RIVM_Logo

Veelgestelde vragen VGO

Wat is er bekend over gezondheidseffecten voor omwonenden van veehouderijen?

Het is bekend dat sommige ziekteverwekkers die bij vee voorkomen ook mensen die rondom veehouderijen wonen ziek kunnen maken. Denk bijvoorbeeld aan de Q-koortsuitbraak waarbij vooral geiten besmet waren, en veel mensen ziek werden. Er is weinig bekend over de gezondheidsrisico’s voor mensen die dichtbij veehouderijen wonen in de ‘ normale situatie’ (als er geen uitbraak is). Het gaat dan om blootstelling aan ziekteverwekkers die in de veehouderij voorkomen. Maar het gaat ook om blootstelling aan fijn stof en endotoxinen (onderdelen van bacteriën). In 2009 is dit voor het eerst onderzocht in het project ‘Intensieve Veehouderij en Gezondheid’. Hieruit bleek onder andere dat mensen die in de buurt van geiten- en pluimveehouderijen wonen vaker longontsteking hebben. En dat minder patiënten die rond veehouderijen wonen astma of COPD hebben, maar dat zij meer klachten van hun ziekte hebben.

Waarom wordt dit onderzoek uitgevoerd?

Na de uitbraak van Q-koorts waren mensen die rond veehouderijen wonen ongerust over hun gezondheid. In het onderzoek ‘Intensieve Veehouderij en Gezondheid’ werd voor het eerst onderzocht of er effecten voor de gezondheid zijn van het wonen in de omgeving van de intensieve veehouderij. Na dit onderzoek bleven er nog vragen onbeantwoord en bleven omwonenden ongerust. Het onderzoek ‘Veehouderij en Gezondheid van Omwonenden’ is een vervolg op het eerdere onderzoek ‘ Intensieve Veehouderij en Gezondheid’. De ministeries van VWS en EZ hebben opdracht gegeven voor dit onderzoek om meer duidelijkheid te krijgen over de relatie tussen veehouderijen en de gezondheid van omwonenden.

Wat wordt onderzocht?

Het onderzoeksprogramma heeft de volgende kernvragen:

  • Welke ziekteverwekkers komen voor rond veehouderijen? Wat zijn de gezondheidsrisico’s voor omwonenden?
  • Bij omwonenden komt minder vaak astma en COPD voor, maar mensen die astma of COPD hebben, melden vaker klachten van hun ziekte. Kan dit worden bevestigd en zo ja, hoe wordt dit veroorzaakt?
  • Is het verhoogd aantal longontstekingen bij mensen rondom geitenhouderijen afgenomen nu de Q-koortsepidemie voorbij is?
  • Klopt het dat mensen rond pluimveebedrijven vaker longontstekingen hebben? En zo ja, hoe komt dat?
  • Klopt het dat mensen rond nertsenbedrijven vaker allergie en astma hebben? Wat is de oorzaak?

Hoe ziet het onderzoek eruit?

Allereerst is er het gezondheidsonderzoek. Mensen die op verschillende afstanden van veehouderijen wonen wordt gevraagd om mee te doen. De deelnemers vullen een vragenlijst in, ze doen een longtest, ze sturen een ontlastingsmonster in en bij hen wordt bloed afgenomen en een uitstrijkje van de neus gemaakt. De onderzoekers krijgen hiermee een beeld van de gezondheid van de deelnemers.
Daarnaast doen de onderzoekers luchtmetingen waarbij zij kijken wat in de woonomgeving van de deelnemers voorkomt. Speciale aandacht gaat uit naar fijn stof, endotoxinen (onderdelen van bacteriën) en bepaalde ziekteverwekkers. Ook meten de onderzoekers op verschillende afstanden van een klein aantal bedrijven in de lucht hoe ver deze ziekteverwekkers zich kunnen verspreiden. Door de resultaten van het gezondheidsonderzoek en de metingen in de lucht aan elkaar te koppelen krijgen de onderzoekers meer informatie over de relatie tussen veehouderij en gezondheid van de omwonenden.

Waar vindt het onderzoek plaats?

Het onderzoek zal plaatsvinden in Heeswijk-Dinther, Boxtel, Asten-Someren, Deurne-Bakel-Milheeze-de Rips, Oploo-Sint Anthonis en Budel en mogelijk ook in Stramproy of Reuver. Er kunnen geen andere gemeenten worden toegevoegd.

Waarom vindt het onderzoek alleen in Brabant en Limburg plaats?

Het is het meest efficiënt om het onderzoek uit te voeren op een plaats waar veel mensen dicht bij veehouderijen wonen. Het aantal veehouderijen is in het oosten van Brabant en Noord-Limburg erg hoog en divers. De onderzoekers verwachten dat de conclusies van toepassing zijn op de rest van het land.

Wie voert het onderzoek uit?

Voor dit onderzoek werken verschillende instituten samen. De regie van het onderzoek ligt bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De andere instituten zijn Nederlands Instituut voor onderzoek naar de gezondheidszorg (NIVEL), het “Institute for Risk Assessment Sciences (IRAS)” van de Universiteit Utrecht en Wageningen UR, waaronder “Central Veterinary Institute” (CVI) en “Livestock Research”.

Wanneer komen de resultaten?

In 2013 en begin 2014 zijn al een aantal voorbereidende acties in gang gezet. Het gezondheidsonderzoek start in maart 2014. De luchtmetingen starten in het voorjaar. Het uitvoeren van de luchtmetingen en van het gezondheidsonderzoek duurt ongeveer tot voorjaar 2015. Vervolgens moeten alle resultaten nauwkeurig geanalyseerd worden en samen worden gevoegd. Naar verwachting zullen de meeste resultaten begin 2016 gepubliceerd worden.

Zijn er ook gegevens over veehouderijen en gezondheid in het buitenland?

Ook in het buitenland is maar weinig onderzoek gedaan naar de relatie tussen veehouderij en de gezondheid van mensen die daar dichtbij wonen. Daarnaast is de situatie in Nederland uniek, vooral wat betreft het aantal veehouderijen in een regio en aantallen dieren in de buurt van woonkernen. Dit maakt het lastig om internationale resultaten te vertalen naar een risico voor de Nederlandse situatie.

Kan ik me opgeven voor het onderzoek?

U kunt zich niet opgeven voor het onderzoek. In november 2012 is een vragenlijst verstuurd naar bijna 30.000 inwoners van Oost-Brabant en Noord-Limburg. Op de vragenlijst konden mensen aangegeven of zij benaderd wilden worden voor vervolgonderzoek. Een selectie van mensen uit deze groep wordt uitgenodigd voor dit onderzoek. Als u toen niet bent benaderd door de onderzoekers, is het niet mogelijk om mee te doen aan het onderzoek.

Hoe wordt het onderzoek gecontroleerd? / Hoe is het toezicht op het onderzoek geregeld?

Voor dit onderzoek is er een klankbordgroep ingesteld. Met deze klankbordgroep worden de onderzoeksresultaten gedeeld en besproken. Daarnaast geven de leden van de klankbordgroep aan hoe zij tegen deze resultaten aankijken. De klankbordgroep bestaat uit maatschappelijke groeperingen (waaronder zowel patiëntenorganisaties als landbouworganisaties), medewerkers van provincie en gemeenten, huisartsen en dierenartsen. Bij het inrichten van de klankbordgroep is gezocht naar een brede evenwichtige samenstelling.

Is het ongezond om naast een veehouderij te wonen?

Eerdere onderzoeken hebben daar nog geen uitsluitsel op kunnen geven. Er is dus nog onvoldoende bekend over de effecten van veehouderijen op de gezondheid. Dit is een van de redenen waarom het onderzoek Veehouderij en Gezondheid van Omwonenden wordt uitgevoerd. Overigens richt dit onderzoek zich op langdurige blootstelling aan een aantal mogelijke ziekteverwekkers. Het onderzoekt richt zich niet op mogelijk toekomstige uitbraken en de gezondheidseffecten van stankoverlast.

Wat zullen we wijzer zijn na dit onderzoek? Of worden er juist meer vragen opgeroepen?

Als het onderzoek is afgerond weten we meer over de gezondheidsrisico’s voor mensen die in de buurt van veehouderijen wonen. Die informatie is nuttig voor het beleid om te bepalen of er maatregelen genomen kunnen worden. Maar er zullen zeker nog vragen onbeantwoord blijven over de gezondheidsrisico’s van wonen naast een veehouderij en er zullen ook nieuwe vragen bijkomen.

Worden nu alle mogelijke gezondheidsrisico’s onderzocht?

Nee. Er wordt bijvoorbeeld niet onderzocht wat de effecten van stankoverlast zijn. Ook wordt er geen onderzoek gedaan naar risico’s van uitbraken met nieuwe ziekteverwekkers.

Wat gaat er met uitkomsten van dit onderzoek gebeuren? Komt er een afstandsnorm, komt er een bouwstop of uitbreidingsstop, komen er strengere regels voor veehouders?

De resultaten van het onderzoek geven meer inzicht in de gezondheidseffecten voor omwonenden. Dit kan landelijke, regionale en lokale overheden de mogelijkheid geven om wetenschappelijk onderbouwd (gezondheids)beleid te maken. Hiervoor moeten de genoemde overheden een vertaling maken van een risico naar beleidsmaatregelen. Dit betekent dat zij moeten bepalen of een risico acceptabel is en of maatregelen om het risico te verminderen haalbaar en proportioneel zijn.

Fietsers in landelijke omgeving

Download

Gerelateerde onderwerpen

Home / Documenten en publicaties / Veelgestelde vragen VGO

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu