RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Risicofactoren voor secundaire transmissie van Shigella-infecties in huishoudens: implicaties voor het huidige preventiebeleid

L. Bovée, J Whelan, G. Sonder, A.P. van Dam, A .van den Hoek In de periode 2002-2009 is de secundaire transmissie van Shigella onderzocht bij gezinscontacten van patiënten. In dit onderzoek wordt aangetoond dat secundaire transmissie bij shigellose (Shigella-infecties) met name wordt gezien bij indexpatiënten van 0-5 jaar en bij gezinscontacten met diarree. De controle moet dan ook gericht zijn op alle gezinscontacten van deze jonge indexpatiënten, en op gezinscontacten van patiënten > 6 jaar met diarreeklachten. Deze resultaten nodigen uit tot aanpassing van paragraaf 9 van de richtlijn Shigellose van de Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding (LCI).

Achtergrond

De internationale richtlijnen om secundaire overdracht van shigellose te voorkomen variëren sterk. Patiënten met shigellose, hun contacten met diarree, school of kinderdagverblijf bezoekende kinderen en/of contacten werkzaam in bepaalde beroepsgroepen worden vaak geweerd van school, opvang of werk.
In Nederland vindt fecesonderzoek bij gezinscontacten plaats indien de indexpatiënt jonger is dan 16 jaar of één of meer contacten in het gezin jonger zijn dan 16 jaar. Als de indexpatiënt ouder is dan 16 jaar en er geen jongere contacten in het gezin zijn wordt er alleen fecesonderzoek verricht bij die gezinscontacten die klachten hebben passend bij een shigellose of werkzaam zijn in de voedselbereiding of verzorging. In het weringsbeleid bij een shigellose wordt onder andere geadviseerd om kinderen die kindercentra of de groepen 1 en 2 van een basisschool bezoeken en contact zijn van een patiënt met een shigellose, te weren totdat de feceskweek (eenmaal) negatief is voor Shigella. In dit artikel zijn risicofactoren voor secundaire shigellose in huishoudens bekeken en is het weringsbeleid in dit opzicht beoordeeld.

Resultaten

In de periode 2002-2009 zijn er 102 meldingen van shigellose in het onderzoek opgenomen. De secundaire transmissie van Shigella was 7,4%. In een multivariabel model waarin gecorrigeerd werd voor patiënt- en contactkarakteristieken, was alleen diarree bij contacten voorspellend voor de aanwezigheid van shigellose (zie tabel1: IRR 8.0, 95%BI:2.7-23.8). In een ander model, waarin de variabele diarree niet was meegenomen, was de leeftijd van de patiënt (0-3 jaar (IRR:2.5, 95% BI:1.1-5.5 en 4-6 jaar (IRR:2.2,95%BI:1.1-4.3) in vergelijking met patiënten ouder dan 6 jaar) en de grootte van het gezin (>6 personen (IRR: 3.4, 95%BI:1.2-9.5 in vergelijking met gezinnen bestaande uit 2-4 personen) voorspellend voor secundaire transmissie . Andere kenmerken van contacten waren niet gerelateerd aan secundaire transmissie.
Als fecesonderzoek beperkt was geweest tot gezinscontacten van indexpatiënten onder de 6 jaar en tot contacten met diarree, dan zou 96% van de secundaire infecties zijn ontdekt en zouden wij slechts één volwassen asymptomatische drager hebben gemist. Bij 164 contacten zou geen fecesonderzoek nodig zijn geweest.
Leeftijd van de contactpersoon was niet geassocieerd met secundaire shigellose. Op grond van de huidige richtlijnen zouden in dit onderzoek 70 kinderen met asymptomatische klachten < 6 jaar geweerd moeten zijn geweest van school of kinderdagverblijf in afwachting van een negatieve uitslag van fecesonderzoek. Onder deze 70 kinderen vonden wij slechts één asymptomatische infectie.

Risicofactoren voor secundaire transmissie van Shigella-infecties in  huishoudens Tabel 1

Risicofactoren voor secundaire transmissie van Shigella-infecties in  huishoudens Figuur 1

Conclusie

Op grond van dit onderzoek concluderen wij dat alle symptomatische en asymptomatische contacten van een kind < 6 jaar met shigellose moeten worden onderzocht op de aanwezigheid van een Shigella. Bij de overige patiënten kan fecesonderzoek worden beperkt tot die contacten die diarree hebben (gehad). Kinderen die contact zijn maar geen diarree hebben hoeven niet geweerd te worden van een kinderdagverblijf of school.

Auteurs

L. Bovée, J. Whelan, G. Sonder, A.P. van Dam, A .van den Hoek, GGD Amsterdam

Correspondentie

lbovee@ggd.amsterdam.nl

Home / Documenten en publicaties / Uitgaven / Juni 2013 / Risicofactoren voor secundaire transmissie van Shigella-infecties in huishoudens: implicaties voor het huidige preventiebeleid

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu