Nummer 10 / augustus 2013
Nieuwsbrief NKCA
Nummer 10 / augustus 2013
Door de inwerktreding van de herziene Wet op de dierproeven bestaat het NKCA sinds 18 december 2014 niet meer. Dit is dan ook onze laatste nieuwsbrief. Dank u voor het lezen van onze nieuwsbrief. We wensen u fijne dagen en een mooi 2015 met veel aandacht voor het vervangen, verminderen en verfijnen van dierproeven!



SPECIALE UITGAVE NIEUWSBRIEF: INTERVIEWS
Na een korte zomerstop weer een nieuwsbrief van het NKCA. We hopen dat u een goede zomer heeft gehad! Wij hebben de afgelopen zonnige maanden deels gebruikt om inspirerende gesprekken te voeren met mensen uit het veld. Deze nieuwsbrief is speciaal gewijd aan deze interviews. Vanuit heel verschillende invalshoeken en belangen kijken de geïnterviewden naar dierproeven en de nut en noodzaak van 3V-alternatieven (Vervangen, Verminderen en Verfijnen) voor dierproeven. We wensen u veel leesplezier!


Vermijding ook belangrijk
Er is de laatste dertig jaar veel bereikt op het gebied van 3V-alternatieven, kijkt Bert van Zutphen, emeritus professor van de Universiteit Utrecht terug. In 1983 werd hij bij die universiteit aangesteld als eerste hoogleraar Proefdierkunde in Nederland. De 3V's waren altijd de leidraad bij zijn werk. Maar inmiddels zou hij daar graag een vierde V aan toevoegen. De V van Vermijding. "Daarmee doel ik op het feit dat in veel gevallen door de ontwikkelingen in de biotechnologie een dierproef niet meer nodig is. Het is steeds meer mogelijk geworden om dierproeven te omzeilen. Dat wordt dan niet direct gezien als een alternatief omdat het een 'spin-off' is van het biomedisch onderzoek dat niet primair gericht was op ontwikkelen van een alternatief voor een dierproef. Maar deze ontwikkeling draagt zeker bij aan de vermindering van het gebruik van proefdieren."
Lees meer

Beter gebruik maken van bestaande data
Met het 3V-beleid op het gebied van dierproeven is in Nederland veel bereikt, vindt ook Merel Ritskes-Hoitinga, hoogleraar proefdierkunde en afdelingshoofd van het Centraal Dierenlaboratorium van het UMC St Radboud in Nijmegen. "Maar met dat beleid komen we nu niet verder meer. Het is daarom tijd om een nieuwe weg in te slaan." Voor Ritskes-Hoitinga staat vast dat die nieuwe weg moet leiden naar het beter delen van data van onderzoek. Dat voorkomt onnodige duplicatie van onderzoek met dieren. Het zorgt ook voor betere wetenschap, omdat voortgebouwd kan worden op wat al onderzocht is. Systematic Review, een methodiek die al langer toegepast wordt bij klinisch onderzoek, is volgens Ritskes-Hoitinga een goede manier om bestaande onderzoekdata inzichtelijk en bruikbaar te maken.
Lees meer

Openheid negatieve resultaten nodig
In de visie van ZonMw zijn er twee dingen nodig om de zorg en gezondheid te verbeteren: kennis en het daadwerkelijk gebruiken van die kennis. "Belangrijk is dus dat kennis die wordt opgedaan in de projecten die we financieren ook verspreid wordt", vertelt Henk Smid, directeur van ZonMw. En daarbij gaat het zeker niet alleen om positieve resultaten. "Negatieve resultaten dragen ook bij aan de ontwikkeling van wetenschappelijke kennis. Dat geldt ook voor onderzoek waar gebruik wordt gemaakt van diermodellen. Als bekend is dat bepaald onderzoek negatief resultaat oplevert, voorkomt dat dat onderzoek nog eens op dezelfde manier uitgevoerd wordt." Binnen het ZonMw programma Meer Kennis met Minder Dieren (MKMD) is ook ruimte om het publiceren van negatieve resultaten een impuls te geven. Hoewel wetenschappelijke tijdschriften nog terughoudend zijn om negatieve resultaten te publiceren, ziet Smid wel een voorzichtige kentering. "Ook daar dringt het besef langzaam door dat een evenwichtig beeld van negatieve en positieve resultaten de wetenschap verder helpt."
Lees meer

Samenwerken om kansen te benutten
Al meer dan 20 jaar houdt BASF zich bezig met het ontwikkelen en valideren van 3V-alternatieven voor dierproeven. Ongeveer een derde van de toxicologische studies van het grootste chemiebedrijf van de wereld, worden uitgevoerd met 3V-testmethodes. Ethische bezwaren rond dierproeven spelen een belangrijke rol bij de constante zoektocht naar nieuwe testmethodes. Daarbij speelt ook dat BASF als innovatief bedrijf ook op dit vlak graag voorop wil lopen. Samenwerken met bedrijfsleven, regelgevende instanties, universiteiten en organisaties die zich bezighouden met 3V-alternatieven voor dierproeven, vindt BASF heel belangrijk. Op die manier worden kansen op het gebied van 3V-alternatieven veel beter benut, volgens Bennard van Ravenzwaay, senior vice president experimentele toxicologie en ecologie van BASF.
Lees meer

Diermodellen zijn ouderwets
Al jarenlang daalt het aantal dierproeven in Nederland nauwelijks meer, het schommelt zo rond de 600.000 per jaar. Voor Marja Zuidgeest, algemeen directeur van de stichting Proefdiervrij, het bewijs dat het 3V-beleid zijn tijd heeft gehad. "We zijn ruim 50 jaar bezig met het 3V-beleid, maar het werkt niet meer. Het is nu tijd om op een andere manier te kijken naar de wetenschap. Niet de beschikbare modellen moeten het uitgangspunt zijn, maar de wetenschappelijke vraag. Daar moeten de beste onderzoekmodellen bij gezocht worden. Diermodellen vinden we ouderwets. En gelukkig zijn we daar niet de enige in. Ook steeds meer wetenschappers stellen zich de vraag hoe het anders, beter en zonder dieren kan."
Lees meer

Therapie voor individuele patiënt
"Wat we doen is het combineren van twee vakgebieden", legt Jos Joore van MIMETAS uit. "Micro-fluidica en 3 dimensionale celkweek." Met deze combinatie ontwikkelt MIMETAS organ-on-a-chip modellen voor medicijnenontwikkeling. Met de modellen is het mogelijk om bij de ontwikkeling van medicijnen in een vroeg stadium grote aantallen stoffen te testen op werkzaamheid en bijeffecten, zoals toxiciteit. Deze modellen zijn een veel betere voorspeller van effecten in de mens dan bijvoorbeeld diermodellen of standaard tweedimensionale cel modellen. Die laatste twee modellen noemt collega Paul Vulto zelfs notoir slechte voorspellers.
Lees meer

Valideren cruciale stap
"Kennisinfrastructuur moet je net zo onderhouden als het wegen-en spoornet", stelt Jos Kleinjans, Scientific Director van het Netherlands Toxicogenomics Centre (NTC). "En dat kost geld. Dat vindt iedereen logisch bij het wegen- en het spoornet. Maar op het gebied van kennis wordt steeds weer geïnvesteerd in iets nieuws, maar voor onderhoud is geen geld." Het NTC dreigt dit aan den lijve te gaan ondervinden. Eind 2013 stopt de financiering van het centrum waar acht kennisinstellingen en twaalf bedrijven samenwerken aan het ontwikkelen van nieuwe diervrije methoden voor toxicologisch onderzoek en risicobeoordeling. Het NTC hoopt dat de overheid dat besluit herziet. "Er wordt ons wel verweten dat we geld blijven vragen terwijl resultaten uitblijven. Er is de afgelopen vijf jaar veel bereikt, maar de ontwikkelde methodes moeten nu nog gevalideerd worden. Als daar geen geld voor komt, dan verdampt al ons werk."
Lees meer

Focus op output proeven
Het aantal dierproeven in Nederland moet omlaag. Dat lijkt een goed streven. Maar volgens Wilbert Frieling, managing director van WIL Research, zeggen absolute aantallen niet zo veel. "Interessanter is het antwoord op de vraag wat we bereiken met de inzet van dierproeven. Als je de output van dit soort proeven helder in kaart kunt brengen, dan kun je pas uitspraken doen of dat de inzet van dierproeven rechtvaardigt." Voor sommige mensen zal het antwoord op die vraag altijd nee zijn, weet Frieling. Maar er zijn ook mensen die dierproeven wel accepteren als ze een bijdrage leveren aan de gezondheid en veiligheid van mensen, milieu en dieren. Frieling is daar één van. "Veel van de dierproeven die uitgevoerd worden leveren kennis op die echt bijdraagt aan begrip van ziekten en de ontwikkeling van therapieën."
Lees meer

Iedereen medeverantwoordelijk
Waarom doen we dingen met dieren die we niet met mensen willen doen? Dat was de vraag die Marianne Kuil, vanaf 1998 beleidsmedewerker bij de Dierenbescherming, zichzelf als student stelde. Op haar studiegebied Psychologie werd onderzoek gedaan naar de moeder- kind-relatie en de problemen die daarbij kunnen ontstaan. In Amerika werd daarvoor onderzoek met apen uitgevoerd. Voor Kuil was haar kritische houding ten opzichte van dit soort proeven, het startpunt voor een leven lang opkomen voor proefdieren. "Ook als een product of behandeling nuttig of noodzakelijk is, kan het nog steeds onethisch zijn om bij de ontwikkeling daarvan dieren te gebruiken."
Lees meer

Proefdieronderzoek nooit vanzelfsprekend
Tijdens haar studie en werk op het vakgebied van regeneratieve geneeskunde heeft Sue Gibbs, als professor verbonden aan het VU Medisch centrum en ACTA (Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam), nooit met proefdieren gewerkt. "Ik heb me altijd gericht op in vitro methodes. Bij mijn onderzoek naar huid en mondslijmvlies is dat heel goed mogelijk. Het is zeker een bewuste keuze. Tijdens mijn promotieonderzoek stelde mijn begeleider voor om diermodellen te gebruiken. Dat heb ik geweigerd en ik heb modellen gevonden om dat onderzoek zonder dieren te doen." Gibbs vindt het belangrijk dat niet te snel gekozen wordt voor onderzoek met proefdieren. "Er zijn zeker onderzoeken waarbij proefdieren nodig zijn omdat er geen goede alternatieven zijn. Maar de keuze voor in vivo onderzoek moet nooit vanzelfsprekend zijn."
Lees meer

Colofon

Redactie
Redactie: NKCA
Telefoonnummer: 030-2742195
E-mail: info@nkca.nl
www.nkca.nl

Abonneren
Om uw e-mailadres te wijzigen, u aan of af te melden of de nieuwsbrief online te raadplegen klik hier.


Deze nieuwsbrief is gegenereerd uit een automatisch systeem. Voor vragen en opmerkingen kunt u contact opnemen met de redactie.