RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Seksueel overdraagbare aandoeningen in Nederland in 2015

Publiekssamenvatting

Het aantal mensen dat zich bij een Centrum Seksuele Gezondheid (CSG) heeft laten testen op een seksueel overdraagbare aandoening (soa) is, na een jarenlange stijging, in 2015 gedaald. De daling hangt samen met een sterkere focus op de doelgroep van de CSG en de bevroren budgetten met betrekking tot het aantal consulten dat kan worden afgehandeld. Het percentage bezoekers bij wie een soa werd vastgesteld, is wel verder toegenomen, tot 17,2 procent. Bij huisartsen zijn de aantallen soa-consulten ook gedaald. Chlamydia blijft de meest voorkomende soa.
De CSG's bieden hoog-risicogroepen de mogelijkheid om zich gratis te laten testen op soa's. In totaal waren er in 2015 136.347 consulten bij de CSG, een daling van 3,4 procent ten opzichte van 2014. De meeste soa's zijn vastgesteld bij personen die voor een soa zijn gewaarschuwd door een (voormalige) partner, bij personen met soa-gerelateerde klachten en bij hiv-positieve mannen die seks hebben met mannen (MSM). Ook jongeren onder de 20 jaar met een lagere opleiding en personen die voor een tweede keer in hetzelfde jaar op consult komen hebben vaker een soa.

Chlamydia
In 2015 had 13,7 procent van de CSG-bezoekers een chlamydia-infectie (18.585 diagnoses); een stijging van 1,1 procent ten opzichte van het voorgaande jaar. De grootste toename is te zien bij heteroseksuele mannen (van 13,9 procent in 2014 naar 16,1 procent in 2014). Chlamydia wordt het meest aangetroffen bij vrouwen en heteroseksuele mannen onder de 20 jaar (21,0 procent) en bij mensen die hiervoor zijn gewaarschuwd (34,0 procent). Bij MSM is het percentage chlamydia al jaren stabiel op 10 procent.

Gonorroe
Het aantal gonorroe-diagnoses is met 17 procent gestegen naar 5.391 diagnoses. Deze soa wordt vooral vaker bij MSM gevonden (10,7 procent), terwijl het percentage stabiel blijft bij vrouwen en heteroseksuele mannen (respectievelijk 1,6 en 1,9 procent). Een op de vijf gonorroediagnoses is opgespoord na een waarschuwing door een partner. Ook in 2015 zijn er geen gonorroegevallen gevonden die resistent zijn tegen eerstelijns antibiotica. Minder dan de helft van de positief bevonden monsters is getest op resistentie.

Syfilis
Het aantal diagnoses van syfilis is in 2015 gestegen met 27 procent tot 942, hoewel vanwege het aangepaste testbeleid minder jongeren onder de 25 jaar zijn getest. Het percentage MSM met een syfilisinfectie steeg van 2,3 procent in 2014 naar 2,6 procent in 2015. Het afgelopen jaar is opnieuw een sterke stijging bij bekend hiv-positieve MSM gezien: van 6,6 procent in 2014 naar 8,0 procent in 2015. Van alle MSM met syfilis was 22 procent gewaarschuwd voor syfilis en wist 40 procent dat hij hiv had.

Hiv
Het aantal nieuwe hiv-diagnoses bij de CSG is in 2015 met 11 procent gedaald (288 in 2015 versus 323 in 2014). Van deze diagnoses was 90 procent bij MSM. Het percentage nieuwe hiv-diagnoses bij MSM daalde van 3,0 procent in 2008 naar 0,9 procent in 2015. Het aantal hiv-patiënten dat bij de Nederlandse hiv-behandelcentra werd aangemeld daalde ook, van 1.311 in 2008 naar 1.033 in 2015.

 

Home / Documenten en publicaties / Sexually transmitted infections in the Netherlands in 2015

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu