RIVM_Logo

Vergelijkende PM10-metingen in Nederland. deel C: stedelijke omgeving

Comparative PM10 measurements in the Netherlands Part C: urban areas

Publiekssamenvatting

De fijne stofdeeltjes PM10 (met afmetingen kleiner dan 10 um) worden momenteel op 19 locaties in Nederland met behulp van beta-stofmonitoren gemeten. Uit een vergelijkend onderzoek tussen de beta-stofmonitor en referentiemethode voor PM10 in 1990 blijkt dat de beta-stofmonitor een onderschatting geeft van ongeveer 25%. Daarom worden sindsdien alle gemeten PM10-concentraties vermenigvuldigd met een correctiefactor van 1,33. Dit onderzoek is een vervolg op eerdere studies naar de oorzaak van een correctie factor op de gemeten PM10-concentratie in het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit. Na een eerdere studie in een omgeving waar veel ammoniuma6rosol verwacht was, is er nu onderzoek verricht in een stedelijke omgeving met veel verkeersemissies. De beta-stofmonitor zoals die gebruikt wordt in het LML is vergeleken met een PM10-referentiemethode (Klein Filter Gerit KFG). De vergelijking van de beta-stofmonitor met deze referentie valt in stedelijk gebied anders uit dan in agrarisch gebied. Voor de TEOM die ter vergelijking meegenomen is, is het verschil niet duidelijk. De oorsprong van de correctiefactor (b)lijkt in causaal verband te staan met de samenstelling van het aerosol.

Synopsis

The PM10-concentrations occurring in areas covered by the National Air Quality Monitoring Network in the Netherlands were measured with FAG-Eberline 62 I-N beta-attenuation monitors. Previous measurements revealed this monitor to be underestimated with respect to the EU reference method for PM10. Since then, all the measured PM10 concentrations have been multiplied by 1.33. The origin of this multiplying factor was investigated and reported in two previous studies in the laboratory and in an ambient field study at an agricultural site. The third study was performed at a measuring site in an urban area with considerable traffic. PM10 measurements were taken using two identical beta-attenuation monitors and a TEOM. Several instruments identifying carbonaceous aerosol were operated as well. The results from this site show that evaporation and humidity need to be corrected. The study demonstrated that instead of being a constant factor, the correction will depend on the composition of the aerosol.
 

Home / Documenten en publicaties / Vergelijkende PM10-metingen in Nederland. deel C: stedelijke omgeving

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu