RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

2. Wettelijke kaders, organisatie, indicatie en financiering

2.1 Wettelijke kaders en organisatie
2.2 Indicatie voor vaccinaties in het kader van het RVP
2.3 Finaciële regels
2.4 Vaccindistributie en beheer


2.1 Wettelijke kaders en organisatie

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) bepaalt de inhoud van het RVP. In opdracht van de minister is het Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM (RIVM-CIb) verantwoordelijk voor de regie van het programma. Daaronder valt de vaststelling van de kaders voor het RVP, de richtlijnen voor de uitvoering, de coördinatie van de communicatie over het RVP en de controle en evaluatie van het vaccinatieprogramma.

Per 1 januari 2018 gaat dit veranderen. De minister VWS heeft op 10 mei 2016 een voorstel aangeboden aan de Tweede Kamer om het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) op te nemen in de Wet publieke gezondheid (Wpg). Dit is nodig omdat de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) is vervallen. In het voorstel is de uitvoering van het RVP vastgelegd op drie niveaus: de Wet publieke gezondheid, een Algemene Maatregel van Bestuur en professionele richtlijnen die de AWBZ-paragrafen, de RVP-Richtlijn en de Uitvoeringsregels zullen vervangen. In de nieuwe wet is de gemeente, en niet langer het RIVM, formeel opdrachtgever voor de uitvoering van het RVP.

De Dienst Vaccinvoorziening en Preventieprogramma’s van het RIVM (RIVM-DVP) stelt de vaccins beschikbaar, regelt de distributie, verzorgt de uitnodigingen voor deelname aan het RVP, de registratie van de vaccinaties en de toegediende vaccins en controleert de gegeven vaccinaties op juistheid. Het RIVM-DVP-regiokantoor draagt in 2017 nog zorg voor de vergoeding per toegediende vaccinatie aan de uitvoerende organisaties volgens landelijke richtlijnen. Het RVP wordt uitgevoerd door de Jeugdgezondheidszorg (GGD’en, CJG’s en (thuis)zorgorganisaties), verloskundig hulpverleners (alleen hepatitis B0) en kinderartsen.

De medisch adviseurs van het RIVM zijn beschikbaar voor consultatie voor de RVP-professionals in hun regio. De medisch adviseurs van RIVM-DVP West behartigen ook de Nederlandse gemeenten Bonaire, Saba en Sint Eustatius in het Caribisch gebied.

2.2 Indicatie voor vaccinaties in het kader van het RVP

Alle kinderen woonachtig in Nederland en ingeschreven bij de gemeente komen tot hun 19e verjaardag in aanmerking voor het RVP. Daarnaast komen de volgende kinderen in Nederland in aanmerking voor het RVP:

  •  kinderen van illegalen;
  •  (uitgezette) kinderen in detentiecentra;
  • adoptiekinderen;
  • kinderen, niet woonachtig of geregistreerd in Nederland, die langer dan 1 maand in Nederland verblijven en nog niet basisimmuun zijn;
  • asielzoekerskinderen tot 19 jaar binnen de Regeling Zorg Asielzoekers (RZA);
  •  kinderen van Nederlandse diplomaten en militairen in het buitenland.

In alle twijfelgevallen geldt de regel dat de kinderen die in Nederland wonen deel kunnen nemen aan het RVP. Zie de notitie Wie komen er voor het RVP in aanmerking op de website.

Op individueel niveau stelt een jeugdarts (of verpleegkundig specialist) de indicatie voor het hele RVP of voor een gedeelte ervan. Dit is afhankelijk van de al gegeven vaccinaties en/of eventuele contra-indicaties. Indien ouders iets anders willen dan de jeugdarts  (of verpleegkundig specialist) indiceert, bespreekt deze:

  • de mogelijkheden binnen het RVP, als ouders andere toedieningsmomenten of slechts een deel van het RVP willen;
  • de mogelijkheden buiten het RVP, als ouders willen dat er andere vaccins toegediend worden dan voor hun kind geïndiceerd zijn. In dat geval worden ze verwezen naar de huisarts. De huisarts bespreekt vervolgens met de ouders de mogelijkheden. Wensen van ouders kunnen niet altijd gerealiseerd worden, ook niet bij de huisarts. Er zijn meestal kosten verbonden aan vaccinaties bij de huisarts.

Tabel 1 Overzicht geïndiceerde vaccinaties per geboortecohort in 2017
Geboortejaar Vaccinaties
2017 HepB0 (alleen voor kinderen van HBsAg-positieve moeders), DKTP-Hib-HepB en Pneu
2016 DKTP-Hib-HepB, Pneu, BMR en MenC
2013 DKTP-booster
2008 DTP-booster en BMR
2004 HPV (alleen voor meisjes (schema 0-6 maanden))

Voor kinderen van asielzoekers gelden aparte regels, zie addendum Asielzoekerskinderen (Hoofdstuk 13).
Voor kinderen die niet het reguliere programma hebben gevolgd, gelden de regels van Hoofdstuk  9 Inhaalschema’s.

Tabel 2 Afkortingen vaccins
Afkorting Ziekte(n)
HepB

Hepatitis B

DKTP-Hib-HepB

Difterie, kinkhoest, tetanus, poliomyelitis, Hib-ziekten (veroorzaakt door Haemophilus influenzae type b) en hepatitis B

Pneu

Pneumokokkenziekte

BMR

Bof, mazelen en rodehond

MenC Meningokokken C-ziekte
DKTP Difterie, kinkhoest, tetanus en poliomyelitis
DTP Difterie, tetanus en poliomyelitis
HPV Baarmoederhalskanker (veroorzaakt door humaan papillomavirus)
Tabel 3 De vaccinaties en tijdigheid
Leeftijd Vaccinaties(s) Tijdigheid
0 maanden  HepB0 (alleen voor kinderen van HBsAg-positieve moeders) Binnen 48 uur
6 weken  DKTP-Hib-HepB1 + Pneu1 6-9 weken en daarbinnen zo vroeg mogelijk
3 maanden

DKTP-Hib-HepB2

Zie 6 Tijdstip van vaccinaties
4 maanden

DKTP-Hib-HepB3 + Pneu2

Zie 6 Tijdstip van vaccinaties
10-11 maanden

DKTP-Hib-HepB4 + Pneu3

Zie 6 Tijdstip van vaccinaties
14 maanden BMR1 + MenC Kan vanaf 12 maanden
4 jaar DKTP5-booster Zie 6 Tijdstip van vaccinaties
9 jaar DTP6-booster + BMR2 Zie 6 Tijdstip van vaccinaties
12-13 jaar  HPV1 + HPV2 (alleen voor meisjes (schema 0-6 maanden)) Serie in 2017 afmaken

Zie voor meer informatie hoofdstuk 6 Tijdstip van vaccinaties.
In het algemeen leidt vaccinatie volgens dit schema tot een goede antistofrespons met beschermde titers (Lafeber 2002).

Caribisch Nederland

Sinds 10 oktober 2010 vormen de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba samen Caribisch Nederland, bijzondere gemeenten van Nederland. De minister van VWS is verantwoordelijk voor de volksgezondheid in Caribisch Nederland en voor het aanbod van het vaccinatieprogramma. Zoals de Gezondheidsraad in 2012 adviseerde, zal dat programma vergelijkbaar moeten zijn met het RVP in Europees Nederland, tenzij er op epidemiologische gronden reden is af te wijken. Dit betekent dat het vaccinatieprogramma op de eilanden met enkele vaccinaties uitgebreid kon worden.
In drie schema’s worden het huidige vaccinatieprogramma voor de eilanden in Caribisch Nederland beschreven. 

2.3 Financiële regels

De kosten van de uitvoering van het RVP komen in 2017 nog ten laste van de Rijksbegroting. RIVM-DVP draagt zorg voor de vergoeding per toegediende vaccinatie aan de uitvoerende organisaties volgens landelijke richtlijnen.

Ouders betalen geen bijdrage voor vaccinaties die in het kader van het RVP zijn uitgevoerd. Als ouders kiezen voor een ander vaccin dan het vaccin dat voor het RVP ter beschikking is gesteld, vervalt het recht op kosteloze verstrekking. De financiële afwikkeling van de medische zorg voor asielzoekers is vastgelegd in de Regeling Zorg Asielzoekers (RZA). De vaccinaties die conform het RVP worden gegeven, worden via deze regeling betaald.

2.4 Vaccindistributie en beheer

Het RIVM is verantwoordelijk voor de vaccinvoorziening. De RIVM-DVP-regiokantoren bevoorraden de uitvoerende organisaties. De vaccins worden verstrekt op voorwaarde dat ze alleen worden gebruikt voor het RVP. RIVM-DVP is verantwoordelijk voor distributie en cold chain tot en met de levering aan de uitvoerder. Het vaccin blijft eigendom van het RIVM.

De uitvoerder is verantwoordelijk vanaf levering tot en met de toediening van het vaccin. Vaccins moeten onder gecontroleerde omstandigheden worden bewaard en vervoerd en mogen alleen worden toegediend als dat te allen tijde is gegarandeerd. Bij vaccinincidenten, zoals een te warm of koud bewaard vaccin of vaccins met verlopen houdbaarheidsdatum, dient men altijd contact op te nemen met het RIVM-DVP-regiokantoor in het werkgebied. Laat in een dergelijke situatie, totdat duidelijk is wat er met vaccin moet gebeuren, het vaccin in de koelkast staan met de volgende tekst opvallend op het vaccinflesje of -doosje: ‘Dit vaccin niet gebruiken’. Zie Richtlijn Cold Chain voor uitvoerende organisaties.

Home / Documenten en publicaties / Richtlijnen / 2. Wettelijke kaders, organisatie, indicatie en financiering

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu