) risico op de overdracht van zeer resistente ziekteverwekkers moet ook rekening gehouden worden met een hoger risico op onoordeelkundig/onzorgvuldig gebruik van instrumentarium in bovenstaande situaties, waardoor een risico op disfunctioneren ontstaat.

Op basis hiervan wordt het onderstaande geadviseerd.

  1. Instrumentarium dat gebruikt wordt bij de behandeling van patiënten dient men niet te gebruiken bij dieren (ook niet voor experimentele of educatieve doeleinden) en/of bij obducties.
  2. In voorkomende gevallen dat het instrumentarium toch voor deze doeleinden is gebruikt, dient er rekening mee gehouden te worden dat de gebruikelijke decontaminatieprocedures onvoldoende effectief kunnen zijn. Bij voorkeur wordt daarom een speciale procedure gebruikt.

Door de Werkgroep Infectiepreventie is een richtlijn ontwikkeld specifiek gericht op de preventie van prionziekten.

De hierin beschreven prion-procedure is aan te bevelen als zo'n speciale procedure. Nadeel van deze speciale procedure is wel dat niet alle chirurgische instrumenten deze doorstaan. Hetzelfde geldt voor flexibele endoscopen. Dergelijk instrumentarium is derhalve niet meer geschikt te maken voor gebruik bij patiënten na toepassing op dieren of bij obducties.

Men dient naar de medische staf een duidelijke richtlijn te (doen) verstrekken over de toepassing van het instrumentarium voor klinisch gebruik en in samenspraak te zoeken naar een oplossing. Te denken valt aan het separaat houden van (afgeschreven) instrumenten voor educatieve doelen en het gebruik van leensets van de leveranciers. Bij het gebruik van leensets moet de leverancier een decontaminatieverklaring kunnen overleggen waarin staat dat het instrumentarium niet op dieren is gebruikt.

Literatuur:

  1. Circulaire IGZ, 17 juni 1996, FMT-U-963214, Prionen.
  2. THIP 96-5, Drs. J.M.M. Hansen, Ingezonden brief.
  3. Werkgroep Infectiepreventie, Infectiepreventie met betrekking tot prionziekten. www.wip.nl
  4. Centrale Sterilisatie Club, Veldnorm voor het in bruikleen of huur nemen cq. geven van chirurgisch instrumentarium.

http://www.vdsmh.nl/publicaties/doc_download/46-veldnorm-leeninstrumenten-2009

Deze THIP-DOC is gemaakt door leden van de Permanente Commissie Reiniging en Desinfectie van de W.I.P.

Auteurs:

Dhr. Adrie de Bruyn, R.I.V.M.

Dhr.Ir. Arjan van Drongelen, R.I.V.M.

Thea Daha
Hygieniste Werkgroep Infectiepreventie.


Home / Documenten en publicaties / Uitgaven / WIP THIP DOCS / Klinisch gebruik van instrumenten na gebruik bij dieren

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu