RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Gesignaleerd tot en met 24 oktober 2013

Overzicht van bijzondere meldingen, clusters en epidemieën van infectieziekten in binnen- en buitenland tot en met 24 oktober 2013

Binnenlandse signalen

Verspreiding van mazelen in de Bijbelgordel

In de periode 1 mei-24 oktober 2013 zijn 2016 patiënten met mazelen gemeld.(Figuur 1,2) De incidentie van meldingen blijft sinds augustus op een stabiel niveau.

Figuur 1 Mazelenpatiénten in de periode 1-5-2013 tot 23-10-2013

Figuur 1 Mazelenpatiënten in de periode 1-5-2013 tot 23-10-2013, naar gemeente. (Bron: RIVM)

 

 

Figuur 2 Mazlenpatiënten naar week van eerste ziektedag exantheem en vaccinatiestatus 1-5-2013 tot 23-10-2013

 

Figuur 1 Mazelenpatiënten naar week van eerste ziektedag exantheem en vaccinatiestatus (n=1979*), 1-5-2013 tot 23-10-2013. * Importcasussen (n=26) zijn hier uitgesloten. In het overzicht zijn daarnaast 37 patiënten niet opgenomen vanwege het ontbreken van de 1e ziektedag. Let op: er zit een vertraging in de meldingen, waardoor de aantallen in met name de laatste 2 weken een onderschatting zijn van het werkelijke aantal patiënten. (Bron: RIVM)

 

Rabiës bij geïmporteerde pups uit Bulgarije

Op 19 en 20 oktober is bij 2 pups hondsdolheid vastgesteld. De hondjes waren afkomstig van een zwerfhondenopvangorganisatie in Bulgarije. Zij maakten deel uit van een nest, waarvan 2 honden per auto naar Nederland werden vervoerd en hier zijn verkocht. Een pup vertoonde sinds enkele dagen agressief gedrag en is op verdenking van rabiës afgemaakt. Door middel van immunofluorescentieonderzoek op de hersenen door het Centraal Veterinair Instituut (CVI) werd de diagnose bevestigd. De Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) heeft de andere pup getraceerd en deze vertoonde aspecifieke verschijnselen. Ook deze pup is afgemaakt en bleek na onderzoek rabiëspositief. Drie GGD’en doen contactonderzoek. Bij ruim 40 personen is gestart met rabiës postexpositieprofylaxe. De NVWA is bezig om dieren die in contact zijn geweest met deze hondjes op te sporen. In Bulgarije komt rabiës voor bij in het wild levende dieren. (Bronnen: NVWA, RIVM)

 

Jaaroverzicht tuberculose 2012

In 2012 werden 958 tuberculosepatiënten gemeld van wie 511 longtuberculose hadden. Hiervan hadden 177 patiënten sputumpositieve longtuberculose, de meest besmettelijke vorm van tuberculose. Het aantal tuberculosepatiënten is sinds 2002 met 32% gedaald. (Figuur 3) De incidentie in 2012 was 5,7 per 100.000 inwoners. Het aantal patiënten met pulmonale tuberculose daalde sneller dan het aantal met extrapulmonale tuberculose (daling van 42% versus 17%). De daling in het aantal patiënten zet zich in 2013 voort. Bijna driekwart van de patiënten in 2012 is geboren in het buitenland (73%) en de grootste groep hiervan (18%) is afkomstig uit Somalië. Bij deze laatste patiënten wordt relatief vaak lymfekliertuberculose gezien. In 2012 zijn 11 patiënten met multidrugresistente(MDR)tuberculose gediagnosticeerd. Er zijn sinds 2009, toen er 3 patiënten gemeld werden, geen patiënten met extreme drugresistente (XDR) tuberculose gemeld in Nederland. Het percentage patiënten waarbij de behandeling met succes is voltooid is in 2011 gemiddeld 87%, iets hoger dan het streefpercentage van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) van 85%.

Figuur 3 Aantal geregistreerde actieve tbc naar maand van diagnose, 2009-2013

Figuur 3 Aantal geregistreerde actieve tuberculose naar maand van diagnose, 2009-2013 (Bron: RIVM)

 

Begin van norovirus- en rhinovirusseizoen

In de virologische weekstaten is vanaf week 41 sprake van een toename van het aantal positieve uitslagen van norovirus en rhinovirus. (Figuur 4,5) In vergelijking met het aantal positieve uitslagen in de voorgaande 7 jaar, is deze toename overeenkomstig de verwachting voor deze tijd van het jaar. Eind 2012 begon het norovirusseizoen vroeger dan gebruikelijk.

Figuur 4 Aantal positieve norovirusuitslagen, periode 2006 - week 41 2013

Figuur 4 Aantal positieve norovirusuitslagen, periode 2006 t/m week 41 van 2013

Figuur 5 Aantal positieve rhinovirusuitslagen, periode 2006-week 41 2013

Figuur 5 Aantal positieve rhinovirusuitslagen, periode 2006 t/m week 41 van 2013 (Bron: RIVM)

 

Autochtone tularemie bij een jongeman 

Een week voor de melding op 5 september van een haas met tularemie in Limburg, stelden artsen-microbiologen bij een jongeman de waarschijnlijkheidsdiagnose tularemie. De jongen had op 27 juli tijdens een verblijf in een natuurgebied in Limburg een aantal beten door dazen en mogelijk muggen opgelopen. Hij was daar voor het bestuderen van vogels en was niet in aanraking geweest met dode hazen of andere dieren. In de daarop volgende dagen ontstonden een huidafwijking op zijn been, een forse lymfadenitis in de lies en kreeg hij koorts. Ook ging hij hoesten. Er waren geen duidelijke afwijkingen op de longfoto te zien. Behandeling met amoxicilline door de huisarts en later clindamycine hadden geen invloed op het ziektebeloop. Er werd uit een spontaan abcederende klier materiaal onderzocht met PCR (polymerase chain reaction) wat positief bleek te zijn voor Francisella tularensis. (Bronnen: RLM Jeroen Bosch Ziekenhuis, CVI, GGD Hart voor Brabant)

Cluster van Campylobacter-infecties na bezoek aan vleeskuikenslachterij 

Een groep van 14 personen bracht een werkbezoek aan een vleeskuikenslachterij. Twee tot 4 dagen na het werkbezoek kregen 9 van de 14 bezoekers gastro-enteritisklachten, sommigen met koorts en/of bloederige diarree. Bij 4 van hen werd diagnostiek ingezet en alle 4 bleken positief te zijn voor Campylobacter. Nadere typering werd uitgevoerd. De patiënten waren niet direct in aanraking geweest met kippen. Tijdens het werkbezoek droeg iedereen wel beschermende kleding maar geen mondkapjes of handschoenen. Mogelijke oorzaak van de besmetting is transmissie via de lucht (aerogeen) geweest. Aerogene transmissie in vleeskuikenslachterijen wordt in de literatuur als een mogelijke transmissieroute beschreven. Een andere gemeenschappelijke bron voor deze uitbraak kon niet worden geïdentificeerd. (Bronnen: CIb/RIVM, British Poultry Science)

Buitenlandse signalen

Mogelijk patiënten met polio in Syrië

De WHO meldt een cluster van patiënten met acute slappe verlamming in Syrië. Vanwege de burgeroorlog is het vaccinatieprogramma volledig stilgevallen en de vaccinatiegraad onder jonge kinderen is daardoor zeer laag. De verdenking op een poliocluster is dan ook groot. De voorlopige diagnostiek wijst op voor poliovirus maar dit moet nog bevestigd worden. In de regio is de actieve surveillance naar mogelijke poliopatiënten geïntensiveerd. In omliggende landen worden op basis van de beschikbare informatie poliovaccinatiecampagnes voorbereid en in een aantal vluchtelingenkampen voor Syriërs wordt al gevaccineerd tegen polio, en ook tegen mazelen.
(Bronnen: WHO, ECDC)

Cholera in landen in het Caribisch gebied 

De Pan American Health Organization (PAHO) heeft op 26 september 2013 een overzicht gepubliceerd van cholera-uitbraken in Mexico, Haïti, de Dominicaanse Republiek en Cuba. Sinds het begin van de uitbraak op Haïti in oktober 2010 tot en met week 38 van dit jaar zijn 678.840 patiënten met cholera gemeld, waarvan 377.426 werden opgenomen in het ziekenhuis en 8.289 overleden. Landelijk wordt er sinds oktober 2012 een afname gezien in het aantal patiënten, maar er zijn wel lokale toenames in enkele departementen. In de Dominicaanse Republiek zijn sinds het begin van de epidemie in november 2010 tot en met week 36 van 2013 30.973 patiënten gemeld, waarvan 455 zijn overleden. De Cubaanse autoriteiten hebben 678 cholerapatiënten gemeld in de periode juli 2012 tot en met augustus 2013. Onder de patiënten met laboratoriumbevestigde cholera zijn 8 Europese reizigers die cholera hebben opgelopen in Cuba, waaronder 3 uit Italië, 2 uit Duitsland, 2 uit Spanje en 1 uit Nederland. In 2 Mexicaanse districten zijn 10 patiënten met aboratoriumbevestigde cholera gemeld met eerste ziektedagen tussen 17 augustus en 17 september 2013. Vijf patiënten werden opgenomen in het ziekenhuis en 1 is overleden. (Bronnen: ECDC, PAHO)

West-Nijlvirus in Europa 

Sinds het begin van het transmissieseizoen dit jaar zijn er tot 19 oktober 221 patiënten met een West-Nijlvirusinfectie gerapporteerd in de Europese Unie (EU) en 511 patiënten in EU-buurlanden. (Bron: ECDC)

Import van Plasmodium knowlesi in Duitsland 

In Eurosurveillance is de eerste in Duitsland geïmporteerde infectie van Plasmodium knowlesi beschreven. Het gaat om een vrouw, die in Thailand op vakantie was geweest. Het is niet mogelijk om op basis van morfologische kenmerken in een dikke druppel of uitstrijkje de diagnose P. knowlesi te stellen. Deze patiënt reageerde positief in de sneltest met panmalaria-aldolase. De definitieve uitslag werd gesteld nadat er een specifieke PCR (polymerase chain reaction) werd uitgevoerd. Tot voor kort waren er 4 Plasmodium-soorten bekend die malaria bij mensen konden veroorzaken; P. falciparum (tropische malaria), P. malariae (malaria quartana), P. vivax en P. ovale (malaria tertiana). P. knowlesi is hoofdzakelijk een infectie onder de apensoort Makaken en wordt daarom ook wel ‘apenmalaria’ genoemd. Humane infecties zijn tot nu toe beschreven in Maleisië, de Filippijnen, Thailand, Myanmar en Indonesië. De prevalentie van P. knowlesi-infecties in Thailand is laag (1%) in vergelijking tot hoog endemische gebieden als Borneo (Nieuw-Guinea) (50%). Import van deze infecties in Europa is zeldzaam en is tot nu toe alleen gerapporteerd in Zweden, Spanje, Frankrijk en Finland. Ook in Nederland is in 2009 een patiënt gemeld. (Bronnen: Eurosurveillance, Infectieziekten Bulletin)

Figuur 6 Gemelde patiénten met Westnijlvirusinfecties binnen de EU en EU-buurlanden in 2013

Figuur 6 Gemelde patiënten met Westnijlvirusinfecties binnen de EU en EU-buurlanden in 2013 (Bron: ECDC)

Stand van zaken MERS

In de periode oktober 2012-24 oktober 2013 zijn wereldwijd 144 patiënten met MERS-CoV (Middle East respiratory syndrome coronavirus)  gemeld aan de WHO. De leeftijd van de patiënten varieert van 2 tot 94 jaar met een mediaan van 50 jaar; 62% van de patiënten is man. De reden hiervoor is nog onduidelijk. Alle patiënten zijn besmet op het Arabisch schiereiland, of zijn een direct contact van een patiënt die daar is besmet. 24% Van de besmettingen is veroorzaakt door nauwe contacten binnen een ziekenhuis. Bij 75% van de bevestigde primaire patiënten is sprake van co-morbiditeit. Sinds juni zijn 18 asymptomatische patiënten gemeld, het is nog onduidelijk in welke mate zij hebben bijgedragen aan verdere verspreiding van het virus. Bij serologische studies onder nauwe contacten van patiënten in Duitsland en Frankrijk werden geen antistoffen aangetroffen, maar de betekenis van deze bevindingen is onduidelijk omdat serologische testen nog niet goed zijn gevalideerd, door gebrek aan voldoende klinisch materiaal. De case fatality rate ligt bij primaire besmettingen op 56% en bij secundaire besmettingen op 28%. De R0 (het gemiddeld aantal mensen dat geïnfecteerd wordt door 1 patiënt) van MERS-CoV is geschat op 0.69 (95% CI 0.50-0.92). Over de bron van MERS is nog steeds weinig bekend. De conclusie is dat er sprake is van aanhoudende blootstelling is aan MERS-CoV in het Midden-Oosten, met beperkte mens-op-menstransmissie. De jaarlijkse Hadj, waaraan ook enkele duizenden Nederlanders deelnemen, vond plaats van 13 tot 18 oktober. Artsen zijn via een inf@ctbericht gevraagd om alert te zijn op mogelijke besmetting met het MERS-CoV bij patiënten die zich binnen 2 weken na terugkomst presenteren met een beeld van een ernstige acute respiratoire infectie. (Bronnen: RIVM, Breban et al, ECDC, WHO)

 

Auteur

E. Fanoy, Centrum Infectieziektebestrijding, RIVM, Bilthoven

Correspondentie
ewout.fanoy@rivm.nl

IB cover

Download

Gerelateerde onderwerpen

Home / Documenten en publicaties / Uitgaven / Gesignaleerd tot en met 24 oktober 2013

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu