RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Kinkhoestsurveillance in 2013 en 2014

Publiekssamenvatting

Door aanpassingen in het Rijksvaccinatieprogramma is kinkhoest onder gevaccineerde kinderen in de afgelopen 15 jaar gedaald. Onder baby's die nog niet zijn gevaccineerd blijft het aantal zieken hoog, vooral als er veel extra adolescenten en volwassenen ziek zijn. Bij tieners en volwassenen neemt het aantal kinkhoestinfecties al jaren toe. Aangezien ouders een belangrijke besmettingsbron zijn voor hun baby's, vormt dit een (toenemende) bedreiging voor baby's. De stijging van het aantal kinkhoestgevallen komt doordat de weerstand die wordt opgewekt door de vaccinatie wegebt. Daarnaast is de bacterie resistenter geworden tegen vaccinatie. Dit blijkt uit de RIVM-monitoring van kinkhoest in Nederland tussen 1989 en 2014.

Sinds 1952 worden kinderen tegen kinkhoest gevaccineerd. De gemiddelde deelname aan de vaccinatie (vaccinatiegraad) was de afgelopen decennia hoog (ruim 96-97 procent). Desondanks neemt kinkhoest onder de algemene bevolking sinds 1996 toe. Daarbij wordt om de 2 tot 4 jaren een extra stijging (epidemie) van het aantal gevallen in Nederland waargenomen, vooral bij adolescenten en volwassen. Kinkhoest kan vooral bij niet- of onvolledig gevaccineerde baby's zeer ernstig verlopen, en is in sommige gevallen zelfs dodelijk. Om hen beter te beschermen zijn drie veranderingen doorgevoerd in de kinkhoestvaccinatie.

Eerder vaccineren, een extra inenting en een ander vaccin
Sinds 1999 worden baby's een maand eerder gevaccineerd; de eerste inenting is vervroegd naar twee maanden. Kinderen van 4 jaar krijgen een extra vaccinatie. Het cellulaire kinkhoestvaccin (dat hele, gedode, bacteriƫn bevat) is vervangen door een a-cellulair vaccin (dat gezuiverde stukjes van de bacterie bevat). Het nieuwe is effectiever en heeft een kleinere kans op bijwerkingen.

Vaccinatie van zwangeren
De toename van het aantal kinkhoestinfecties bij tieners en volwassenen komt onder andere doordat de kinkhoestbacterie meer circuleert. Aangezien ouders een belangrijke bron zijn in de overdracht van kinkhoest naar baby's, kan een hoger aantal infecties bij hen meer ernstige infecties bij on(volledig) gevaccineerde baby's veroorzaken. In Engeland is aangetoond dat de vaccinatie van moeders in het laatste trimester van de zwangerschap, zuigelingen goed beschermt. De opgebouwde immuniteit van de moeder wordt namelijk overgedragen op het ongeboren kind. Ook kan de gevaccineerde moeder de ziekte dan niet overdragen naar haar kind.

Betere kinkhoestvaccins
Uit RIVM-onderzoek blijkt dat de kinkhoestbacterie is veranderd in de loop der jaren en resistenter geworden tegen vaccinatie. Deskundigen zijn het er dan ook over eens dat kinkhoestvaccins verbeterd moeten worden.

Het RIVM monitort de gegevens over kinkhoest om zo de effectiviteit van de vaccinatie in de gaten te houden en de overheid te adviseren over verbeteringen. Uiteindelijke doel van de monitoring is ernstige ziekte onder baby's te voorkomen en het aantal zieken onder de gehele bevolking te verminderen. In Nederland buigt de Gezondheidsraad zich op dit moment over de kinkhoestvaccinatie.
 

Gerelateerde onderwerpen

Home / Documenten en publicaties / Kinkhoestsurveillance in 2013 en 2014

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu