RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Methodiekontwikkeling en haalbaarheidsstudie voor onderzoek naar effecten van vliegtuiggeluid op cognitieve prestaties en gedrag van schoolkinderen. Een onderzoek in de regio Schiphol

A feasibility study of the application of neurobehavioural tests for studying the effects of aircraft noise on primary school children living in the vicinity of Schiphol Airport, the Netherlands

Publiekssamenvatting

De centrale vraag van deze pilot-studie is of de gekozen meetinstrumenten betrouwbaar en geschikt zijn voor toekomstig onderzoek naar de invloed van geluidsbelasting door vliegverkeer op cognitieve prestaties en gedrag van kinderen. Het pilot-onderzoek werd in de periode mei-juni 1995 uitgevoerd bij 86 kinderen (8-12 jaar oud) uit een gebied met een relatief hoge geluidsbelasting door vliegverkeer (Zwanenburg, 8 km van Schiphol) en bij 73 kinderen uit een gebied met een relatief lage geluidsbelasting (Uitgeest). De kinderen werden tweemaal onder schooltijd getest met een interval van 4 tot 6 weken. Het testinstrumentarium bestond uit een vijftal cognitieve prestatietests en twee gedragsbeoordelingslijsten ter bepaling van aandachtsvermogen, motoriek, perceptuele verwerking, geheugen, leesvaardigheid en gedragsproblemen. Daarnaast zijn korte vragenlijsten over de slaapkwaliteit en de ervaren geluidhinder afgenomen. Geconcludeerd wordt dat een veldstudie met een dergelijke omvang zowel in technische als logistieke zin goed uitvoerbaar is. Het gebruikte testinstrumentarium blijkt grotendeels betrouwbaar en geschikt voor onderzoek naar de effecten van vliegtuiggeluid op het prestatievermogen en het gedrag van kinderen, en wees voorts op enkele groepsverschillen. De hoog geluidbelaste groep scoorde slechter op een motorische en een aandachtstest. De ouders van de geluidbelaste kinderen rapporteerden meer aandachts- en sociale problemen. Anderzijds werd hyperactiviteit juist minder vaak bij de aan vliegtuiggeluid blootgestelde groep waargenomen. Voor de overige gedragskenmerken en voor (ervaren) slaapkwaliteit zijn geen verschillen tussen de twee groepen gevonden. Het percentage kinderen dat hinder van geluid ondervond was bijna twee keer zo hoog in de groep met de hoge geluidbelasting (76%) vergeleken met kinderen uit het gebied met weinig vliegtuiggeluid (40%). Vanwege het verkennend karakter is het onderzoek uitgevoerd bij een beperkt aantal kinderen. Conclusies over de relatie tussen de geluidsbelasting door vliegverkeer en het prestatievermogen en het gedrag bij kinderen zijn daarom niet mogelijk. Aanbevelingen voor eventueel verder onderzoek zijn onder meer: een steekproef van ten minste 500 kinderen, afkomstig van vergelijkbare scholen (identiteit, schoolgrootte, klassegrootte, onderwijsmethode) ; 3-5 geluidbelaste groepen met een zo groot mogelijk contrast in geluidsbelasting ; en bepaling van de individuele geluidsbelasting.
 

Gerelateerde onderwerpen

Home / Documenten en publicaties / Methodiekontwikkeling en haalbaarheidsstudie voor onderzoek naar effecten van vliegtuiggeluid op cognitieve prestaties en gedrag van schoolkinderen. Een onderzoek in de regio Schiphol

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu