RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Hoe bereken je de risico’s voor PGS 15 inrichtingen?

De Risicoanalyse methodiek CPR-15 bedrijven uit 1997 is geactualiseerd. De nieuwe rekenmethode is op 13 februari 2009 definitief geworden en maakt onderdeel uit van de Handleiding Risicoberekeningen Bevi versie 3.2.

Belangrijkste wijzigingen rekenmethode PGS 15 

De belangrijkste aanpassingen ten opzichte van de voorgaande rekenmethode uit 1997 betreffen de verlaging van het omzettingspercentage voor stikstofhoudende verbindingen in het giftige verbrandingsproduct stikstofdioxide en de vereenvoudigde modellering van het onverbrand vrijkomen van toxische stoffen bij brand.
Ten opzichte van de concept Rekenmethode voor PGS 15 inrichtingen van 24 juli 2008 zijn twee inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd:

  • Voor situaties waarbij de gemiddelde samenstelling van de opgeslagen stoffen niet kan worden bepaald, kan met de volgende denkbeeldige stof worden gerekend: C3,90H8,50O1,06Cl0,46N1,17S0,51P1,35 . In deze denkbeeldige stof zijn de massapercentages stikstof, chloor en zwavel 10%.
  • Een eventueel conform PGS 15 aangebrachte gaasafscheiding vormt in het algemeen geen garantie dat rocketerende spuitbussen buiten de gaasafscheiding terecht kunnen komen. Indien kan worden aangetoond dat het niet waarschijnlijk is dat rocketerende spuitbussen in een opslagdeel bij andere gevaarlijke stoffen terecht kunnen komen, beperkt de snelle branduitbreiding zich uitsluitend tot het gedeelte waar de spuitbussen zijn opgeslagen. Daarna kan vervolgens een ´gewone´ branduitbreiding plaatsvinden.

Nieuwe Revi afstandtabel PGS 15 inrichtingen

Op basis van de nieuwe rekenmethode voor PGS 15 inrichtingen zijn de Revi tabellen met afstanden tot de plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar gewijzigd. De nieuwe afstanden zijn gepubliceerd in de Staatscourant nr. 2627 van 17 december 2008 (Infomil). De wijzigingen van de Revi en de toepassing van de nieuwe afstandentabel worden toegelicht in een brochure van het ministerie van VROM (nu IenM).

Hulpmiddelen voor bij de risicoanalyse

Bij het uitvoeren of controleren van een QRA met een PGS 15 opslagvoorziening is een aantal hulpmiddelen beschikbaar:

  • Bronterm berekening
    Het spreadsheet programma PGS 15 rekensheet ter bepaling van de bronterm helpt bij het bepalen van de samenstelling van de opgeslagen stoffen en het berekenen van de bronsterkte van vrijkomende toxische verbrandingsproducten en onverbrande toxische stoffen (ADR klasse 6.1).
  • Voorbeeldstoffen ADR klasse 6.1
    Wanneer giftige stoffen (ADR klasse 6.1 verpakkingsgroep I en II) in een opslagvoorziening aanwezig zijn, moet de bronsterkte worden berekend voor het onverbrand vrijkomen van deze stofcategorie. Om het vrijkomen van onverbrande ADR klasse 6.1 stoffen in SAFETI-NL versie 6.53.1 te kunnen modelleren, is per verpakkingsgroep een voorbeeldstof nodig: Voorbeeldstoffen ADR klasse 6.1 voor SAFETI-NL (zip-file). Een instructie hoe deze voorbeeldstoffen in een studie kunnen worden ingelezen, is bijgevoegd.
  • Checklist QRA beoordeling
    De Checklist QRA beoordeling PGS 15 inrichtingen kan als basis dienen waarmee het bevoegd gezag op hoofdlijnen kan nagaan of de modellering van een PGS-15 opslagvoorziening in een QRA goed is uitgevoerd.

Wat zijn PGS 15 inrichtingen?

Dit zijn inrichtingen waar verpakte gevaarlijke stoffen worden opgeslagen. In de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 15 (PGS 15) worden richtlijnen gegeven voor de brandveiligheid, arbeidsveiligheid en milieuveiligheid. Met een kwantitatieve risico analyse (QRA) kunnen de externe veiligheidsrisico's in kaart worden gebracht. Hoe dit wordt beschreven in hoofdstuk 8 van de Handleiding Risicoberekeningen Bevi.

Home / Documenten en publicaties / Hoe bereken je de risico’s voor PGS 15 inrichtingen?

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu