RIVM_Logo

Prions: Risks to man and animal - Report of a workshop

Prionen: Risico's voor mens en dier - Verslag van een workshop

Publiekssamenvatting

Om de Nederlandse overheid op de hoogte te brengen van de recente ontwikkelingen op het gebied van prionen, werd een workshop georganiseerd. De informatie die tijdens de workshop werd gepresenteerd, aangevuld met relevante gegevens uit de literatuur werd samengebracht in dit rapport. Prionen, hun eigenschappen en de ziektes die ze kunnen veroorzaken werden besproken. Met name het risico van overdracht van Bovine Spongiform Encephalopathy (BSE) op de mens, resulterend in een variant van Creutzfeldt-Jakob Disease (V-CJD), werd uitgebreid behandeld. De belangrijkste ontwikkelingen tijdens de BSE-epidemie en de maatregelen die door nationale en Europese overheden genomen zijn gedurende de afgelopen negen jaar werden als een chronologisch overzicht gepresenteerd. De zeer lage incidentie van CJD, het gebrek aan correlatie met de BSE epidemiologie, de drempels die inherent zijn aan transmissieroutes, en vooral de 'species barrier' werden genoemd als factoren die de mogelijke risico's sterk verkleinen. Hoewel de diagnostiek nog steeds als zeer moeilijk beschouwd werd, kon gerapporteerd worden dat een combinatie van verschillende middelen, zoals het EEG, MRI-scans en de beoordeling van klinische tekenen het stellen van een diagnose met varierende mates van waarschijnlijkheid mogelijk maakt. De (toekomstige) mogelijkheid om al een positieve diagnose te kunnen stellen in het preklinische stadium werd als erg belangrijk beschouwd. Gebaseerd op de gegevens van CJD surveillance units in Europa, werd getoond dat de incidentie van CJD in verschillende landen in Europa ongeveer gelijk is en dat er de laatste jaren geen significante toename is geweest. Alleen mensen met CJD in de familie of met een geschiedenis van psychotische ziekte werden als een risicogroep beschouwd met betrekking tot het krijgen van CJD. Het risico een prionziekte op te lopen via de orale transmissieroute werd als zeer laag beoordeeld. Er werd geconcludeerd dat de aanwijzingen voor een mogelijk verband tussen CJD en BSE erg zwak zijn en het bestaan van dit verband op dit moment sterk betwijfeld dient te worden. Tenslotte werd het van uitermate groot belang geacht om de exacte inactivatiekinetiek van prionen te bepalen om zo noodzakelijke, maar geen overdreven inactivatie-eisen te kunnen definieren. Als actiepunt werd besloten op korte termijn richtlijnen op te stellen voor reiniging, desinfectie en sterilisatie van potentieel met prionen besmet instrumentarium en deze als een circulaire naar alle ziekenhuizen in Nederland te sturen.

Synopsis

A workshop was organised in order to inform the Dutch authorities on the state of the art in prion science. The information that was presented during the workshop, supplemented with relevant literature data, was brought together in this report. Prions, their characteristics, and the diseases they can cause in humans and animals were discussed. Especially the risk of transmission of Bovine Spongiform Encephalopathy (BSE) to man, resulting in a variant of Creutzfeldt-Jakob Disease (V-CJD) was dealt with extensively. The most important developments in the BSE epidemic and the measures taken by national and European authorities in the last nine years were presented as a chronological overview. Factors like the very low incidence of CJD, the lack of correlation with BSE epidemiology, barriers inherent to the transmission routes and, most importantly, the species barrier were discussed and found to reduce the possible risks and consequences for man enormously. Although diagnostics were still considered to be very difficult, a combination of several tools like the EEG, MRI scans and assessment of clinical signs was reported to be able to make the diagnosis of CJD with varying degrees of probability. The (future) possibility to make a positive diagnosis in the pre-clinical stage was considered very important. Based on the data from the CJD surveillance units in Europe, the incidence of CJD in different countries in Europe was reported to be similar and no significant increase was noted in the past few years. Only people with a family history of CJD or a history of psychotic disease were shown to be at a higher risk of acquiring CJD. The oral transmission route was judged to present a potentially very low risk of acquiring a prion disease. It was concluded that the indications of a possible link between CJD and BSE were very weak and the existence of this link must be doubted strongly at this moment. Finally, the determination of the exact inactivation kinetics of prions was found to be of crucial importance in order to be able to define the necessary, but not exaggerated, inactivation requirements. As an action item it was decided to formulate guidelines for hospitals on how to handle cleaning, desinfection and sterilisation of potentially prion contaminated instruments and distribute them as a circular letter to all the hospitals in the Netherlands.
 

Home / Documenten en publicaties / Prions: Risks to man and animal - Report of a workshop

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu