RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Opzet monitoring Nederlandse prioritaire stoffen

Monitoring scheme of the 'Dutch priority substances'

Publiekssamenvatting

Het RIVM zoekt naar manieren om meer zicht te krijgen
op emissies en milieuconcentraties van chemische stoffen waarover Nederland
niet verplicht is te rapporteren. Het instituut heeft geinventariseerd wat
bekend is over de uitstoot van schadelijke chemische stoffen in Nederland en
over de concentraties ervan in het milieu. Europese wetgeving verplicht
lidstaten om gegevens over emissies van een aantal van deze zogeheten
Nederlandse prioritaire stoffen naar lucht, water en bodem beschikbaar te
hebben.
Van de meeste stoffen waarvan de emissies moeten worden gerapporteerd, is
dat het geval. Van een aantal stoffen waarover het niet verplicht is te
rapporteren, zijn de emissies en de concentraties in het milieu niet goed
bekend (D-stoffen). Dit betreft vooral stoffen die geen eenduidige bron
hebben (diffuse bronnen). Voorbeelden zijn enkele gewasbeschermingsmiddelen
en gechloreerde paraffines, die onder andere als vervangers van pcb's in de
metaalindustrie worden gebruikt en als weekmakers in plastic.
Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VROM.
Aanleiding is de voortgangsrapportage van VROM over het milieubeleid voor
Nederlandse prioritaire stoffen, die naar verwachting in 2011 verschijnt.
In deze rapportage staat onder andere de status van prioritaire stoffen
vermeld (A-stof: de milieuconcentratie is problematisch, B-stof: de
milieuconcentratie is minder problematisch, C-stof: de milieuconcentratie is
niet problematisch). Het is de bedoeling om in 2011 van alle Nederlandse
prioritaire stoffen te weten of de milieuconcentratie problematisch is of
niet. Het RIVM geeft in het onderzoek aan wat nodig is om deze kennis te
verkrijgen. Zo is meer inzicht nodig in de emissies en milieuconcentraties
van D-stoffen. Daarvoor houdt het bedrijfsleven in 2010 een enquete waarin
de industrie wordt gevraagd welke D-stoffen substantieel worden uitgestoten.
Als daaruit blijkt dat nog onbekende stoffen substantieel worden
uitgestoten, kunnen ze eventueel aan het monitoringsprogramma worden
toegevoegd.
 

Gerelateerde onderwerpen

Home / Documenten en publicaties / Opzet monitoring Nederlandse prioritaire stoffen

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu