RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Paediatric surveillance of invasive infections by Haemophilus influenzae serotype b in 1994 in the Netherlands

Pediatrische surveillance van invasieve infecties door Haemophilus influenzae type b in 1994 in Nederland

Publiekssamenvatting

Ter voorkoming van sterfte, morbiditeit en blijvende schade als gevolg van invasieve Hib-infecties heeft de Gezondheidsraad geadviseerd vaccinatie tegen Hib in het Rijksvaccinatieprogramma op te nemen, hetgeen in 1993 is gerealiseerd. Om het effect van vaccinatie te beoordelen is surveillance geindiceerd. Naast gegevens betreffende meningitis, die verzameld worden door het Nederlands Referentie Laboratorium voor Bacteriele Meningitis (RBM), zijn gegevens nodig over andere invasieve Hib-infecties ; tevens is er behoefte aan aanvullende informatie, zoals vaccinatiestatus. Daarom voert het RIVM sinds oktober 1993 via het Nederlands Signalerings-Centrum Kindergeneeskunde (NSCK) pediatrische surveillance uit van invasieve Hib-infecties. In dit jaarrapport over Hib-surveillance worden de eerste effecten van vaccinatie beschreven en wordt een vergelijking gemaakt van gegevens verzameld door middel van surveillance door kinderartsen, streeklaboratoria en het RBM. Het totaal van 129 pediatrische meldingen van invasieve H. influenzae infectie betrof 50 gevallen van alleen meningitis, 31 van meningitis met sepsis, 1 van meningitis met artritis, 1 van meningitis met artritis en osteomyelitis, 32 van epiglottitis, inclusief 2 gevallen met sepsis, 9 van alleen sepsis, 4 van alleen artritis, en 1 van alleen osteomyelitis. Alle bewezen infecties traden op bij kinderen die niet of gedeeltelijk gevaccineerd waren. Een kind met sepsis werd 7 maanden na de derde vaccinatie opgenomen; de gekweekte Hi stam werd niet getypeerd. Typering werd verricht in 85% van alle isolaten: 97% was type b. Bij epiglottitiden werd vaak niet adequaat gekweekt. Voor de registratie van Hib-meningitis/-sepsis lijkt het RBM het meest complete systeem te bieden, de meerwaarde van pediatrische surveillance bestaat vooral in de mogelijkheid om aanvullende informatie te verzamelen over de patienten en om andere invasieve Hib-infecties dan meningitis/sepsis te registreren. Het effect van Hib-vaccinatie werd zichtbaar in het aantal gevallen van invasieve Hib-infecties, dat lager was dan het geschatte aantal gevallen van voor introductie van vaccinatie. Daarnaast lag de piekincidentie voor meningitis niet langer meer bij 0- maar bij 1-jarigen. Het is noodzakelijk dat bij invasieve infecties adequate kweken worden ingezet en dat typering wordt verricht. Daartoe kunnen sinds 1994 alle isolaten van een normaliter steriele locatie worden ingezonden naar het RBM. Vanaf 1 januari 1995 is de casusdefinitie niet langer beperkt tot type b infecties; hierdoor kunnen veranderingen in het aandeel van verschillende serotypes van Hi bestudeerd worden. Verder is cellulitis opgenomen als aparte aandoening. Continuering van surveillance, op zijn minst tot vaccinatie de volledige doelgroep van kinderen tot en met 5 jaar heeft bereikt, is aangewezen om het gevonden effect van deze nieuw aan het Rijksvaccinatieprogramma toegevoegde vaccinatie te bevestigen. De beschreven complementaire vormen van surveillance bieden daartoe goede mogelijkheden.
 

Gerelateerde onderwerpen

Home / Documenten en publicaties / Paediatric surveillance of invasive infections by Haemophilus influenzae serotype b in 1994 in the Netherlands

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu