RIVM_Logo

Surveillance van het verloop van influenza-uitbraken en oseltamivir gebruik in verpleeg- en verzorgingshuizen in Nederland

Surveillance of influenza outbreaks and the use of oseltamivir in nursing homes in the Netherlands

Publiekssamenvatting

Er is nog niet met zekerheid vastgesteld of het middel oseltamivir griepuitbraken in verpleeg- en verzorgingshuizen verkort. De lage vaccinatiegraad onder het personeel en verlate inzet van oseltamivir veroorzaken deze onzekerheid. Dit blijkt uit een surveillance in negen zorginstellingen in het winterseizoen 2003-2004. Deze surveillance is uitgevoerd door het RIVM, GGD'en en verpleeghuisartsen. van Volksgezondheid, Welzijn en Sport beschikbaar werd gesteld. Het middel zou bewoners van zorginstellingen extra moeten beschermen tegen griep en griepuitbraken kunnen verkorten. In de negen zorginstellingen was de vaccinatiegraad onder bewoners gemiddeld 93% en onder personeel 20%. In 6 instellingen kregen de bewoners oseltamivir om zowel griep te behandelen (therapeutisch) als te voorkomen (profylactisch). In 2 zorginstellingen werd oseltamivir alleen gebruikt om de bewoners te behandelen. In 1 instelling werd oseltamivir in sommige zorgeenheden gebruikt als therapie terwijl het in andere zorgeenheden gebruikt werd om griep te voorkomen. Door de vertraagde inzet van oseltamivir ter voorkoming van nieuwe grieppatienten en de afwezigheid van controles (grieppatienten waarbij geen oseltamivir toegediend is) is het onzeker of nieuwe casussen zijn uitgebleven door de behandeling of door de natuurlijke uitdoving van de epidemie.

Synopsis

Nursing home surveillance in the winter of 2003-2004 did not produce conclusive evidence as to the effect of oseltamivir on the course of influenza outbreaks after its administration to nursing home residents as post-exposition profylaxis and/or therapy. Surveillance was carried out to assess the effect of oseltamivir in protecting nursing home residents from influenza infection. The Dutch Ministry of Health had urged provision of oseltamivir to this group after a mismatch between the epidemic influenza A(H3N2) strain and the A(H3N2) vaccine strain. In our study of the effect of oseltamivir on influenza outbreaks in institutions, we found that in 6 institutions residents of all care units were administered oseltamvir profylaxis and/or therapy, while in 2 institutions all residents received only oseltamivir therapy. In one institution the method of administration varied per care-unit. Of care-units with a known treatment starting-date, no additional cases were found after the start of treatment both in 50% of the care-units that administered oseltamivir profylaxis and/or therapy (n=12) and 50% of the care-units that administered only oseltamivir therapy (n=4). One additional case of clinical influenza was found in 2 care-units administered oseltamivir profylaxis and/or therapy. Due to absence of control institutions and delayed administration of oseltamivir for profylaxis, it is unclear if the few additional cases were the result of oseltamivir treatment or of a natural decline in the influenza epidemic in nursing homes. A study comparing the course of the influenza outbreaks in nursing homes administering oseltamivir with those not adminstering oseltamivir could clarify the effect of oseltamivir.
 

Gerelateerde onderwerpen

Home / Documenten en publicaties / Surveillance van het verloop van influenza-uitbraken en oseltamivir gebruik in verpleeg- en verzorgingshuizen in Nederland

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu