RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Laboratorium surveillance van HIV-infecties, regio Arnhem, 1989-1994

Laboratory-based surveillance of HIV-infections in the Arnhem area, 1989-1994

Publiekssamenvatting

In de regio Arnhem vinden sinds april 1989 een aantal surveillance-activiteiten voor HIV-infecties plaats. Dit rapport presenteert de resultaten van vijf jaar monitoring van laboratoriumdiagnostiek van HIV-infecties aangevuld met een continue enquete naar de indicatie voor de test bij alle aanvragers van deze diagnostiek. Van april 1989 tot en met juni 1994 zijn 16.411 testen verricht voor 14.715 personen uit het verzorgingsgebied van het Streeklaboratorium Arnhem (SLA). Het percentage geinfecteerde personen (1,0%, n=140) was bijna twee keer zo klein als het percentage positieve testen (1,8%, n=303). Het aantal positieve personen nam niet toe in de tijd, alhoewel het aantal aangevraagde testen wel sterk is gestegen. Dit werd hoofdzakelijk veroorzaakt door een stijging in testaanvragen vanwege "wisselende heteroseksuele contacten". Sinds de start van de enquete in 1990 zijn 13.002 personen getest, waaronder 114 seropositieven. Door de enquete is van 88% van deze personen de reden voor testaanvraag bekend. Van de personen werd 38,3% getest op verzoek van derden, meestal in het kader van een keuring voor een (levens)verzekering. Onder deze testen werden twee infecties (0.05%) aangetoond. Er werden 3835 mannen en 3220 vrouwen getest met een medische reden waarvan 1,3% positief werd bevonden. Bij mannen werden de meeste infecties waargenomen onder homo/biseksuelen: 9,7% seropositief. Per kalenderjaar varieerde dit percentage van 6% tot 10%. Ook onder de intraveneuze druggebruikers werden relatief veel infecties aangetoond: 4,2% van de mannelijke druggerbuikers was positief en 5,8% van de vrouwelijke. Circa 44% van de mannen en 59% van de vrouwen met een test op medische indicatie werden getest vanwege heteroseksueel risicogedrag. Het percentage infecties dat in deze groep werd gevonden was echter laag: 0,2% en 0,3% van deze mannen resp. vrouwen. Er was geen trend zichtbaar in de heteroseksuele verspreiding over de 5 jaren. Dit alles wijst erop dat de verspreiding van HIV-infecties zich nog steeds met name in de bekende risicogroepen voordoet ; aanwijzingen voor aanzienlijke transmissie in de algemene bevolking werden niet gevonden.
 

Home / Documenten en publicaties / Laboratorium surveillance van HIV-infecties, regio Arnhem, 1989-1994

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu