RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Vragen en antwoorden BRMO


BRMO in het kort 

Wat zijn BRMO?

BRMO betekent bijzonder resistente micro-organismen. Alle bacteriën die niet meer reageren op de meest gebruikte antibiotica noemen we BRMO.

De bekendste BRMO is MRSA. Andere voorbeelden zijn ESBL, VRE en CPE.

Als u ziek wordt door BRMO, kunt u niet genezen met gewone antibiotica. U hebt dan speciale antibiotica nodig. Deze speciale antibiotica moeten niet te vaak gegeven worden. Er is kans dat dan ook deze medicijnen niet meer gaan werken.

BRMO zijn vooral in ziekenhuizen en verpleeghuizen een probleem. Daar zijn zieke mensen met minder afweer dicht bij elkaar.

Wat zijn de klachten bij BRMO?

De meeste (gezonde) mensen worden niet ziek van BRMO.

Mensen die ziek worden krijgen een ontsteking. Dit kan op allerlei plekken in het lichaam zijn.

Hoe kunt u BRMO krijgen?

Meestal raakt iemand besmet door handen. Soms raken mensen besmet door beddengoed, stofdeeltjes of voorwerpen.

Gezonde mensen kunnen BRMO bij zich hebben. We noemen deze mensen dragers. Dragers zijn zelf niet ziek, maar kunnen wel anderen besmetten. Dragers die niet ziek zijn, hebben geen antibiotica nodig. Vaak verdwijnt de bacterie vanzelf.

Wie kan BRMO krijgen?

Mensen met een slechte gezondheid kunnen ontstekingen krijgen van BRMO.

Meer kans op BRMO hebt u als:

  • u vaak antibiotica hebt gehad;
  • u in het ziekenhuis ligt.

Wordt u ziek door BRMO? Dan wordt u meestal in het ziekenhuis behandeld.

Wat kunt u doen om BRMO te voorkomen?

Goed handen wassen en handen ontsmetten is erg belangrijk. Hiermee wordt het risico op BRMO veel kleiner.

Handen wassen doe je zo:

  • Maak de handen goed nat onder stromend water.
  • Neem wat vloeibaar zeep uit een pompje.
  • Wrijf de handen over elkaar. Zorg dat er zeep op de binnenkant en buitenkant van de handen zit. Wrijf goed alle vingertoppen in. Vergeet de duimen niet. Wrijf ook tussen de vingers.
  • Spoel de zeep goed af, onder stromend water.
  • Droog de handen goed af aan een schone handdoek of aan een papieren handdoek (keukenrol).

Wanneer handen wassen?

  • Voor het klaarmaken van eten of flesvoeding,
  • voor het eten,
  • nadat u naar het toilet bent geweest,
  • na het verwisselen van een luier of iemand op het toilet helpen,
  • na het schoonmaken, dus ook nadat u een vaatdoekje hebt gebruikt,
  • na aaien of knuffelen van dieren,
  • na hoesten, niezen of neus snuiten.

Zie ook de film 'Handen wassen - Doe het goed en vaak' van het RIVM.

Zijn BRMO te behandelen?

Ontstekingen door BRMO zijn te behandelen met speciale antibiotica. Door vocht uit de ontsteking te onderzoeken kan het juiste medicijn gegeven worden.

Bent u ziek door BRMO? Dan moet u dit vertellen als u zorg nodig heeft van bijvoorbeeld huisarts, thuiszorg of ziekenhuis.

Ook iemand die drager is, moet dit vertellen. Er worden dan maatregelen genomen om te voorkomen dat BRMO zich verder verspreiden.

Kan iemand met BRMO naar een kindercentrum, school of werk?

Iemand die BRMO bij zich draagt kan gewoon naar een kindercentrum, school of werk.

Goed handen wassen is dan heel erg belangrijk.

Heeft u nog vragen?

Vraag het de GGD-afdeling Infectieziekten of de huisarts.

Naar boven


Vragen en antwoorden over BRMO voor professionals

De LCI-richtlijn BRMO in het kort

Voor de BRMO beschreven in de LCI-richtlijn BRMO (Enterobacteriaceae, Stenotrophomonas maltophilia, Acinetobacter spp, Pseudomonas aeruginosa, Enterococcus faecium) gelden de algemene voorzorgsmaatregelen op het gebied van handhygiëne, kleding en persoonlijke beschermingsmiddelen. Alleen in het geval van direct zorgcontact door zorgmedewerkers in de openbare gezondheidszorg bij CPE-positieve of verdachte personen worden aanvullende maatregelen geadviseerd. Huisgenoten/familie hoeven geen maatregelen te nemen.

Voor welke instellingen geldt de LCI-richtlijn BRMO?

  • Instellingen voor kleinschalig wonen waar de medische coördinatie door de huisarts wordt uitgevoerd en die geen onderdeel uitmaken van een grotere instelling voor verzorging van ouderen
  • Huisartspraktijken
  • Thuiszorgorganisaties
  • (Medische) kinderdagcentra
  • Fysiotherapiepraktijken
  • Verloskundigenpraktijken
  • Tandheelkundigenpraktijken
  • Consultatiebureaus
  • Ambulancezorg

Voor welke instellingen geldt de LCI-richtlijn BRMO NIET?

Maatregelen voor zorgmedewerkers in het ziekenhuis zijn beschreven door de WIP in de richtlijn 'Maatregelen tegen overdracht van bijzonder resistente micro-organismen (BRMO)' en worden in deze richtlijn niet behandeld. Maatregelen voor zorgmedewerkers in verpleeghuizen, verzorgingshuizen en voorzieningen voor kleinschalig wonen voor ouderen worden medio 2014 door de WIP gepubliceerd en vallen ook buiten deze richtlijn.

Waarom is er ook nog een aparte richtlijn voor sommige BRMO, zoals MRSA, XDR-Tb en resistente gonokokken?

Voor de meticilline-resistente Staphylococcus aureus (MRSA) wordt in Nederland sinds 1984 met succes een zogenaamd Search and Destroy-beleid gevoerd. Voor elke zorgsetting is het MRSA-beleid door zowel de WIP als de LCI in aparte richtlijnen vastgelegd. Voor TBC, gonokokken en pneumokokken bestaan ook specifieke richtlijnen van de WIP en de LCI. Deze preventiemaatregelen zijn voor zowel antibioticagevoelige als voor antibioticaresistente varianten hetzelfde.

Moeten er aanvullende maatregelen genomen worden bij alle BRMO-positieve personen?

Er moeten alleen aanvullende maatregelen worden genomen wanneer er sprake is van direct zorgcontact met of het reinigen/desinfecteren toilet/wasgelegenheid van een CPE-positieve of -verdachte persoon. Bij personen met andere BRMO’s besproken in deze richtlijn zijn de algemene voorzorgsmaatregelen voldoende.

Aanvullend advies fysiotherapeuten en huisartsen

Indien een zorgverlener zoals een fysiotherapeut of huisarts direct zorgcontact heeft met een CPE-positieve of -verdachte persoon dienen er aanvullende maatregelen te worden genomen. Dit kan betekenen dat er meer tijd moet worden gepland voor het consult. Bij andere BRMO’s besproken in deze richtlijnen zijn de algemene voorzorgsmaatregelen voldoende.

Zijn er voor mantelzorgers aanvullende maatregelen nodig?

Aanvullende maatregelen zijn alleen nodig als de mantelzorger direct zorgcontact heeft met een CPE-positieve of -verdachte persoon én zelf in de zorg werkt. Anders volstaan de algemene voorzorgsmaatregelen. De aanvullende maatregelen betreffen het wisselen van de kleding waarmee de mantelzorg is uitgevoerd voordat men als professional zorg aan cliënten verleent.

Moet(en) huisgenoten/familieleden van een BRMO-positieve persoon aanvullende maatregelen nemen?

Nee, het is niet nodig dat huisgenoten/familieleden aanvullende maatregelen nemen. Dit is ook niet nodig voor baby’s, kinderen of zwangeren. De grootste kans op overdracht van BRMO’s is namelijk via intensieve zorgverlening. Er is nog niet gebleken dat huisgenoten/familieleden een verhoogde kans hebben om drager te worden van een BRMO.

Is het nodig om huisgenoten/familieleden te screenen op BRMO?

Nee, het is niet nodig om huisgenoten/familieleden te screenen. Er gelden immers ook geen extra maatregelen als men positief wordt bevonden.

Verloopt screening op BRMO via de huisarts of via het ziekenhuis waar de persoon wordt opgenomen?

Screening wordt door de instelling en de huisarts onderling geregeld.

Wie betaalt de screening van een persoon afkomstig uit een zorginstelling waar een uitbraak heerst met BRMO die niet onder controle is?

Screening is onderdeel van de behandeling en zal worden gedeclareerd bij de ziektekostenverzekeraar.

Wat kan de BMRO-positieve persoon zelf doen om verspreiding van BRMO tegen te gaan?

Het advies is: Pas de gebruikelijke persoonlijke hygiëne toe: was u dagelijks, trek regelmatig schone kleding aan, zorg voor een schone woonomgeving en was regelmatig uw handen. Zie voor uitgebreide informatie over persoonlijke hygiëne: http://www.rivm.nl/Onderwerpen/H/Hygiene.

Moeten partners van BRMO-positieve personen zich melden voor screening bij opname in het ziekenhuis?

In het beleid voor ziekenhuizen van de WIP staat dat personen afkomstig uit een buitenlands ziekenhuis in de afgelopen 2 maanden of afkomstig uit een instelling met een BRMO-uitbraak die nog niet onder controle is, moeten worden gescreend op BRMO. Ziekenhuizen kunnen individueel besluiten om een ruimer screeningsbeleid te hanteren en bijvoorbeeld partners te screenen. Indien dat het geval is, zal het ziekenhuis zelf met het verzoek komen de partner te screenen. Partners van BRMO-positieve personen hoeven zich niet op eigen initiatief te melden bij het ziekenhuis.

Afvalverwerking

Afval kan op de gebruikelijke manier worden afgevoerd.

Wat te doen bij overplaatsing?

De zorgverlener die de BRMO-positieve persoon overdraagt naar een andere instelling, is verantwoordelijk voor een volledige overdracht, zodat ook de instelling of voorziening de juiste maatregelen kan nemen om verspreiding van BRMO’s te voorkomen.

Zijn BRMO’s meldingsplichtig?

Als zich in een instelling één of meerdere gevallen met klachten passend bij een infectie veroorzaakt door BRMO voordoen, kan er sprake zijn van meldingsplicht op basis van artikel 26 van de Wet publieke gezondheid.

Wanneer is er contactonderzoek nodig?

Omdat zorgmedewerkers een belangrijke rol kunnen spelen bij de verspreiding van CPE, wordt alleen in instellingen een contactonderzoek uitgevoerd onder kamergenoten van de persoon met CPE die ook zorg ontvangen van de zorgverleners. Buiten instellingen hebben zich vooralsnog geen uitbraken met CPE of andere BRMO voorgedaan en is contactonderzoek daarom niet zinvol.  

Naar boven

Home / Documenten en publicaties / Vragen en antwoorden BRMO

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu