RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

1. Indicatie voor vaccinaties in het kader van het RVP

1.1 De kaders
1.2 Jaar van invoering van de verschillende RVP-vaccinaties en het actuele vaccinatieschema
1.3 Het vaccinatieprogramma voor Caribisch gebied
1.4 Het individuele vaccinatieplan
1.5 Asielzoekerskinderen
1.6 Prematuren
1.7 Aangepaste vaccinatieschema's voor kinderen met een speciale aandoening
1.8 Uitbraken van epidemieën van infectieziekten

 

1.1 De kaders

Jaarlijks ontvangen de RVP-professionals de RVP-richtlijn. (1) Deze richtlijn is afkomstig van het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) van het RIVM. In de richtlijn staat het vaccinatieschema met de standaardleeftijden en de jaarcohorten die in het betreffende jaar voor vaccinatie in aanmerking komen. Alle kinderen woonachtig in Nederland en ingeschreven bij de gemeente komen tot hun 19e verjaardag in aanmerking voor het RVP. Daarnaast komen de volgende kinderen in Nederland in aanmerking voor het RVP:

  • kinderen van illegalen;
  • (uitgezette) kinderen in detentiecentra;
  • adoptiekinderen;
  • kinderen, niet woonachtig of geregistreerd in Nederland, die langer dan 1 maand in Nederland verblijven en nog niet basisimmuun zijn;
  • asielzoekers tot 19 jaar (Regeling Zorg Asielzoekers (RZA));
  • kinderen van Nederlandse diplomaten en militairen in het buitenland. Zie de notitie Wie komen er voor het RVP in aanmerking op de website;
  • In alle twijfelgevallen geldt de regel dat de kinderen die in Nederland wonen deel kunnen nemen aan het RVP.

Op individueel niveau stelt een arts de indicatie voor het hele RVP of voor een gedeelte ervan. Dit is afhankelijk van de al gegeven vaccinaties en/of eventuele contra-indicaties.

Indien ouders iets anders willen dan de arts indiceert, bespreekt de arts:

  • de mogelijkheden binnen het RVP, als ouders andere toedieningsmomenten of slechts een deel van het RVP willen;
  • de mogelijkheden buiten het RVP, als ouders willen dat er andere vaccins toegediend worden dan voor hun kind geïndiceerd zijn. In dat geval worden ze verwezen naar de huisarts. De huisarts bespreekt vervolgens met de ouders de mogelijkheden. Wensen van ouders kunnen niet altijd gerealiseerd worden, ook niet bij de huisarts. Er zijn kosten verbonden aan een consult en vaccinaties bij de huisarts.

1.2 Jaar van invoering van de verschillende RVP-vaccinaties en het actuele vaccinatieschema

 1957

 DKT en P apart

 1962

 DKTP

 1974

 Rodehond voor 11-jarige meisjes

 1976

 Mazelen (14 mnd)

 1987

 BMR (14 mnd en 9 jaar)

 1-4-1993

 Haemophilus influenzae type b (Hib)

 1-6-2001

 MenC (14 mnd

 

 aK (4-jarigen)

 1-1-2003

 Hepatitis B voor risicokinderen

 

 DKTP-Hib

 1-1-2005

 DKTP-Hib met acellulaire kinkhoestcomponent

 1-4-2006

 DKTP-Hib-HepB voor risicokinderen

 

 Pneumokokken 7-valent

 

 Hepatitis B-0 voor baby’s van HBsAg-positieve moeders

 

 DKTP voor 4-jarigen

 2010

 HPV voor meisjes geboren vanaf 1997

 1-3-2011

 Pneumokokken 10-valent

 1-8-2011

 DKTP-Hib-HepB alle kinderen

 2013

 Pneumokokken 3-dosesschema (1 prik minder)

 2014

 HPV 2-dosesschema (1 prik minder)

 

Alle kinderen komen in aanmerking voor D(K)TP- en BMR-vaccinatie. Voor de MenC-vaccinatie geldt dat kinderen alleen in aanmerking komen als zij geboren zijn op of na 1-6-2001. Voor de pneumokokkenvaccinatie en vaccinatie tegen Haemophilus influenzae type b (Hib) geldt een leeftijdsgrens tot 2 jaar; deze vaccins worden niet meer gegeven op of na de 2e verjaardag.Voor hepatitis B is de indicatie steeds ruimer geworden (4, 11, 12):

  • vanaf 2011 krijgen alle kinderen geboren op of na 1 augustus 2011 een hepatitis B-vaccinatie als onderdeel van het combinatievaccin DKTP-Hib-HepB;
  • vanaf 2012 krijgen vestigers die al begonnen zijn met vaccinatie tegen hepatitis B de mogelijkheid de serie binnen het RVP af te maken, ongeacht of ze voldoende gevaccineerd zijn voor DKTP;
  • vanaf 2013 krijgen alle kinderen die de basisimmuniteit voor DKTP(-Hib) en hepatitis B nog niet voltooid hebben het combinatievaccin DKTP(-Hib)-HepB;
  • alleen kinderen die de basisimmuniteit voor DKTP(-Hib) al voltooid hebben én geboren zijn voor 1 augustus 2011 komen niet in aanmerking voor hepatitis B-vaccinatie.
  • HPV-vaccinatie is bestemd voor meisjes geboren op of na 1 januari 1997 en wordt aangeboden in het jaar dat zij 13 jaar worden.

Vaccinatieschema

1.3 Het vaccinatieprogramma voor Caribisch Nederland

Sinds 10 oktober 2010 vormen de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba samen Caribisch Nederland, bijzondere gemeenten van Nederland. Voor oktober 2010 behoorden deze eilanden tot de Nederlandse Antillen, een land binnen het Koninkrijk der Nederlanden. De minister van VWS is verantwoordelijk voor de volksgezondheid in Caribisch Nederland en voor het aanbod van het vaccinatieprogramma. Zoals de Gezondheidsraad (Gr) in 2012 adviseerde, zal dat programma vergelijkbaar moeten zijn met het RVP in Europees Nederland, tenzij er op epidemiologische gronden reden is af te wijken. Dit betekent dat het vaccinatieprogramma op de eilanden met enkele vaccinaties uitgebreid kon worden. Bonaire, Sint Eustatius en Saba hebben die mogelijkheid aangegrepen en de aanpassingen zijn deels in 2013 doorgevoerd. Komend jaar zullen de uitbreidingen verder worden geïmplementeerd. In 3 schema’s worden het huidige vaccinatieprogramma voor de eilanden in Caribisch Nederland en de geplande uitbreidingen beschreven. Deze schema’s vindt u hier.

1.4 Het individuele vaccinatieplan

De kaders van het RVP zijn het uitgangspunt voor het opstellen van een individueel vaccinatieplan. Ieder kind krijgt een eigen vaccinatieplan. Het opstellen van individuele vaccinatieplannen is een taak van de arts die betrokken is bij de uitvoering van het RVP. Hij/zij maakt in overleg met de ouders en/of het kind zelf het vaccinatieplan, rekening houdend met (tijdelijke) contra-indicaties en al eerder gegeven vaccinaties. Zo nodig vindt overleg plaats met een medisch adviseur van het RIVM (tabel 10). Het toedienen van RVP-vaccinaties buiten de kaders van de richtlijn RVP, is alleen toegestaan na overleg met een medisch adviseur van het 

RIVM. De medisch adviseurs van het RIVM ondersteunen artsen bij het vaststellen op welke vaccinaties kinderen recht hebben. Dit gebeurt op basis van de Richtlijn RVP en eventueel al eerder gegeven vaccinaties. Ouders van 4-6 weken oude baby’s ontvangen van het RIVM-DVP-regiokantoor een uitnodigingsbrief voor het RVP, een brochure, een vaccinatiebewijs en een set vaccinatiekaarten. Voor kinderen van vestigers worden eerst de vaccinatiegegevens opgevraagd door het RIVM-DVP-regiokantoor. Voor het samenstellen van een individueel vaccinatieplan worden vestigers verzocht om een kopie van het vaccinatiebewijs van hun kind op te sturen naar het RIVM-DVP-regiokantoor. Op basis van die informatie wordt het RVP-vaccinatiebewijs ingevuld. Vestigers ontvangen hierna de vaccinatiekaarten voor het vervolg van het vaccinatieschema. Als vestigers niet reageren op het verzoek om toezending van een kopie vaccinatiebewijs van hun kind, ontvangen ze een volledige oproepset die past bij de leeftijd van hun kind. Als de jeugdarts of jeugdverpleegkundige alsnog informatie krijgt over vaccinaties die in het buitenland zijn gegeven, dient dit doorgegeven te worden aan het RIVM-DVP-regiokantoor. De vaccinatiestatus kan dan in het RIVM-informatiesysteem Praeventis (14) worden aangevuld.Als er een vaccinatiekaart ontbreekt, bepaalt de arts op basis van de beschikbare informatie welke vaccinatie tijdens het contactmoment kan worden toegediend. Het RIVM-DVP-regiokantoor verstrekt desgewenst de vaccinatiestatus aan de Jeugdgezondheidszorg (JGZ-)organisatie, telefonisch of digitaal. (14)

1.5 Asielzoekerskinderen

Op de website van GGD GHOR Nederland staat het JGZ-protocol Vaccineren van asielzoekerskinderen 0-19 jaar.

Asielzoekers met in Nederland geboren 4-6 weken oude baby’s, ontvangen van het RIVM-DVP-regiokantoor een uitnodigingsbrief voor het RVP, een brochure, een vaccinatiebewijs en een set vaccinatiekaarten.

Voor oudere asielzoekerskinderen bepaalt de arts op basis van het vaccinatiebewijs en/of de informatie van de ouders de vaccinatiestatus en maakt een vaccinatieplan. Hiervoor is een digitaal formulier ontwikkeld dat staat op de website van GGD GHOR Nederland. De arts stuurt een kopie hiervan naar het RIVM-DVP-regiokantoor. De toegediende vaccinaties worden in Praeventis geregistreerd en op basis hiervan worden, indien nodig, vaccinatiekaarten met een RVP-vaccinatiebewijs naar de ouders gestuurd. Het JGZ-team dient de ouders een ingevuld internationaal vaccinatiebewijs te overhandigen. Indien het RIVM na 20 weken nog geen kopie van de vaccinatiestatus heeft ontvangen, ontvangen de ouders een set vaccinatiekaarten passend bij de leeftijd van het kind.

Voor het vaccineren van asielzoekerskinderen gelden de volgende uitgangspunten (15, 16):

  • asielzoekerskinderen worden conform het RVP gevaccineerd, tenzij er medische of epidemiologische redenen zijn om hen een afwijkend vaccinatieschema aan te bieden;
  • HepB-vaccinatie: alle asielzoekerskinderen hebben recht op deze vaccinatie, ook als de basisimmuniteit voor DKTP(-Hib) is voltooid;
  • BMR-vaccinatie: alle asielzoekerskinderen ontvangen op de leeftijd van 9 maanden een extra BMR-vaccinatie: de BMR-0;
  • HPV-vaccinatie: voor alle meisjes geboren op of na 1-1-1997. Als zij het (groeps)aanbod op 12/13-jarige leeftijd zijn
  • misgelopen omdat ze bij binnenkomst in Nederland ouder zijn, krijgen zij de HPV-vaccinatieserie alsnog aangeboden.

1.6 Prematuren

Te vroeg geboren baby’s (prematuren) hebben een verhoogd risico op infectieziekten (17-20), dus tijdig vaccineren is belangrijk. Zij worden gevaccineerd op de leeftijden volgens het RVP-schema. In de regel wordt er niet gecorrigeerd op de zwangerschapsduur.

Te vroeg geboren baby’s (<33 weken zwangerschapsduur) die nog opgenomen zijn in het ziekenhuis, kunnen eventueel gevaccineerd worden onder monitorbewaking, omdat er in de eerste 24 uur na vaccinatie cardiorespiratoire incidenten kunnen optreden. (18) Bij baby’s die al ontslagen zijn, is dit niet nodig, tenzij de kinderarts een ander vaccinatiebeleid heeft afgesproken.

Indien een te vroeg geboren baby apneus in de voorgeschiedenis heeft, heeft het de voorkeur dat de eerste vaccinatie in het ziekenhuis wordt gegeven onder monitorbewaking. (44, 45) In de praktijk gebeurt dit ook. De meeste kinderen die dit betreft, liggen dan ook nog in het ziekenhuis. Het is de verwachting dat de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) deze praktijk in hun richtlijnen gaat opnemen. Ook bij te vroeg geboren baby’s mag de eerste vaccinatie vanaf de leeftijd van 4 weken worden gegeven, indien daarvoor een indicatie is (zie paragraaf 4.1).

1.7 Aangepaste vaccinatieschema’s voor kinderen met een speciale aandoening

Voor een aantal aandoeningen is een apart vaccinatieschema opgesteld, dat gedeeltelijk het RVP betreft. Het gaat om:

  • hypo- of asplenie bij kinderen (46);
  • kinderen na stamceltransplantatie;
  • kinderen met een cochleair implantaat. 

In de praktijk neemt de specialist contact op met de medisch adviseur RIVM over een kind met een dergelijke aandoening. Vervolgens geeft de medisch adviseur (via de stafarts) aan de jeugdarts door hoe het vaccinatieschema er voor het betreffende kind uitziet. Voor meer informatie over deze (re)vaccinatieschema’s kunt u bij de medisch adviseurs van het RIVM terecht (Zie tabel 10).

1.8 Uitbraken en epidemieën van infectieziekten

Bij een lokale uitbraak van een infectieziekte bepaalt de GGD in principe welke maatregelen genomen worden om de uitbraak te bestrijden. Dit kan onder meer een gericht aanbod zijn van extra vaccinaties, vervroegde vaccinaties of inhaalvaccinaties aan contacten van de patiënt(en), bijvoorbeeld aan klasgenoten of schoolgenoten. Het is belangrijk dat de afdeling Infectieziektebestrijding van de GGD dit afstemt met de lokale JGZ-organisatie en een medisch adviseur van het RIVM als het om een ziekte gaat waar tegen binnen het RVP wordt gevaccineerd. Als er sprake is van een grootschalige uitbraak of epidemie roept de LCI van het RIVM een outbreak management team (OMT) bijeen. Het OMT adviseert zo nodig aan de minister van VWS om op grote schaal kinderen, volwassenen of bepaalde risicogroepen op te laten roepen voor extra of vervroegde vaccinatie.

 



 

Home / Documenten en publicaties / Richtlijnen / 1. Indicatie voor vaccinaties in het kader van het RVP

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu