RIVM_Logo

Time trends in prevalence of sensitization to milk, egg and peanut in the Netherlands

Publiekssamenvatting

Tussen 1995 en 2007 is in Nederland het aantal mensen dat allergisch is voor pinda's toegenomen. Voedselallergie voor koemelk en ei is niet toegenomen. Dit blijkt uit onderzoek van het RIVM uitgevoerd in opdracht van de Voedsel en Warenautoriteit (VWA) om trends vast te stellen in de mate waarin voedselallergie in Nederland voorkomt. In het onderzoek is de mate waarin voedselallergie voorkomt gebaseerd op de aanwezigheid van IgE-antistoffen tegen pinda, melk of ei in bloed, een maat voor allergische sensibilisatie. Ongeveer 30 tot 60% van de personen met deze antistoffen heeft daadwerkelijk allergische klachten.
In westerse landen zijn in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw allergische aandoeningen zoals astma en eczeem sterk toegenomen. Enkele studies tonen aan dat voedselallergie voor pinda ook aan het toenemen is. Het is echter nog niet bekend welke genetische en omgevingsfactoren deze toename kunnen verklaren. Pinda-allergie heeft een grote invloed op de kwaliteit van leven. Allergische mensen die per ongeluk pinda's eten kunnen daar levensbedreigende symptomen van ondervinden. Dit kan alleen voorkomen worden door geen pinda's te eten. Dat is niet altijd gemakkelijk omdat pinda's in veel voedingsproducten worden verwerkt.
Voor deze studie is de aanwezigheid van IgE-antistoffen tegen de onderzochte voedingsstoffen in bloed bepaald. De bloedmonsters zijn in twee perioden afgenomen, waartussen ongeveer tien jaar tijd zit (1995/1996 en 2006/2007). De mate waarin sensibilisatie voorkomt is voor vier leeftijdscategorieen bepaald: 0 tot 4 jaar, 5 tot 18 jaar, 19 tot 40 jaar en 41 tot 79 jaar.

Synopsis

In the Netherlands, the number of people with a peanut allergy increased in the period from 1995 to 2007. There are no indications of any increase in food allergies for cow's milk and eggs. These results were obtained from a study carried out by the National Institute for Public Health and the Environment (RIVM) by order of the Food and Consumer Product Safety Authority. The aim of this research was to investigate whether there are any trends in the prevalence of food allergies in the Netherlands. In this study, the prevalence of food allergy was based on the presence of IgE antibodies specific for peanuts, cow's milk and eggs in human blood - a measure for allergic sensitization. Approximately 30 to 60% of these sensitized subjects will develop allergic symptoms.
The prevalence of allergic diseases, such as asthma and eczema has increased in Western countries during the nineteen-eighties and nineties. There are indications that the prevalence of peanut allergy is also increasing. It is currently unknown which genetic and environmental factors are involved in this increase. Peanut allergy has a large impact on a person's quality of life. Allergic people who accidentally ingest peanuts can develop life-threatening symptoms, which can only be prevented by eliminating peanuts from the diet. This is not always easy, since peanuts are used as ingredients in many food products.
In this study the presence of IgE antibodies for the food allergens was assessed in blood. The blood samples were obtained in two different time periods: in 1995/1996 and in 2006/2007. The prevalence of sensitization was assessed in four age groups: 0-4 years, 5-18 years, 19-40 years and 41-79 years.

 

Home / Documenten en publicaties / Time trends in prevalence of sensitization to milk, egg and peanut in the Netherlands

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu