RIVM_Logo

Seksueel overdraagbare aandoeningen, waaronder hiv, in Nederland in 2012

L.C. Soetens, F.D.H. Koedijk, H.J. Vriend, I.V.F. van den Broek, E.L.M. Op de Coul, F. van Aar, B.H.B. van Benthem

In 2012 hebben meer mensen zich bij een polikliniek voor seksueel overdraagbare aandoeningen (soa) laten testen op een soa dan in voorgaande jaren. Ook is bij meer mensen een soa geconstateerd. Vooral het percentage mensen met een chlamydia- en gonorroe-infectie nam toe. Deze tendensen zijn zichtbaar bij zowel de soapoliklinieken als de huisartsen. Een goed functionerende soamonitoring blijft daarom essentieel om zicht te houden op relevante trends en opkomende soa binnen groepen die een grotere kans hebben deze infecties op te lopen.

Soaconsulten

De soapoliklinieken zijn bedoeld voor hoogrisicogroepen die in de reguliere zorg niet voldoende bereikt worden. Om deze groepen te bereiken passen de soapoliklinieken een landelijk afgestemd triagesysteem toe. De hoogrisicogroepen, waaronder mannen die seks hebben met mannen (MSM; 20% van de bezoekers in 2012), personen afkomstig uit soa/hivendemische gebieden (26% van de bezoekers in 2012) en jongeren tot 25 jaar (49% van de bezoekers in 2012), worden gratis routinematig getest op chlamydia, gonorroe, syfilis en hiv, en op indicatie op andere soa zoals hepatitis B. Ook personen met soaklachten, personen die gewaarschuwd zijn voor een soa, personen met veel wisselende contacten en prostituees en hun klanten komen in aanmerking voor een gratis soaconsult op de soapolikliniek. Jongeren tot 25 jaar die aan geen van de andere genoemde indicatiecriteria voldoen, worden in eerste instantie alleen op chlamydia getest. Indien positief, wordt vervolgens op gonorroe, syfilis en hiv getest. De soadiagnostiek wordt uitgevoerd door de lokale laboratoria volgens richtlijnen van de Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding van het RIVM (RIVM/LCI) en/of de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV).

Figuur 1 Totaal aantal testen en percentage positieve testen bij heteroseksuele mannen, MSM en vrouwen binnen de soapoliklinieken, 2004-2012

Figuur 1 Totaal aantal testen en percentage positieve testen bij heteroseksuele mannen, MSM en vrouwen binnen de soapoliklinieken, 2004-2012

In 2012 werden in totaal 121.278 nieuwe soaconsulten uitgevoerd bij de soapoliklinieken, een stijging van 7% ten opzichte van 2011. De stijging in het aantal consulten was het grootst bij MSM (+13%). (Figuur 1) Ook het aandeel consulten waarin 1 of meer soa (chlamydia, gonorroe, syfilis, hiv en/of hepatitis B) werd gevonden (het vindpercentage) nam toe: van 14% in 2011 naar 15% in 2012. Dit vindpercentage was het hoogst voor MSM (20%). Data van huisartsen laten zien dat het aantal soadiagnoses en soagerelateerde episodes (geregistreerd door de huisarts als ‘angst voor soa/hiv’) in 2011 toenam ten opzichte van 2010 (+14%), daarmee zijn deze weer op het niveau van 2008 en 2009. (Figuur 2) Gegevens van de huisartsen over 2012 zijn nog niet beschikbaar.

Chlamydia

In 2012 was chlamydia opnieuw de meest gediagnosticeerde bacteriële soa in de soapoliklinieken met 14.721 gerapporteerde patiënten. Het percentage positieve chlamydiatesten steeg naar 12,2% in 2012 ten opzichte van 11,5% in 2011, en dit was in 2012 het hoogst onder heteroseksuele mannen en vrouwen (figuur 3), vooral bij jongeren onder de 20 jaar (M 18,9% en V 19,1% positief). De meeste chlamydia-infecties bij heteroseksuelen werden bij jongeren onder de 25 jaar gediagnosticeerd (59%). Bij de huisarts is het aantal chlamydiadiagnoses in 2011 gestegen met 13% ten opzichte van 2010. Lymphogranuloma venereum (LGV), een agressieve variant van chlamydia, wordt sinds de uitbraak in 2004 nog steeds regelmatig gevonden en is 2012 sterk toegenomen naar 184 nieuwe gevallen (69 in 2011).LGV komt in Nederland, net als in andere landen, vooral voor bij MSM die ook met hiv geïnfecteerd zijn (76%).

Gonorroe

Het percentage positieve gonorroetesten bij de soapoliklinieken nam toe tot 3,6% in 2012 (3.991 positieve testen). Gonorroe werd vooral gediagnosticeerd bij MSM: 9,3% testte positief, vergeleken met 2,1% van de heteroseksuele mannen en 1,9% van de vrouwen. (Figuur 3) Sinds 2008 wordt bij zowel heteroseksuelen als MSM een toename gezien in het percentage positieve gonorroetesten. Het aantal gonorroediagnoses bij de huisarts is in 2011 sterk toegenomen ten opzicht van 2010, met name bij vrouwen. De aantallen zitten hiermee weer op het niveau van voorgaande jaren. Gegevens uit de antibioticaresistentiesurveillance bij gonorroe laten zien dat er op dit moment op de soapoliklinieken nog geen resistentie is gevonden tegen ceftriaxon, het huidige middel van eerste keus. Monitoring blijft echter van belang, zeker gezien de gerapporteerde resistentie tegen derdegeneratiecefalosporines in andere landen in en buiten Europa.

Hiv

Op de soapoliklinieken werden 358 nieuwe hivdiagnoses gesteld in 2012. Het percentage positieve hivtesten voor MSM nam af: van 2,0% in 2011 naar 1,5% in 2012. (Figuur 3) Bij heteroseksuele mannen en vrouwen bleef dit percentage stabiel op 0,1%. (Figuur 3) In 2012 werden 1.228 nieuwe aanmeldingen van hivpositieve personen in zorg gerapporteerd in de nationale hivregistratie van de Stichting HIV Monitoring. Hiervan waren 843 nieuwgediagnosticeerd in 2012; de overige nieuwe aanmeldingen werden al voor 2012 gediagnosticeerd, maar zijn wegens rapportagevertraging pas in 2012 in de hivregistratie aangemeld. Eind 2012 waren in totaal 20.528 personen met hiv in Nederland geregistreerd. Het aandeel van MSM bij nieuw gerapporteerde hivinfecties steeg licht tot 67%.

Figuur 2 Geschat aantal episodes geregistreerd door de huisarts als angst voor soa/hiv* en aantal geregistreerde positieve soadiagnoses(chlamydia, gonorroe, syfilis, hiv, trichomonas, genitale herpes, genitale wratten en non-specifieke urethritis), gebaseerd op een extrapolatie van data van de huisartspraktijken in het surveillancenetwerk van huisartsen (LINH) in Nederland 2002-2011

Figuur 2 Geschat aantal episodes geregistreerd door de huisarts als angst voor soa/hiv* en aantal geregistreerde positieve soadiagnoses(chlamydia, gonorroe, syfilis, hiv, trichomonas, genitale herpes, genitale wratten en non-specifieke urethritis), gebaseerd op een extrapolatie van data van de huisartspraktijken in het surveillancenetwerk van huisartsen (LINH) in Nederland 2002-2011
* angst voor soa/hiv is een specifieke codering in het huisartsenregistratiesysteem

Het aantal 50-plussers met hiv dat bekend is bij de behandelcentra (~ in zorg), steeg van 132 in 2004 naar 213 in 2011 (2012 nog incompleet), een toename van 61%. De sterkste stijging werd waargenomen bij mannen in deze leeftijdsgroep: MSM +88%, heteroseksuele mannen +57%. Het aandeel personen met hiv dat laat in zorg komt (<350 CD4-cellen op het moment van eerste bezoek aan behandelcentrum) daalde van 60% in 2000 tot 43% in 2012. Dit percentage was het laagst voor MSM (34%); bij heteroseksuelen was dit 58%. Van alle personen die gediagnosticeerd zijn bij de soapoliklinieken is 30% laat in zorg. Van alle personen die gediagnosticeerd zijn in het ziekenhuis of bij de huisarts lag dit percentage hoger, respectievelijk 67% en 46%.

Syfilis

Het percentage positieve syfilistesten bij MSM (2,1% van de MSM testte positief) in 2012 lijkt na jaren van daling (van 4,3% in 2007 naar 2,0% in 2011) te stabiliseren in de soapoliklinieken. (Figuur 3) In totaal werden er in 2012 571 infectieuze syfilisdiagnoses gesteld, waarvan 91% bij MSM.

Figuur 3 Percentage positieve testen bij heteroseksuele mannen, MSM en vrouwen voor chlamydia, gonorroe, syfilis en hiv binnen de soapoliklinieken in 2012

Figuur 3 Percentage positieve testen bij heteroseksuele mannen, MSM en vrouwen voor chlamydia, gonorroe, syfilis en hiv binnen de soapoliklinieken in 2012

 

Hepatitis B en C

Uit de aangiftecijfers van acute hepatitis B bleek dat de dalende trend die tot en met 2011 gezien werd stabiliseerde en licht steeg van 157 patiënten in 2011 naar 166 nieuwe patiënten in 2012. Het aantal gerapporteerde patiënten met acute hepatitis C nam af van 62 in 2011 tot 36 in 2012.

Genitale wratten en genitale herpes

Het aantal diagnoses van genitale wratten nam in 2012 in de soapoliklinieken af tot 2.308. Het aantal diagnoses van genitale herpes (HSV) steeg in 2012 met 4% tot 625 diagnoses. Hierbij moet worden opgemerkt dat onderzoek naar genitale wratten en HSV alleen op indicatie gebeurt, waardoor het aantal diagnoses en het percentage positieve testen niet vergelijkbaar zijn met die van bacteriële soa en hiv, waarop routinematig getest wordt. Bij de huisarts was van 2010 naar 2011 een lichte stijging te zien in gerapporteerde diagnoses HSV en genitale wratten.

Conclusie

Het aantal soaconsulten en het percentage positieve soatesten blijft nog steeds jaarlijks toenemen. Hoewel voor verschillende soa (hiv, syfilis en genitale wratten) een stagnatie of daling in aantal patiënten en percentage positieve testen gerapporteerd wordt, neemt het percentage soapolikliniekbezoekers waarbij een soa gevonden wordt nog steeds toe, door de toename van chlamydia- en gonorroe-infecties. Een intensieve soasurveillance is essentieel om zicht te houden op relevante trends. De bestrijding zou verder ondersteund kunnen worden door het continueren van het monitoren van opkomende soa en trends binnen hoogrisicogroepen, het bevorderen van partnerwaarschuwing en het systematisch uitvoeren van kweekonderzoeken naar gonorroe bij hoogrisicogroepen om de transmissie van resistente stammen te kunnen reduceren.

Auteurs

L.C. Soetens, F.D.H. Koedijk, H.J. Vriend, I.V.F. van den Broek, E.L.M. Op de Coul, F. van Aar, B.H.B. van Benthem, Centrum Infectieziektebestrijding, RIVM, Bilthoven

Correspondentie
loes.soetens@rivm.nl

Home / Documenten en publicaties / Uitgaven / Seksueel overdraagbare aandoeningen, waaronder hiv, in Nederland in 2012

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu