RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

HIV and Sexually Transmitted Infections in the Netherlands in 2003

HIV en SOA in Nederland in 2003

Publiekssamenvatting

De toename van seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA), die de afgelopen jaren werd waargenomen, lijkt in 2003 enigszins te zijn gestabiliseerd. De continue toename in het aantal gevallen van syfilis en de epidemie van Lymphogranuloma venereum (LGV) bij homo/biseksuele mannen duidt echter op toename in onveilig seksueel gedrag. Continue alertheid is nodig om verdere verspreiding van SOA en HIV te voorkomen. Per augustus 2004 zijn 9767 personen met HIV geregistreerd, waarvan 847 gediagnosticeerd in 2003. Eind 2003 waren er naar schatting 16400 personen in Nederland geinfecteerd met HIV. Homo/biseksuele mannen vormden hierbij nog steeds de grootste groep. Het aandeel van heteroseksuelen met HIV steeg de laatste jaren, maar lijkt zich in 2003 te stabiliseren. De hoogste HIV prevalentie in Nederland werd gevonden bij homo/biseksuele mannen (0-22%) en injecterende druggebruikers (0-26%). De HIV prevalentie bij de heteroseksuele bevolkingsgroep varieerde van 0 tot 1,4%. Het aantal gevallen van Chlamydia is gelijk gebleven en gonorroe daalde met 16%. Het aantal gevallen van syfilis en virale SOA nam echter nog steeds toe. In 2000-2003 is het aantal gevallen van syfilis bij mannen meer dan verdubbeld. Deze forse toename van syfilis komt grotendeels op het conto van homo/biseksuele mannen. Genitale wratten zijn de meest voorkomende virale SOA. In 2003 is de resistentie tegen ciprofloxacin bij gonorroe toegenomen tot 9%. In Amsterdam wordt deze resistentie voor het eerst vaker gezien bij homo/biseksuele mannen dan bij heteroseksuelen. De epidemie van LGV bij, voornamelijk HIV positieve, homo/biseksuele mannen heeft tot intensivering van surveillance geleid. Op 1 september 2004 waren 92 gevallen gerapporteerd. Na (inter)nationale berichtgeving over deze epidemie worden gevallen nu ook vanuit andere Europese landen gemeld. In Nederland lijkt LGV nog steeds langzaam toe te nemen. Bekend HIV positieve personen nemen een belangrijk deel van de SOA voor hun rekening: 20% van alle gonorroe, chlamydia en syfilis in homo/biseksuele mannen wordt gezien bij HIV positieven. We concluderen dat het seksuele risicogedrag bij homo/biseksuele mannen onverminderd hoog is met een reeel risico op verdere verspreiding van SOA en HIV. Continue alertheid is geboden om verdere verspreiding van SOA en HIV te voorkomen en hierbij dient te worden gezocht naar innovatieve methoden in preventie en interventie.
 

Gerelateerde onderwerpen

Home / Documenten en publicaties / HIV and Sexually Transmitted Infections in the Netherlands in 2003

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu