RIVM_Logo

Mogelijke bijwerkingen binnen het Rijksvaccinatie Programma in Nederland : Meldingen in 2009

Publiekssamenvatting

In 2009 heeft de bijwerkingenbewaking van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) 1647 meldingen ontvangen, een toename van 28 procent ten opzicht van 2008. Dit aantal is exclusief de meldingen van de inhaalcampagne tegen infectie met het Humaan Papilloma Virus (HPV) en de vaccinatiecampagne tegen nieuwe Influenza A (H1N1). Over de veiligheid van deze campagnes wordt elders gerapporteerd. De oorzaak van de toename van het totale aantal meldingen is een groter aantal meldingen van lokale reacties en koorts na de herhalings-DKTP die kinderen op vierjarige leeftijd krijgen. Van alle meldingen werd 81 procent beoordeeld als bijwerking van een vaccinatie. Bij 19 procent van de meldingen waren de verschijnselen geen gevolg van een vaccinatie maar een toevallige samenloop van gebeurtenissen. Bij 38 procent van alle meldingen ging het om heftige verschijnselen, vooral zeer hoge koorts, langdurig huilen, wegrakingen, verkleurde benen, koortsstuipen en atypische aanvallen met rillerigheid, schrikschokken en gespannenheid of juist een heel slappe houding. De ernstige infecties die zijn gerapporteerd hadden geen relatie met de vaccinaties, net als de meldingen van epilepsie en hersenontsteking. Bij alle negen meldingen van overleden kinderen zijn de vaccinaties daar niet de oorzaak van geweest. Dit blijkt uit de jaarlijkse rapportage van de bijwerkingenbewaking van het RVP in 2009. Dit jaar werden, net als in 2008, voor het RVP bijna 7 miljoen vaccincomponenten toegediend in de vorm van 1,4 miljoen prikken. In dat licht bezien is een aantal van 1647 meldingen (in 81 procent van de gevallen als bijwerking geduid) klein te noemen. Daarnaast zijn de gesignaleerde bijwerkingen medisch gezien niet gevaarlijk, hoewel ze soms voor omstanders beangstigend kunnen zijn. Ze zijn van voorbijgaande aard en leiden niet tot blijvende gevolgen. De grote gezondheidswinst die het RVP oplevert, weegt op tegen de bijwerkingen. Het RVP bestaat sinds 1957 en wordt sinds 1962 intensief bewaakt. Dat gebeurt in de vorm van een zogeheten gestimuleerd spontaan meldsysteem, aangevuld met andere vormen van onderzoek naar bijwerkingen. Dit meldsysteem blijkt een goed instrument om signalen over mogelijke bijwerkingen op te pikken. Het systeem is bovendien zodanig ingericht dat gegevens te achterhalen zijn, wat vervolgonderzoek mogelijk maakt. In Nederland is de meldgraad van vermoede bijwerkingen hoog, onder andere doordat consultatiebureaus in hoge mate bereid zijn om bijwerkingen door te geven. Heftige en zeldzame reacties worden in bijna alle gevallen gemeld.
 

Home / Documenten en publicaties / Mogelijke bijwerkingen binnen het Rijksvaccinatie Programma in Nederland : Meldingen in 2009

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu