RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Bewakingsonderzoek 1994 naar het voorkomen van residuen van beta-agonisten, gestagenen en tranquillizers in slachtdieren

Surveillance 1994 into the occurrence of residues of beta-agonists, gestagens and tranquillizers in slaughter animals

Publiekssamenvatting

Gedurende het in 1994 uitgevoerde bewakingsonderzoek 'bijzondere slachtplaatsen' werden 196 monsters lever en 147 monsters urine onderzocht op de aanwezigheid van residuen van beta-agonisten, 197 monsters niervet werden onderzocht op de aanwezigheid van gestagenen en 141 monsters nier onderzocht op de aanwezigheid van tranquillizers. In geen van de onderzochte monsters urine en lever werden beta-agonisten aangetoond.Van de onderzochte monsters niervet werd in een geval het gestageen medroxyprogesteron(acetaat) aangetroffen, in alle overige onderzochte monsters niervet werden geen gestagenen aangetoond. Van de onderzochte monsters nier zijn in acht gevallen residuen van tranquillizers of carazolol aangetroffen. Acepromazine was de meest voorko-mende tranquillizer, azaperol/a-zaperon en xylazine werden eenmaal aangetroffen. In een geval werd de beta-blokker carazolol aangetroffen. Op basis van de resultaten is geadviseerd om in 1995 het onderzoek op beta-agonisten voort te zetten maar een andere matrix, namelijk retina te onderzoeken. Dit vanwege het feit dat de halfwaardetijd van beta-agonisten in retina langer is dan voor urine en lever. Het onderzoek op gestagenen en tranquillizers dient te worden voortgezet. Tevens werd aanbevolen om de aandacht in 1995 meer te richten op de anabole steroiden m.n. boldenon, methylboldenon, methyltestosteron en chloortestosteronacetaat.
 

Home / Documenten en publicaties / Bewakingsonderzoek 1994 naar het voorkomen van residuen van beta-agonisten, gestagenen en tranquillizers in slachtdieren

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu