RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

VSI - Mazelen

Dit stappenplan is een aanvulling op de LCI-richtlijn Mazelen (met name §9).
Voor de achtergronden en het tot stand komen van dit stappenplan wordt u verwezen naar de algemene toelichting en de verantwoording op de RIVM-website. De LCI spreekt zich niet uit over de taakverdeling tussen disciplines bij de uitvoering van de verschillende stappen. Daarvoor zijn de interne werkafspraken van de betreffende GGD leidend.

Doelen

  • Transmissie van mazelen en nieuwe ziektegevallen is voorkomen.
  • De mogelijke bron is bekend.
  • Wanneer het een solitair geval betreft is het mazelenvirus getypeerd in het kader van de moleculaire epidemiologische surveillance van mazelenvirussen (LCI-richtlijn §9.1)
  • Patiënt* heeft inzicht in welke voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen om verspreiding naar andere personen te voorkomen (LCI-richtlijn § 8.2).
  • Patiënt heeft inzicht in de ziekte, de transmissieroute en het verloop
  • Personen met verhoogde kans op ernstig beloop en/of behorend tot de risicogroep (LCI-richtlijn §2.5/§6.1) hebben inzicht in de ziekte, de transmissieroute en maatregelen die eventueel noodzakelijk zijn (LCI-richtlijn § 8).
  • Gegevens zijn geïnventariseerd voor surveillance.

* Wanneer in de teskst over patiënt wordt gesproken wordt daarbij in de meerste gevallen bedoeld: de patiënt en/of ouders/verzorgers van de patiënt.

Stap 1 Melding

  1. Leg de melding of het signaal zorgvuldig en compleet vast in het daarbij horende registratiesysteem (handmatig en/of digitaal).
  2. Verifieer de informatie bij de diagnosticerend arts voordat contact wordt gelegd met patiënt. In dat gesprek zijn de volgende punten van belang:
    •    Hoe is de diagnose tot stand gekomen? (LCI-richtlijn §3.1) Vraag na welke diagnostiek er is ingezet.
    •    Verzamel de aanvullende persoons- en ziektegegevens die nodig zijn voor onder andere de melding in Osiris. Stel deze gegevens voortdurend bij wanneer nieuwe informatie beschikbaar komt.
    De eerste ziektedag is de datum waarop de eerste ziekteverschijnselen beginnen. (koorts)
    •    Ga na of de mogelijke bron bekend is.
    •    Ga na of patiënt gevaccineerd is tegen mazelen.
    •    Ga na of patiënt op de hoogte zijn gesteld van de diagnose. Zo niet, maak hier afspraken over.
    •    Toets de melding aan de meldingscriteria zoals genoemd in de Wet Publieke Gezondheid (LCI-richtlijn §10.1).

Stap 2 Interventies

2.1 Planning

  1. Neem contact op met de patiënt en inventariseer de benodigde gegevens.
  2. Ga na of er meerdere ziektegevallen in het gezin of directe omgeving zijn.
  3. Doe melding in Osiris.
  4. Gebruik de Beslisboom Huisbezoek als handvat bij de beslissing om wel of niet op huisbezoek te gaan.


2.2 Bronopsporing en Contactonderzoek

  1. Start bronopsporing en contactonderzoek. Bij een solitair geval en voor tenminste 2 gevallen in ieder epidemiologisch cluster, is moleculaire typering met behulp van PCR gewenst om de herkomst van het virus te achterhalen.
    Zorg dat materialen voor PCR of kweek (urine, speeksel, en een keeluitstrijk) worden ingestuurd naar het mazelen/rubella referentielaboratorium (RIVM-IDS (voormalig LIS) of Erasmus MC), ook als de diagnose al bevestigd is door serologisch onderzoek. (LCI-richtlijn § 3.1).
    Overleg hierover met het IDS. (voormalig LIS)
  2. Ga de vaccinatiestatus na van de kinderen, volwassenen en eventueel medisch/verzorgend personeel in de omgeving van de patiënt. (zie § 9.2 en bijlage 1 richtlijn LCI).
  3. Aan onbeschermde contactpersonen moet zo snel mogelijk BMR-vaccinatie worden aangeboden, en aan sommige risicogroepen immunoglobuline. (LCI-richtlijn §8.1.2.B/§9.4).
  4. Adviseer personen met een verhoogd risico op een ernstig verloop van de mazelen, contacten te vermijden in de besmettelijke periode (tot en met 4 dagen na het ontstaan van het exantheem).
  5. Bij meerdere meldingen van mazelen, informeer de betrokken relevante partners zoals huisarts(en) (brief) of overleg met hen.
  6. Bij een epidemie een casusregister bijhouden.
  7. Geef bij een mogelijke epidemie dit door aan het CIb en aangrenzende GGD’en.
  8. Als zich in een instelling, school, of kindercentrum één of meerdere gevallen met klachten en symptomen passend bij mazelen voordoen, is er sprake van de meldingsplicht op basis van Artikel 26 van de Wet Publieke Gezondheid.


2.3 Signaleren en verwijzen

Signaleer (collectieve) onrust vooral bij clusters. Signaleer psychische en sociale aspecten als gevolg van de infectieziekte. Begeleid en adviseer hierin de patiënt. In het bijzonder:

  • bij ernstige situaties (bijv. overlijden),
  • in bepaalde groepen,
  • bij ongevaccineerden.

2.4 Voorlichting

  1. Geef voorlichting aan patiënt over de mazelen (ISI), de transmissieroute en het verloop. Mazelen is zeer besmettelijk. (LCI-richtlijn § 4.4)
  2. Als er sprake is van een bevestigd geval in een groep, adviseer dan de groepsleiding om in de groep een informatiebrief over mazelen te verspreiden. Stel eventueel als GGD een voorbeeld brief beschikbaar.
  3. Adviseer hygiënemaatregelen: en benadruk hoest-, en handhygiëne.
  4. Vraag om opnieuw contact op te nemen met de GGD als er nieuwe ziektegevallen optreden en/of als het zich uitbreidt naar andere groepen binnen een instelling.


2.5 Netwerk/advisering

Informeer de afdeling JGZ conform interne afspraken.

2.6 Registratie en rapportage

  1. Verzamel gegevens ten behoeve van verslaglegging, registratie en epidemiologie en meld binnen 1 werkdag in Osiris.
  2. Leg alle activiteiten vast in een rapportage met datum en tijd.
  3. Rapporteer zo nodig (schriftelijk) terug naar de betrokken huisarts(en) en andere relevante partners.


Stap 3 Evaluatie

  1. Beoordeel of met de genomen stappen het beoogde doel is bereikt.
  2. Bijzonderheden in de afhandeling in werkoverleg bespreken.
  3. Meld trends en bijzonderheden in het jaarverslag.

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu