Inhoud November 2010

  • Gesignaleerd 12 november 2010

    P. Bijkerk

  • Q-koorts in Nederland van 2007 tot heden 12 november 2010

    A.J.M.M. Oomen, H.I.J. Roest, J.E. van Steenbergen

  • Sero-epidemiologie van Q-koorts in Nederland in 2006-2007 12 november 2010

    D.W. Notermans, B. Schimmer, M.G. Harms, J.H.J. Reimerink, J. Bakker, P.M. Schneeberger, L. Mollema, P.F.M. Teunis, W. van Pelt, Y.T.H.P. van Duynhoven

  • Afstand tussen woonhuis en infectieus melkgeitenbedrijf als risicofactor voor Q-koorts 12 november 2010

    Het RIVM onderzocht in samenwerking met GGD Brabant-Zuidoost en de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) in hoeverre het risico op Q-koorts afneemt met toenemende afstand tussen woonhuis en een melkgeitenbedrijf met een door Coxiella burnetii veroorzaakt abortusprobleem. Deze mogelijkheid werd geboden door een in tijd en plaats goed afgebakend cluster Q-koortspatiënten in en rond Helmond. In 2008 lag dit cluster nog buiten het hoogincidentie gebied in Noord Brabant. Van de relatief weinig geiten- en schapenbedrijven in dit gebied, had slechts 1 geitenbedrijf abortusproblematiek door Q-koorts, enkele weken voordat de eerste patiënten ziek werden. Voor 7 bedrijven met meer dan 40 schapen of geiten werden incidenties en relatieve risico’s berekend voor cirkels met toenemende afstand rond het bedrijf, waarbij de 5-10km-zone als referentie werd gebruikt. Mensen die binnen 2 km van het besmette melkgeitenbedrijf woonden hadden een veel hoger risico dan mensen die op meer dan 5 km afstand van het bedrijf woonden. De chronologie van abortusstorm, dagen met oost- tot noordoostenwind en incubatietijd van Q-koorts maken het verband tussen het melkgeitenbedrijf en het humane cluster waarschijnlijk.

  • Consensus bij diagnostiek acute Q-koorts; waar zijn we het over eens? 12 november 2010

    De microbiologische laboratoria in het Zuid-Nederland werden tijdens de Q-koortsepidemieën van 2007, 2008 en 2009 overspoeld met diagnostiekaanvragen voor acute Q-koorts. Testprotocollen werden ontwikkeld en diagnostiek werd operationeel gemaakt. Bijna 3000 gevallen van acute Q-koorts werden in de omgeving van intensieve geitenbedrijven gediagnosticeerd. De 7 laboratoria die deze stroom van diagnostiek verwerkten hanteerden verschillende testen, andere afkapwaarden en een ander diagnostisch algoritme voor screening. Passend bij de aandoening volgde op de acute fase in de epidemie een fase van reflectie, de chronische fase waarin de vraag kon worden gesteld of de weg van de diagnostiek wel altijd naar Rome leidde. De tijd was rijp voor wetenschappelijk polderen.

  • Diergezondheid in Nederland en de Gezondheidsdienst voor Dieren 12 november 2010

    De Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) heeft al meer dan 90 jaar een belangrijke rol in de Nederlandse diergezondheid en veterinaire volksgezondheid. Sinds de opkomst van Q-koorts zijn er steeds meer contacten tussen de GD en de humane gezondheidszorg. Aangezien de rolverdeling in het veterinaire veld anders is dan in de humane gezondheidszorg, leidt dit nog wel eens tot verwarring. Met dit bericht willen we het werk en de positie van de GD nader toelichten.

  • Arbeidsomstandigheden en Q-koorts 12 november 2010

    Tijdens beroepsuitoefening kan men met bijzondere situaties te maken krijgen waarbij het risico op een besmetting met Coxiella burnetii groter is dan in het normale maatschappelijke verkeer. Werkgevers zijn verplicht maatregelen te nemen om blootstelling aan biologische agentia door werknemers en derden te voorkomen. Het RIVM-Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) integreert, in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) steeds meer zaken op het gebied van werknemersgezondheid en infectieziektebestrijding en heeft in samenwerking met verschillende partners voorlichtingsmateriaal ontwikkeld.

  • Vaccinatie tegen Q-koorts 12 november 2010

    Vaccinatie tegen Q-koorts is mogelijk met geïnactiveerde Coxiella burnetii-bacteriën, maar deze vaccins zijn beperkt beschikbaar en niet geregistreerd voor humaan gebruik. Reactogeniciteit, met name in personen met reeds aanwezige immuniteit tegen C. burnetii, is een verdere beperking. Om op termijn nieuwe risicogroepen te kunnen beschermen is een nieuwe generatie vaccins op basis van gedefinieerde componenten noodzakelijk. Het fase I-lipopolysaccharide is hiervoor een goede kandidaat.

  • Q-koortsuitbraak in de provincie Utrecht in 2009 12 november 2010

    In mei en juni 2009 was er sprake van een sterke toename van Q-koortsmeldingen in de provincie Utrecht, met meer dan 120 humane meldingen geclusterd in tijd en plaats. In dit artikel beschrijven wij de casuïstiek en het brononderzoek van deze uitbraak. Hiertoe werden de patiëntengegevens van de 124 meldingen in 2009 geanalyseerd. Vervolgens werd met behulp van brononderzoek en het berekenen van humane attack rates rondom geiten- en schapenbedrijven onderzocht welke bronnen mogelijk ten grondslag lagen aan de uitbraak. Relatief veel patiënten werden opgenomen (34%). Het opnamepercentage onder vrouwen was hoger dan onder mannen (53% vs 27%). Van 1 groot melkgeitenbedrijf in Bunnik en van 3 kleine hobbyhouders met schapen in Houten werden monsters positief bevonden na brononderzoek door de Voedsel en Waren Autoriteit (nVWA). Rondom het grote tankmelkpositieve melkgeitenbedrijf werden op basis van het woonadres van Q-koortspatiënten hoge attack rates gevonden met een met de afstand geleidelijk afnemende gradiënt: attack rate 0-5km-zone: 56/100.000, relatief risico ten opzichte van de 5-10km-zone: 6.4 (95%BI: 4.2-9.9). Meerdere kleine veehouderijen vertoonden ook hoge attack rates binnen de 5km-zone. Wij concluderen dat er in 2009 enige verschillen zijn tussen de Q-koortsuitbraak in de provincie Utrecht en de rest van Nederland voor wat betreft ziekenhuisopname, man/vrouw verdeling en potentiële bronnen. Een groot tankmelkpositief melkgeitenbedrijf lijkt een belangrijke bron van deze Q-koortsuitbraak te zijn geweest, maar de rol van kleine houderijen is op basis van dit onderzoek niet uit te sluiten.

  • Q-koortsbestrijding door de GGD; evalueren en leren 12 november 2010

    GGD Hart voor Brabant heeft voor de evaluatie van de eerste uitbraak van Q-koorts in 2007 een onderzoeksmethode opgesteld. De ervaringen met deze methode zijn positief. Uit de evaluatie blijkt dat bij de bestrijding van de Q-koortsuitbraak in 2007 veel zaken goed zijn gegaan, maar er zijn ook een aantal verbeterpunten waarvoor aanbevelingen zijn geformuleerd. Naar aanleiding hiervan heeft het team infectieziektebestrijding van de GGD een plan van aanpak opgesteld. De evaluatie van de Q-koortsuitbraak in 2007 is waardevol gebleken voor de kwaliteitsverbetering van de uitbraakbestrijding door de GGD.

  • Meldingen Wet publieke gezondheid t/m week 40, 2010 12 november 2010
  • Meldingen uit de virologische laboratoria t/m week 40, 2010 12 november 2010
  • MRSA-overzicht t/m week 40,2010 12 november 2010
  • Zijn Q-koortspositieve dode reeën een potentieel risico voor de vinder? 12 november 2010

    In het kader van zoönose en dierziekte surveillance van in Nederland in de natuur levende dieren, worden ondermeer dode reeën door het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC) post-mortaal onderzocht. Op verzoek van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I, voorheen LNV) worden monsters van een aantal van deze reeën nu ook retrospectief getest op Coxiella burnetii door middel van PCR. Een deel van de geteste reeën zijn verkeersslachtoffers, aangeleverd door buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA). De vraag is nu: Stel dat er PCR-positieve reeën tussen zitten, welk risico op Q-koorts hebben de BOA dan gelopen?

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu