Inhoud 24.09

  • Gesignaleerd tot en met 24 oktober 2013 11 november 2013

    Overzicht van bijzondere meldingen, clusters en epidemieën van infectieziekten in binnen- en buitenland tot en met 24 oktober 2013

  • Zoönotische infecties met Streptococcus suis in Nederland 11 november 2013

    C. Schultsz, D. van Dijk, J.A. Wagenaar, A. van der Ende

    De dreiging van zoönotische infecties voor de algemene volksgezondheid wordt in toenemende mate erkend. Zo publiceert het RIVM jaarlijks het rapport De Staat van Zoönosen en werd in 2010 het rapport Emerging zoonoses: early warning and surveillance in the Netherlands gepubliceerd. (1) In het laatste rapport wordt een risicoanalyse weergegeven met daarin de belangrijkste verwekkers die thans of mogelijk in de toekomst bijdragen aan de last van zoönotische infecties. Een van die verwekkers is Streptococcus suis, een bacteriële verwekker van met name meningitis en sepsis, waarvan varkens het belangrijkste reservoir vormen. Mede omdat S. suis-infecties bij de mens niet meldingsplichtig zijn en alleen isolaten van patiënten met meningitis ingestuurd worden naar het Nederlands Referentie Laboratorium voor Bacteriële Meningitis (NRLBM), is er weinig bekend over het vóórkomen van S. suis-infecties bij de mens in Nederland. Hier beschrijven we de belangrijkste kenmerken van zoönotische S. suis-infecties en gaan in op het belang van surveillance.

  • Surveillance van Shigatoxineproducerende Escherichia coli (STEC) in Nederland, 2012 11 november 2013

    I.H.M. Friesema, W.K. van der Zwaluw, E.G. Biesta-Peters, R. Zuidema, S. Kuiling, I. Jongenburger, D.W. Notermans, W. van Pelt

    Sinds januari 1999 bestaat er een surveillance van Shigatoxineproducerende Escherichia coli (STEC) O157-infecties in Nederland. In 2007 is STEC non-O157 hieraan toegevoegd, hoewel de diagnostiek daarvoor nog niet landelijk dekkend is. In 2012 zijn er 85 patiënten met een STEC O157-infectie, 198 patiënten met een STEC non-O157-infectie en 760 patiënten met STEC zonder verdere bevestiging gemeld. Binnen de STEC non-O157-groep werden O91 (n=30) en O26 (n=29) het meest gevonden. Van de STEC O157-patiënten werd 40% opgenomen in een ziekenhuis (31-54% in eerdere jaren) ten opzichte van 17% van de STEC non-O157-patiënten (11-22% in 2008-2011). Twee oudere patiënten (63 en 73 jaar) overleden aan respectievelijke een STEC O26-infectie en een niet verder microbiologisch bevestigde STEC-infectie. Vijftien personen ontwikkelden het hemolytisch-uremisch syndroom (HUS): vijfmaal door STEC O157, eenmaal door een niet typeerbare STEC en negenmaal zonder verdere bevestiging. De incidentie van zowel STEC O157 als STEC non-O157 is de afgelopen jaren langzaam gestegen. De ziektelast van STEC non-O157 is meestal lager dan STEC O157, mede afhankelijk van de specifieke O-groep.

  • Seksueel overdraagbare aandoeningen, waaronder hiv, in Nederland in 2012 11 november 2013

    L.C. Soetens, F.D.H. Koedijk, H.J. Vriend, I.V.F. van den Broek, E.L.M. Op de Coul, F. van Aar, B.H.B. van Benthem

    In 2012 hebben meer mensen zich bij een polikliniek voor seksueel overdraagbare aandoeningen (soa) laten testen op een soa dan in voorgaande jaren. Ook is bij meer mensen een soa geconstateerd. Vooral het percentage mensen met een chlamydia- en gonorroe-infectie nam toe. Deze tendensen zijn zichtbaar bij zowel de soapoliklinieken als de huisartsen. Een goed functionerende soamonitoring blijft daarom essentieel om zicht te houden op relevante trends en opkomende soa binnen groepen die een grotere kans hebben deze infecties op te lopen.

  • Kennisniveau van harddruggebruikers over infectieziekten is hoog 11 november 2013

    A. van der Poel, P. Havinga, C. van der Velden, E.A de Gee

    Harddruggebruikers zijn een risicogroep voor het oplopen van infectieziekten. Voor deze groep is het geven van goede informatie over de verschillende aspecten van infectieziekten dan ook van essentieel belang. In 2012 is vanuit het Netwerk Infectieziekten & Harm Reduction een onderzoek onder harddruggebruikers in de Nederlandse laagdrempelige verslavingszorg uitgevoerd. Speciale aandacht was er voor leefsituatie, gezondheid, middelengebruik en injecteren. In dit artikel laten we zien dat het kennisniveau van harddruggebruikers hoog is, en dat de huidige groep van injecteerders veel weet over hepatitis B en C en hiv.

  • Surveillancestudies van infectieziekten: bewijs voor actie 11 november 2013

    G. van Rijckevorsel

    Tegenwoordig wordt het professioneel medisch handelen, ook binnen de publieke gezondheidszorg, sterk beïnvloed door richtlijnen en protocollen. Richtlijnen kunnen leiden tot een betere kwaliteit van zorg, door het bevorderen van de consistentie en uniformiteit van de praktijkvoering. In het verleden zijn vele richtlijnen tot stand gekomen uit een combinatie van ervaring en expertise van professionals. Tegenwoordig streeft men ernaar de richtlijnen te onderbouwen met wetenschappelijk bewijs. De gedachte is dat hoe sterker het wetenschappelijk bewijs is, hoe hoger de kwaliteit van de richtlijnen zal zijn. Het proefschrift Surveillancestudies van infectieziekten: bewijs voor actie beschrijft een aantal surveillancestudies met onderzoeksvragen uit de dagelijkse praktijkvoering van de afdeling infectieziektebestrijding van de Geneeskundige Gezondheidsdienst (GGD) van Amsterdam. De antwoorden op deze onderzoeksvragen leverden een bijdrage aan een betere onderbouwing of uitvoering van de bestaande Nederlandse richtlijnen voor infectieziektebestrijding.

  • Kennis van vandaag & kansen voor morgen 11 november 2013

    Op donderdag 28 november organiseert de Koepel Artsen Maatschappij en Gezondheid (KAMG) voor de 5e keer het KAMG-congres. De rode draad van het congres is deze keer ‘de wetenschap in de publieke gezondheid’. Hoe benutten we de praktijk voor onderzoek? Hoe maken we de vertaalslag van onderzoeksresultaten naar de praktijk en terug? Wat hebben de gemeente en de burger er aan? Hoe leidt wetenschap tot verbinding?

  • Meldingen Wet publieke gezondheid tot en met week 40 2013 11 november 2013

    Overzicht meldingen Wet publieke gezondheid tot en met week 40, 2013

  • Meldingen uit de virologische laboratoria tot en met week 40 2013 11 november 2013

    Overzicht van meldingen uit de virologische laboratoria tot en met week 40 2013

  • Nationale surveillance van CPE en MRSA tot en met week 40 2013 11 november 2013

    Overzichten van nationale surveillance van CPE en MRSA tot en met week 40 2013

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu