RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Veelgestelde vragen pneumokokken 1 prik minder

Achtergrond van het nieuwe inentingsschema
Vaccineren volgens het nieuwe schema

De ziekte
Het belang van inenten tegen pneumokokken
Het vaccin
Het Rijksvaccinatieprogramma algemeen

Achtergrond van het nieuwe inentingsschema

Waarom is het niet meer nodig om 4 inentingen tegen pneumokokken te krijgen?

De effectiviteit van de vaccinaties in het RVP wordt doorlopend bewaakt aan de hand van het aantal ernstige ziektegevallen (hersenvliesontsteking en bloedvergiftiging)door pneumokokkenziekte per type pneumokok. De pneumokokkeninenting bij jonge kinderen bleek succesvol. Uit het onderzoek bleek ook dat bij een hoge vaccinatiegraad en eenmaal opgebouwde groepsbescherming, zoals nu in Nederland, 3 in plaats van 4 prikken goede bescherming bieden tegen pneumokokkenziekte. Groepsbescherming betekent dat het effect van vaccinatie verder reikt dan de gevaccineerde kinderen; doordat de ziekte minder vaak voorkomt heeft de vaccinatie ook indirecte effecten zodat ook anderen in de omgeving van gevaccineerden beter beschermd zijn.
Daarom heeft de minister van VWS op advies van de Gezondheidsraad besloten dat er nog maar 3 inentingen gegeven hoeven te worden.

Wie hebben dit onderzoek uitgevoerd?

De beslissing is gebaseerd op onderzoek uitgevoerd door verschillende instituten in Nederland, waaronder het RIVM in Bilthoven, het Linnaeus Instituut van het Spaarneziekenhuis in Hoofddorp, het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht en het Nederlands Referentielaboratorium voor Bacteriële Meningitis. Daarnaast zijn resultaten van buitenlandse studies in het advies van de Gezondheidsraad opgenomen.

Wat hield dit onderzoek in? Hoe werd dit onderzoek uitgevoerd?

Belangrijk onderdeel van het onderzoek betrof onderzoek waarin antistofresponsen na verschillende vaccinatieschema’s (3+1 versus 2+1) zijn vergeleken. Hieruit bleek dat na de herhalingsvaccinatie op 10/11 maanden zowel de schema’s met 3 als met 4 prikken een goede antistofrespons gaven. Uit de surveillance van het voorkomen van pneumokokkenziekte bleek verder dat sinds de introductie van de vaccinatie ernstige pneumokokkenziekte bij kinderen sterk is afgenomen, maar ook dat dit voor ouderen geldt. Onderzoek waarin naar het voorkomen van de pneumokokkenbacterie is gekeken (dragerschapsonderzoek) liet zien dat de pneumokokkentypen die in het vaccin zitten, bij Nederlandse kinderen (vrijwel) niet meer voorkomen. Dit geeft aan dat de circulatie van de bacterie is afgenomen en dat er groepsbescherming is.

Waarom is bij de invoering van de inentingen tegen pneumokokken niet meteen gestart met 3 inentingen? 

Toen er gestart werd met inenten in 2006 met een vaccin tegen de 7 meeste voorkomende pneumokokkentypen (7-valent vaccin), waren er volgens de Gezondheidsraad nog onvoldoende gegevens om dat te onderbouwen en bovendien kon er nog geen groepsbescherming in Nederland verwacht worden. Ernstige pneumokokkenziekte kwam vooral voor bij kinderen onder de 2 jaar en bij mensen ouder dan 65 jaar. Baby’s konden al vrij snel na de geboorte ernstig ziek worden door pneumokokken. Daarom is er toen gekozen voor het geven van 3 prikken in het eerste halve levensjaar, om baby’s op die manier optimaal te beschermen, gevolgd door 1 prik op de leeftijd van 10/11 maanden. In 2011 is men overgegaan naar een vaccin tegen 10 pneumokokkentypen (10-valent vaccin). Omdat er ook toen nog te weinig bekend was over de groepsbescherming, bleef het prikschema onveranderd. Wel heeft de Gezondheidsraad toen voorgesteld om het prikschema na 2 jaar te heroverwegen, omdat men dan over voldoende gegevens zou beschikken. Dat is nu gebeurd.

Waarom is in andere landen bij de invoering wel direct gekozen voor 3 inentingen in plaats van 4?

Ieder land bepaalt zijn eigen nationale vaccinatieprogramma. Bij de besluitvorming over het vaccinatieprogramma spelen veel aspecten een rol. Vaak verschillen de diverse vaccinatieprogramma’s. Vóórkomen van de ziekten, al of niet bestaande groepsbescherming betreffende de ziekten waartegen gevaccineerd wordt, het inpassen in het schema met de andere vaccinaties, maar ook de kosten van het vaccin kunnen bij de besluitvorming een rol spelen. In Nederland adviseert de Gezondheidsraad de minister over het vaccinatieprogramma. De raad oordeelde dat er nog onvoldoende wetenschappelijke onderbouwing met gegevens over Nederland mogelijk was om een 2+1-schema te kunnen adviseren. Zodoende heeft de minister besloten om te beginnen met 4 inentingen om baby’s optimaal te beschermen. Via de doorlopende bewaking werd gekeken of groepsbescherming ontstond. Daarnaast werd gestart met onderzoek om het effect van het 2+1-schema te meten.

Waarom wordt gekozen voor een inenting bij 2 - 4 maanden?

Er zijn op dit moment geen aanwijzingen dat een 3-5 maandenschema tot minder ziektegevallen leidt dan een 2-4 maandenschema. Vanwege vroegere bescherming en betere inpasbaarheid in het Rijksvaccinatieprogramma geeft de commissie de voorkeur aan vaccineren op de leeftijd van 2, 4 en 11 maanden.

Vaccineren volgens het nieuwe schema

Vanaf wanneer is dit nieuwe inentingsschema geldig?

De minister heeft besloten dat direct gestart kan worden met het nieuwe schema. Zie hiervoor ook de informatie op de website. (zie vaccinatieschema)

Hoe weet ik of mijn kind een prik minder kan krijgen?

Dit kunt u bespreken tijdens het volgende consult op het consultatiebureau. Of uw kind in aanmerking komt voor het nieuwe schema is afhankelijk van de leeftijd van uw kind en het tijdstip waarop en het aantal prikken dat uw kind al gehad heeft.

Wat moet ik doen om te weten te komen of mijn kind een prik minder kan krijgen?

De volgende keer dat u met uw kind naar het consultatiebureau gaat, bekijkt de jeugdarts of jeugdverpleegkundige samen met u of uw kind in aanmerking komt voor het nieuwe schema. Er verandert niets aan het aantal andere vaccinaties en aan het aantal bezoeken dat u aan het consultatiebureau brengt. U hoeft hiervoor niet vooraf telefonisch contact op te nemen met het consultatiebureau.

Mijn kind heeft nu 4 prikken gehad tegen pneumokokken. Nu blijkt dat één te veel te zijn. Is dat schadelijk voor mijn kind?

Nee, dat is niet te veel en dat is niet schadelijk voor uw kind. U kunt ook in de bijsluiter lezen dat het vaccin zowel in een serie van 3 prikken als in een serie van 4 prikken gegeven mag worden. (zie bijsluiter)

Ik moet binnenkort met mijn kind de 1e prik tegen pneumokokken gaan halen. Kan die nu vervallen?

De eerste prik moet gewoon gegeven worden. De jeugdarts of jeugdverpleegkundige bekijkt samen met u of uw kind in aanmerking komt voor het nieuwe schema. De vaccinaties tegen pneumokokken worden op de leeftijd van 6-9 weken, 4 maanden en 11 maanden gegeven. Deze prikken worden tegelijk met de DKTP-Hib-HepB-vaccinaties gegeven. Op de leeftijd van 3 maanden wordt alleen een DKTP-Hib-HepB-vaccinatie gegeven.

Ik moet binnenkort met mijn kind de 2e prik tegen pneumokokken gaan halen. Kan die nu vervallen?

Als uw kind jonger dan 7 maanden is kan die prik waarschijnlijk vervallen. Op de leeftijd van 3 maanden wordt wel een DKTP-Hib-HepB-vaccinatie gegeven. De volgende keer dat u met uw kindje naar het consultatiebureau gaat, bekijkt de jeugdarts of jeugdverpleegkundige samen met u wanneer uw kind in aanmerking komt voor vaccinaties. De vaccinaties tegen pneumokokken worden op de leeftijd van 6-9 weken, 4 maanden en 10/11 maanden gegeven. Deze prikken worden tegelijk met de DKTP-Hib-HepB-vaccinaties gegeven.
Als uw kind 7 maanden of ouder is moet de prik waarschijnlijk wel gegeven worden. Bespreek dit op het consultatiebureau.

Ik moet binnenkort met mijn kind de 3e prik tegen pneumokokken gaan halen. Kan die nu vervallen?

Waarschijnlijk moet die prik gewoon gegeven worden. Voor een schema met drie prikken moet er namelijk een langere tijd (8 weken) tussen de eerste en tweede prik zitten.
De volgende keer dat u met uw kind naar het consultatiebureau gaat, bekijkt de jeugdarts of jeugdverpleegkundige samen met u of uw kind in aanmerking komt voor vaccinaties. De vaccinaties tegen pneumokokken worden op de leeftijd van 6-9 weken, 4 maanden en 11 maanden gegeven. Deze prikken worden tegelijk met de DKTP-Hib-HepB-vaccinaties gegeven. Op de leeftijd van 3 maanden wordt alleen een DKTP-Hib-HepB-vaccinatie gegeven. Als uw kind al ouder is gelden andere perioden. Dit kunt u op het consultatiebureau bespreken.

Ik moet binnenkort met mijn kind de 4e prik tegen pneumokokken gaan halen. Kan die nu vervallen?

Waarschijnlijk niet. De volgende keer dat u met uw kind naar het consultatiebureau gaat, bekijkt de jeugdarts of jeugdverpleegkundige samen met u welke vaccinaties uw kind nodig heeft.
Als uw kind al 3 prikken gehad heeft op de leeftijd van ongeveer 2, 3 en 4 maanden, dan moet daarna vrijwel altijd een half jaar later een 4e prik gegeven worden om een langdurige bescherming op te bouwen.

Mijn kind heeft met 2 maanden 1 inenting gehad en is nu 4 maanden oud, maar heeft door omstandigheden nog geen tweede inenting gekregen. Kan dit alsnog?

De volgende keer dat u met uw kind naar het consultatiebureau gaat, bekijkt de jeugdarts of jeugdverpleegkundige samen met u wanneer uw kind weer ingeënt moeten worden en hoeveel inentingen er gegeven moeten worden.

Op het vaccinatiebewijs staan 4 vakjes voor de inenting tegen pneumokokken. Maar de 1e inenting is nog niet gegeven. Komt mijn kind in aanmerking voor 3 inentingen?

Ja. Als uw kind de 1e inenting nog moet krijgen en uw kind is nog geen jaar oud, dan komt uw kind direct in aanmerking voor drie prikken. Het schema wordt per direct aangepast. Op het vaccinatiebewijs zal dit door de arts of verpleegkundige worden aangegeven. U kunt gelijk op het consultatiebureau een afspraak maken voor de inenting.

De ziekte

Wat zijn pneumokokken?

De pneumokok (Streptococcus pneumoniae) is een bacterie waarvan bijna 100 verschillende typen bekend zijn. Pneumokokken kunnen ernstige ziekten veroorzaken, zoals hersenvliesontsteking, bloedvergiftiging en longontsteking. Daarnaast zijn ze belangrijke verwekkers van middenoorontsteking. Pneumokokkenziekte komt vooral voor bij jonge kinderen, vanwege hun nog onrijpe afweersysteem. De ziekte kan ook senioren treffen, doordat met de leeftijd de werking van het immuunsysteem afneemt.
Pneumokokkenziekte is een verzamelnaam voor ziekten die worden veroorzaakt door de bacterie.
Het pneumokokkenvaccin dat in het vaccinatieprogramma wordt gebruikt, werkt tegen 10 typen (10-valent vaccin) die ernstige ziekte kunnen veroorzaken.

Hoe vaak komt pneumokokkenziekte voor?

Het inenten van jonge kinderen is erg succesvol gebleken. Ruim 6 jaar na het invoeren van de inenting is het aantal kinderen met de ernstige vormen (= invasief) van pneumokokkenziekte drastisch verminderd.
Pneumokokkenziekte die veroorzaakt wordt door pneumokokkentypen waar in Nederland tegen ingeënt wordt, is bij zuigelingen en jonge kinderen vrijwel verdwenen (in 2012 was de incidentie 0-2 per 100.000 per jaar bij 0-1 jarige kinderen; zie figuur 1).

Figuur 1

Figuur 1

In totaal is er een sterke afname van ernstige pneumokokkenziekte na invoering van vaccinatie.
In getallen betekent dit een daling bij kinderen jonger dan 1 jaar: van 50-60 in 2004-2005 naar 9 per 100.000 kinderen per jaar in 2012,
bij kinderen van 1 tot 2 jaar: van 24-32 in 2004-2005 naar 4 per 100.000 kinderen per jaar in 2012 (zie figuur 2).

Figuur 2

Figuur 2

Het belang van inenten tegen pneumokokken

Waarom is het zo belangrijk dat mijn kindje ingeënt wordt?

Sinds 2006 worden zuigelingen en jonge kinderen in ons land ingeënt tegen pneumokokkeninfecties. Pneumokokken kunnen ernstige ziekten veroorzaken zoals hersenvliesontsteking, bloedvergiftiging en longontsteking. Daarnaast zijn ze belangrijke verwekkers van middenoorontsteking.
Pneumokokkenziekte komt vooral voor bij jonge kinderen, vanwege hun nog onrijpe afweersysteem. De ziekte kan ook senioren treffen, doordat met de leeftijd de werking van het immuunsysteem afneemt.
Het ene type pneumokok zorgt voor ernstigere ziekten dan het andere. Door uw kind te laten inenten beschermt u uw eigen kind tegen de meest ernstige typen, maar ook anderen in de omgeving worden indirect beschermd door de groepsbescherming die uw kind mee helpt in stand te houden. Daarbij gaat het om kinderen en ouderen die om diverse redenen zelf geen bescherming op kunnen bouwen.

Hoe lang bieden deze inentingen bescherming?

Pneumokokkenvaccinatie moet vooral bescherming bieden gedurende de eerste twee levensjaren. De bescherming houdt zeker enkele jaren aan. Bovendien komen de pneumokokken bacteriën uit het vaccin bij kinderen vrijwel niet meer voor. Hierdoor zijn kinderen ook door groepsbescherming beschermd. Deze indirecte bescherming maakt de duur van de bescherming minder belangrijk. Op oudere leeftijd (>65 jaar) komt ernstige pneumokokkenziekte wel nog regelmatig voor.

Hoe groot is het risico op ziekte door pneumokokken als mijn kind maar 1 inenting krijgt?

Als uw kind nog geen 2 jaar oud is, dan biedt 1 inenting geen langdurige bescherming en bestaat er toch een risico op het krijgen van een pneumokokkenziekte.

Na de 2e verjaardag is het risico op een ernstige infectie door pneumokokken zo klein dat kinderen dan niet meer ingeënt worden. Alleen als kinderen bepaalde chronische ziekten hebben, kan alsnog inenten tegen pneumokokken zinvol zijn. Op die leeftijd geeft inenten met dit vaccin ook langdurige bescherming. Onder ouderen komt ernstige pneumokokkenziekte wel weer meer voor. Momenteel wordt door de Universiteit Utrecht onderzoek uitgevoerd of pneumokokkenvaccinatie van ouderen effectief is. Resultaten hierover zijn nog niet beschikbaar.

Heeft het nog zin om pas na het tweede levensjaar te starten met de pneumokokkeninentingen?

Na de 2e verjaardag is het risico op een ernstige infectie door pneumokokken zo klein dat kinderen dan niet meer ingeënt worden. Alleen als kinderen bepaalde chronische ziekten hebben, kan alsnog inenten tegen pneumokokken zinvol zijn. Op die leeftijd geeft inenten met dit vaccin ook langdurige bescherming. Er zijn dan ook andere vaccinaties zinvol. Bespreek dit met de behandelend arts.

Hoe lang mag de periode zijn tussen de inentingen tegen pneumokokken?

Voor baby’s geldt: De beste bescherming wordt geboden als tussen de 1e en 2e inenting een periode van 8 weken zit. Tussen de 2e en 3e inenting is dit ongeveer 6-7 maanden.
Na 3 inentingen, waarbij de derde rond de leeftijd van 11 maanden wordt gegeven, is uw kindje goed beschermd.
Als uw kind later is gestart met de inentingen gelden andere periodes. U kunt dit het beste op het consultatiebureau bespreken.

Ik ga een paar weken naar het buitenland, kan mijn kind dan toch eerder de tweede inenting krijgen?

Neemt u hierover contact op met uw consultatiebureau. Zij kunnen nagaan wat voor uw kind het beste is.

Het vaccin

Met welk vaccin wordt nu ingeënt binnen het Rijksvaccinatieprogramma?

Met Synflorix®. Dit vaccin beschermt tegen 10 typen pneumokokken. (zie bijsluiter)

Het Rijksvaccinatieprogramma algemeen

Waarom moet er voor DKTP-Hib-HepB nog wel 4 keer ingeënt worden in het eerste levensjaar?

Dat heeft te maken met de kinkhoest-component. Er is erg veel kinkhoest in Nederland. Dat is een ernstige ziekte vooral voor jonge baby’s. Met dit inentingsschema bouwen baby’s zo jong mogelijk en zo snel mogelijk bescherming op tegen kinkhoest.

Home / Documenten en publicaties / Veelgestelde vragen pneumokokken 1 prik minder

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu