RIVM_Logo

Vergelijkbaarheid van referentie-meetapparatuur en filtertypes voor fijnstof (PM10)

Comparability of reference measurement devices and filter types for particulate matter (PM10)

Publiekssamenvatting

Om de bruikbaarheid van referentie-apparatuur voor kalibratie en controle van automatische meetsystemen voor fijnstof (PM10) in het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) vast te stellen is in 2006 onderzoek verricht naar onderlinge vergelijkbaarheid van een aantal referentie-instrumenten. Tevens is hierbij een aantal filtertypes getest op bruikbaarheid. Reden hiervoor is dat het tot dan toe voor referentie-metingen gebruikte type Schleicher & Schuell QF20 uit productie zou worden genomen. Onderlinge verschillen tussen referentie-instrumenten bedragen 0 tot 15%; de tussen-instrument spreiding bedraagt 1,63 µg/m3 (7,5%) bij een gemiddelde concentratie van 21,8 µg/m3. Voor de verschillende filtertypes liggen de gemiddelde waarden tussen 20 en 23 µg/m3, hetgeen overeenkomt met een spreiding van ca. 14%. De verschillen in meetwaarden kunnen niet worden verklaard door verschillen in debieten van de verschillende referentie-instrumenten maar deels wel door onderlinge hindering in de vrije aanzuiging van de instrumenten. Desondanks voldoet de tussen-instrument spreiding aan de Europese eis van =2 µg/m3. Evaluatie van de resultaten voor de 4 filtertypes geven aan dat Whatman QMA de meest geschikte vervanger is voor het uit productie genomen Schleicher & Schuell QF20.

Synopsis

To assess the suitability of reference measurement devices for calibration and checking of automated measurement systems for particulate matter (PM10) in the National Air Quality Monitoring Network (NAQMN), in 2006 research has been conducted into between instrument comparability. In addition a number of filter types has been tested for suitability. Reason for this is the future unavailability of the type that has hitherto been used (Schleicher & Schuell QF20). Eight reference instruments have been equipped with the filter types Schleicher & Schuell QF20, Whatman QMA, Pall 'Pallflex' and Machery & Nagel MN QF1 according to a fixed schedule so as to obtain four pairs of instruments for between instrument comparison, and to have filters sampled in duplicate by differing instruments. Differences between instruments amount from 0 to 15% with a between instrument variation of 1,63 µg/m3 (7,5%) at a mean concentration of 21,8 µg/m3. The mean concentrations for the different filter types range from 20 to 23 µg/m3 (ca. 14%). Evaluation with ANOVA shows that the factors "instrument", "filter", "day of measurement". together with the interaction "filter - day of measurement" are significant; after removing the factor "day of measurement" a variation of about ± 5% around the mean between instruments results. The results for the filter types QF20 and QMA are not significantly different, but are significantly higher than those for Pallflex and MN QF1. Flow variations between instruments have been detected, but correcting for these does not explain the differences in measurement results. Obstruction of the free flow towards instrument sampling inlets partly explains the differences. Nevertheless the between instrument variation still meets the European requirement of =2 µg/m3. Results for the filter types show that Whatman QMA is the most suitable replacement for Schleicher & Schuell QF20 which is no longer in production.
 

Home / Documenten en publicaties / Vergelijkbaarheid van referentie-meetapparatuur en filtertypes voor fijnstof (PM10)

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu