RIVM_Logo

Gesignaleerd december 2011

In deze gesignaleerd aandacht voor cryptococcus gattii, Aspergillus fumigatus, Salmonella Heidelberg, hepatitis A, Salmonella Strathcona, Shigellose, tuberculose, malaria, Bunya-virus, Lloviuvirus, Antrax, Vibrio Alginolyticus, en teken.

Binnenland

Cryptococcus gattii in bomen in natuurgebied in Berg en Dal bij Nijmegen

Afgelopen zomer zijn bij een omgevingssurveillance in Nederland naar de primair pathogene schimmel Cryptococcus gattii, 3 isolaten gevonden. Deze gist werd tot voor kort beschouwd als een pathogeen dat alleen in (sub)tropische gebieden voorkomt en daar infecties kan veroorzaken. Echter, 10 jaar geleden is een grote uitbraak met deze gist vastgesteld in een gematigd klimaat. Deze uitbraak in Canada (Vancouver Island) heeft zich verspreid naar het noordwesten van de Verenigde Staten en het Canadese vasteland. In Europa zijn sporadisch klinische infecties met deze gist beschreven en bij de meeste infecties ging men ervan uit dat zij waren opgelopen buiten Noord-Europa. In de afgelopen jaren werd deze gist ook gevonden in Spanje, Italië en Griekenland en daar werden ook lokaal opgelopen (autochtone) humane infecties gemeld. Tot deze zomer werd aangenomen dat er ten noorden van de Pyreneeën en Alpen geen C. gattii in de omgeving voorkwam. Genetische analyse van de Nederlandse omgevingsisolaten liet zien dat deze niet identiek zijn aan de Vancouverstam. Wel zijn ze verwant aan autochtone Mediterrane isolaten en een isolaat dat in 1957 bij een fataal verlopen cryptococcose-infectie in Nederland werd gevonden. Hoe uitgebreid C. gattii in de Nederlandse natuur voorkomt is vooralsnog onbekend. Hoewel dit een interessante bevinding is zijn er geen aanwijzingen dat er een verhoogd risico voor de volksgezondheid is. (Bron: artsen-microbiologen J. Meis en P. Verweij)

Toename van resistentie tegen azolen bij Aspergillus fumigatus

In Nederlandse ziekenhuizen zijn patiënten steeds vaker besmet met een Aspergillus fumigatus die resistent is tegen azolen. In een landelijke prospectieve studie die liep van juni 2007 tot en met januari 2009 werden alle klinische isolaten van Aspergillus spp. gescreend op itraconazolresistentie. In totaal werden 2.062 isolaten van 1.385 patiënten gescreend. De prevalentie van itraconazolresistentie in Aspergillus fumigatus was gemiddeld 5,3%, met een range van 0,9% - 9,5%. Patiënten met een hematologische of oncologische ziekte liepen meer kans om besmet te raken met een resistente Aspergillus fumigatus dan andere groepen patiënten. 64% Van de patiënten waarbij een resistente Aspergillus fumigatus werd gevonden bleken nooit eerder behandeld met azolen. De toename van resistentie tegen azolen bij Aspergillus fumigatus in Nederland is mogelijk toe te schrijven aan het azolgebruik in de land- en tuinbouw. (Bron: Emerging Infectious Diseases)

Uitbraak Salmonella Heidelberg

Een groep reizigers die in de zomer van 2011 op vakantie was geweest in Tanzania kreeg bij terugkeer klachten door infectie met Salmonella Heidelberg. Het was onduidelijk of zij de infecties in Tanzania of in het vliegtuig hadden opgelopen. Er is een internationaal uitbraakonderzoek gestart. In totaal zijn 25 van de 32 reizigers, afkomstig uit 5 verschillende landen, ziek geworden; 18 gevallen konden microbiologisch worden bevestigd. Aan de hand van vragenlijsten bleek de consumptie van ‘milktart’ en omelet in het vliegtuig geassocieerd met een verhoogde kans op het hebben van maagdarmklachten. Volgens de informatie van de betrokken luchtvaartmaatschappij waren beide producten bereid door een cateraar in Dar-Es-Salaam (Tanzania). Salmonella Heidelberg is een variant die in Nederland en andere Europese landen niet vaak wordt geïsoleerd, maar wel vaker wordt gevonden in Oost-Afrika. Beschreven uitbraken zijn vooral geassocieerd met besmette kip- of eiproducten. Deze uitbraak illustreert dat één of meerdere zieken in een land deel kunnen zijn van een grotere internationale uitbraak.
(Bron: Health Protection Surveillance Centre Ireland)

Opnieuw hepatitis A mogelijk geassocieerd met zongedroogde tomaten

Bij 4 Nederlandse patiënten met een hepatitis A-infectie zijn in november stammen gevonden die gerelateerd zijn aan de stammen van hepatitis A-uitbraken van begin 2010 veroorzaakt door zongedroogde tomaten. Bij 2 patiënten gaat het om de stam die destijds ook in Australië werd gevonden en bij de andere 2 gaat het om een stam die destijds ook in Frankrijk gevonden is. Beide stammen hebben als meest waarschijnlijke land van herkomst Turkije. Uit de voedselanamnese komt in 3 van de 4 gevallen als mogelijke bron een kant en klare maaltijdsalade naar voren. In deze salade zijn zongedroogde tomaten verwerkt. Net als bij de uitbraken van begin 2010 zijn ook nu de patiënten afkomstig uit verschillende regio’s. Deze bevinding is bij de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (nVWA) gemeld.

(Bron: Osiris)

 

Buitenland

Uitbraak van shigellose in Groot-Brittannië

In Engeland wordt een toename gezien van Shigella flexneri onder MSM (mannen die seks hebben met mannen). Sinds juli zijn in Manchester en omgeving 14 mannen gemeld. Ze zijn tussen de 30 en 50 jaar oud, zijn vaak ook hivpositief en hebben niet recent gereisd. Ook in Londen wordt deze toename gezien. Daar zijn 5 van de 16 patiënten met Shigella flexneri MSM. Zowel in Manchester als in Londen gaat het om serotype 3a. De eerste resultaten van epidemiologisch onderzoek wijzen op doorlopende transmissie en niet op een puntbron. In Osiris zijn geen meldingen gevonden waaruit blijkt dat dit momenteel ook in Nederland speelt. (Bron: Health Protection Agency)

Uitbraak Salmonella Strathcona in Denemarken

Tussen begin september en half oktober zijn er in Denemarken 40 stammen getypeerd als Salmonella (enteriticaserotype) Strathcona. Dit was bijzonder omdat het serotype niet eerder in Denemarken was gevonden en daarnaast ook niet eerder beschreven als bron van een uitbraak. De patiënten, 24 vrouwen en 16 mannen van diverse leeftijden rapporteerden bijna allemaal langwerpige tomaten te hebben gegeten. Een casecontrolonderzoek wees uit dat het hier gaat om Datterinotomaten. (Bron: Statens Serum Institute, Promed)

Wereldwijde daling in aantal tuberculosepatiënten

Wereldwijd is voor het eerst het aantal mensen met tuberculose gedaald. Vorig jaar overleden 1,4 miljoen mensen aan tuberculose. Acht jaar geleden ging het om 1,8 miljoen. De daling wordt vooral gezien in China, Brazilië, Tanzania en Kenia. (Bron: WHO)

 

Nieuw WHO-malaria-factsheet

De WHO heeft een update van de malariafactsheet op haar website geplaatst. Hierin staat dat er in 2009 ongeveer 225 miljoen malariapatiënten zijn geweest. Er waren 781.000 sterfgevallen, voornamelijk onder Afrikaanse kinderen – malaria is de oorzaak van 20% van de Afrikaanse kindersterfte. Ondanks het hoge aantal is dit een afname ten opzichte van 2000, waarin 233 miljoen zieken en 985.000 sterfgevallen zijn geteld. Ongeveer de halve wereldbevolking loopt risico een malaria-infectie op te lopen en in 2009 kwam malaria in 108 landen voor. Malaria kan in landen waarin het veel ziekte veroorzaakt het bruto binnenlands product met 1,3% verminderen. De belangrijkste maatregel om malaria te verminderen is muggenbestrijding. Er is een toename van resistentie tegen malariamedicijnen. Er is nog geen malariavaccin op de markt, maar er zijn wel enkele vaccins in onderzoek. (Bron: WHO)

Nieuw Bunya-virus beschreven in Peru

Het Oropouche(ORO)virus is één van de weinige humane pathogenen binnen het genus Orthobunya. In een studie wordt aan de hand van nadere analyse van vermeende ORO-virussen een nieuwe variant beschreven: het Iquitos(IQT)virus, vernoemd naar de plaats Iquitos in het Amazonegebied van Peru (zie kaart). Daar is het IQT-virus voor het eerst retrospectief aangetoond bij een 13-jarige patiënt met koorts, hoofdpijn, pijn achter de ogen, gewrichtspijn en diarree. Het IQT-virus blijkt de oorzaak van koortsuitbraken in Iquitos in 2005 en 2006 die eerder werden toegedicht aan het ORO-virus. Het blijkt dat IQT-virus daar is opgekomen in 1999 en dat alle sindsdien geïsoleerde ORO-virussen eigenlijk IQT-virussen waren. Voorafgaande infectie met het ORO-virus beschermt niet tegen ziekte door het IQT-virus. Nader onderzoek moet ondermeer in kaart brengen wat de mate van verspreiding is van het IQT-virus, of er een dierlijk reservoir is en of de daar veel voorkomende mug Culicoides verantwoordelijk is voor transmissie. (Bron: PLOS Negl Trop Dis)
kaart gesignaleerd |

Ontdekking van een Ebola-achtig filovirus in Spanje

In Cueva del Lloviu in Spanje werd een nieuw filovirus gevonden tijdens een onderzoek naar sterfte onder vleermuizen. Het virus, Lloviuvirus genoemd, is genetisch verwant aan het Marburg- en Ebolavirus. Filovirussen werden tot op heden alleen gevonden in delen van Afrika en op de Filippijnen. Of dit nieuwe virus relevant is voor de mens is niet bekend. (Bron: PloS Pathogens)

Antraxuitbraak in Zambia

Afgelopen september was er een antraxuitbraak in het noordoosten van Zambia met vermoedelijk ruim 200 patiënten waarvan enkele overleden. Besmetting zou plaats hebben gevonden via consumptie van- of contact met nijlpaarden. Er zouden in de voorgaande weken ruim 90 nijlpaarden in de regio aan antrax zijn overleden. Ziekenhuizen zijn gealarmeerd en de bevolking is consumptie van en contact met nijlpaarden afgeraden. (Bron: Gezondheidsautoriteiten van Zambia in lokale media)

Vibrio alginolyticus-wond-infectie opgelopen in Guernsey

Een Engelse patiënte heeft afgelopen zomer een Vibrio alginolyticus-infectie opgelopen nadat ze had gezwommen in zee rond het Britse Kanaaleiland Guernsey. De patiënte presenteerde zich met een niet-helende wondinfectie (zie figuur). Zij had 2 weken daarvoor een wond opgelopen in haar tuin. Ze had de wond zelf behandeld met een lokaal gemaakte zeewierdressing. Het zeewier was verzameld tijdens laagtij rond het eiland. De patiënte had na de verwonding regelmatig in zee gezwommen. Uit de wond werd een Vibrio alginolyticus gekweekt. Na behandeling met antibiotica herstelde de patiënte volledig. Ook in zeewiermonsters kon Vibrio alginolyticus aangetoond worden. Monsters van zeewater waren negatief. In Europa worden infecties met Vibrio alginolyticus niet veel gemeld. Mogelijk heeft de warme junimaand voor een hogere temperatuur van het zeewater gezorgd. Hierdoor wordt de groei van Vibrio-stammen bevorderd. De auteurs raden het af om niet-steriele zeewierdressings te gebruiken bij open wonden. (Bron: Eurosurveillance)

Foto beenwond in gesignaleerd 
(Bron: Eurosurveillance)

Uitbraak shigellose door basilicum in Noorwegen

Begin oktober startten de GGD en de nVWA van Tromsø, in het noorden van Noorwegen, een onderzoek naar een cluster van shigellose rond Tromsø. Het ging om 42 mensen die allemaal na 30 september bij verschillende sociale evenementen waren geweest waarbij wel dezelfde cateraar was betrokken. Uit de vragenlijst kwam naar voren dat de bron van besmetting versgemaakte pesto was. Bijna tegelijkertijd was er een klein cluster van 4 personen met shigellose in het zuiden van Noorwegen. De stammen van deze patiënten waren via typering (MLVA) niet te onderscheiden van die uit het noorden. De patiënten uit het zuiden hadden basilicum gegeten in een restaurant. Hiermee werd basilicum, een ingrediënt van pesto, het verdachte product. De cateraar en het restaurant bleken dezelfde leverancier te hebben. De basilicum werd door de distributeur onmiddellijk van de markt gehaald. Noorwegen deed een oproep voor gerelateerde gevallen in andere Europese landen, maar geen enkel ander land heeft een toename gemeld. (Bron: Eurosurveillance)

 

Teken besmet met Krim-Congo hemorragische koortsvirus in Spanje

Bij teken die verzameld zijn in het zuidwesten van Spanje is het Krim-Congo hemorragische koortsvirus (Krim-Congovirus) aangetroffen. 118 Teken werden verzameld uit de vachten van herten waarna een poolsgewijze PCR (polymerase chain reaction) werd uitgevoerd: 2 pools met elk 10 teken waren positief voor het virus. Uit sequentieanalyse bleek er 98% genetische overeenkomst te zijn met Krim-Congovirus afkomstig uit Mauritanië en Senegal.

Krim-Congo hemorragische koorts kan bij mensen een ernstig ziektebeeld veroorzaken waaraan 30% tot 50% van de patiënten overlijdt. Het virus wordt door teken door rechtstreeks contact met besmet bloed of weefsel overgebracht. Het verspreidingsgebied van Krim-Congovirus omvat grote delen van Azië en Afrika. Verschillende Europese landen behoren eveneens tot het natuurlijke verspreidingsgebied: Bulgarije, Griekenland, Turkije, Albanië, Servië, Bosnië, Kroatië en delen van Rusland. Spanje valt buiten het bekende verspreidingsgebied. Gezien de genetische verwantschap met het virus dat eerder gevonden is in het noordwesten van Afrika, suggereren de onderzoekers dat besmette teken mogelijk via vogels vanuit Afrika naar Spanje zijn gemigreerd. In Nederland komt de hyalommateek, die een grote rol speelt bij de verspreiding, niet voor en het klimaat lijkt niet geschikt voor vestiging. Het is onbekend in hoeverre teken die inheems zijn in Nederland het virus zouden kunnen overdragen. (Bron: Promed)

Auteur

E. Fanoy, Centrum Infectieziektebestrijding, RIVM, Bilthoven

 

Correspondentie:

E. Fanoy | ewout.fanoy@rivm.nl

IB cover

Download

Gerelateerde onderwerpen

Home / Documenten en publicaties / Uitgaven / December 2011 / Gesignaleerd december 2011

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu