Informatie voor huisartsen bij opvang asielzoekers

Verspreid over het hele land wordt door gemeenten noodopvang voor asielzoekers aangeboden. Huisartsen kunnen door de gemeente gevraagd worden de medische zorg voor deze asielzoekers gedurende de noodopvang op zich te nemen. Ook kunnen er vragen komen van vrijwilligers die zich inzetten bij de opvang van asielzoekers. De asielzoekers zijn voornamelijk afkomstig uit Syrië, Eritrea en andere Afrikaanse landen. Veruit de meeste infectieziekten die worden gezien bij asielzoekers in de opvang zijn luchtweg- en urineweginfecties. Hieronder volgt een samenvatting van de belangrijkste meer zeldzame infectieziekten die bij asielzoekers zouden kunnen voorkomen en waar u als huisarts mee te maken zou kunnen krijgen.

Tuberculose (TBC)

Tuberculose komt vooral bij asielzoekers uit Ethiopië, Eritrea en Somalië vaker voor. De prevalentie bij asielzoekers uit Syrië is aanzienlijk lager, en zij worden in Nederland niet als risicogroep aangemerkt. Asielzoekers die Nederland binnenkomen via de centrale opvanglocatie (COL) krijgen na registratie een medisch onderzoek en worden gescreend op tuberculose.
In de noodopvanglocaties zijn niet alle asielzoekers gescreend. Om achterstanden weg te werken wordt nu tijdelijk de controle op tuberculose bij mensen uit Syrië uitgesteld.

Symptomen

Veruit de meeste klachten van de luchtwegen die worden gezien bij asielzoekers, van virale en bacteriële verwekkers, zijn vergelijkbaar met de infecties bij de autochtone bevolking. Omdat niet alle asielzoekers gescreend zijn is het wel raadzaam om alert te zijn op tuberculose.
Denk aan tuberculose bij  klachten van hemoptoë of  langdurig hoesten, nachtzweten, malaise, gewichtsverlies en koorts. Een tuberculose-infectie kan latent aanwezig zijn en zich pas na enige tijd in Nederland openbaren. Tuberculose kan ook extrapulmonaal voorkomen: in een klier, wervel, de buik, meningen etc.

Beleid

Overleg bij een verdenking op tuberculose laagdrempelig met de afdeling Tuberculosebestrijding van de GGD of een medisch specialist (kinderarts, longarts, infectioloog).


Scabiës  (Schurft)

Scabiës komt vooral voor bij asielzoekers afkomstig uit Afrikaanse landen. Asielzoekers uit Syrië hebben zelden schurft. Afrikaanse asielzoekers die binnenkomen via de centrale opvanglocatie in Ter Apel of via andere opvanglocaties krijgen preventief een behandeling tegen scabiës aangeboden.

Symptomen

(Nachtelijke) jeuk en gangetjes op voorkeurslocaties tussen de vingers, zijkanten van de handpalm, pols, ellebogen, mediale voetrand en enkel. Ook op andere plekken kan scabiës voorkomen, maar dan meer als huidafwijking met roodheid en papels zoals in de voorste okselplooi, rond de tepels (van de vrouw), billen, dijen en de (mannelijke) genitaliën. Naast jeuk op de plekken waar de mijten zitten, is er een meer algemene jeukende uitslag die vaak verspreid over het hele lichaam voorkomt en die geen relatie heeft met de plaats of het aantal mijten.

Beleid

De behandeling van scabiës bestaat uit medicatie voor de patiënt en diens directe intensieve contacten. Daarnaast is het essentieel om beddengoed en kleding te wassen en luchten. Voor advies en ondersteuning hierbij kan de lokale GGD geraadpleegd worden.
In verband met compliance heeft het bij deze groep patiënten onder deze omstandigheden de voorkeur om direct te behandelen met Ivermectine (Stromectol®), tabletten à 3 mg (dosering op basis van lichaamsgewicht) en niet eerst te starten met lokale behandeling.
Behandel tegelijk met de patiënt ook zijn directe reisgenoten, omdat het risico op onderlinge re-infectie groot is.
Binnen 12 uur na start van de behandeling mag worden verwacht dat de patiënt met gewone scabiës niet meer besmettelijk is. In die periode is het zeer belangrijk om ook de was- en luchtvoorschriften te hebben afgerond om re-infectie en resistentie te voorkomen. Bij meer uitgebreide vormen zoals scabiës crustosa is controle na behandeling door een deskundig arts (dermatoloog) nodig om genezing te vast te stellen. Hierbij dient de lokale GGD ingeschakeld te worden.
Bij verdenking op scabiës bij een asielzoeker in de opvanglocatie is het raadzaam om laagdrempelig contact op te nemen met de GGD voor advies en ondersteuning over de behandeling en welke contacten hierin mee te nemen. Overleg bij verdenking scabiës crustosa in ieder geval met de GGD voor bron- en contactopsporing en verdere behandeling.

Meer informatie 


Malaria 

Malaria wordt soms gezien onder asielzoekers uit Afrika. Omdat zij lang onderweg zijn en vaak gedeeltelijk immuun, kennen de infecties overwegend een relatief mild beloop. De parasiet Plasmodium vivax is meestal verantwoordelijk voor de ziektegevallen bij Afrikanen. Typerend aan P. vivax is dat ziekte (hernieuwd) kan optreden lang nadat de infectie door een muggenbeet in endemisch gebied heeft plaatsgevonden (relapses uit leverstadia). Maar ook worden menginfecties met zowel P. falciparum als P. vivax in Eritrese Afikaanse asielzoekers gezien. 

Symptomen

Bij koorts zonder aanwijzingen voor een luchtweg- of urineweginfectie staat malaria bij een asielzoeker uit Afrika hoog in de differentiaaldiagnose.  Naast koorts komen aspecifieke symptomen als hoofdpijn, spierpijn, misselijkheid, braken en diarree, gewrichtspijn en buikpijn voor. Ook bij anamnestisch recidiverende koorts zonder duidelijke oorzaak moet bij deze groep patiënten worden gedacht aan malaria. 

Beleid

De diagnose malaria wordt gesteld door middel van een malariadikkedruppelonderzoek. Deze bepaling wordt soms door de lokale huisartsenlaboratoria gedaan en in alle ziekenhuizen. Overleg bij verdenking op malaria laagdrempelig met infectioloog of medisch microbioloog 


Febris recurrens, loopgravenkoorts en vlektyfus 

Zeldzame infectieziekten met onbegrepen koorts die kunnen voorkomen in deze patiëntengroep zijn Febris recurrens (verwekker Borrelia recurrentis), loopgravenkoorts (febris quintana, verwekker Rickettsia quintana) en vlektyfus (verwekker Rickettsia Prowazekii).
Al deze infectieziekten kunnen worden overgebracht door de kleerluis (pediculus humanis var. corporis). Bij asielzoekers uit Ethiopië, Somalië en Eritrea komt infestatie met kleerluis voor. Kleerluis kan alleen bij direct contact met kleding van een besmet persoon worden overgedragen. De kans hierop is echter klein.
Bij patiënten met onbegrepen aanhoudende koorts, die niet reageren op medicatie voor malaria staan deze infectieziekten in de differentiaaldiagnose.

Meer informatie 


Waterpokken (Varicella zostervirus, VZV)

Waterpokken komt in de (sub) tropen minder voor dan in Nederland zodat volwassen asielzoekers een verhoogde kans hebben op het krijgen van een primaire VZV-infectie. Bij volwassenen met VZV is er een verhoogd risico op complicatie met een varicellapneumonie, die moeilijk te behandelen kan zijn.
Vooral zwangeren hebben bij primaire infectie met VZV meer kans op ernstige complicaties; 5-10% procent van de zwangeren met waterpokken krijgt een varicellapneumonie. De sterftekans kan hierbij oplopen tot 14%. Hoe verder de zwangerschap is gevorderd, hoe groter de kans op complicaties. De meeste andere complicaties bij zwangeren - hepatitis, encefalitis, cerebellitis, pericarditis, nefritis, artritis en myocarditis - zijn zeldzaam.
Verder is er risico op vroeggeboorte en congenitaal varicellasyndroom, vooral bij besmetting tussen de 13e en 20e zwangerschapsweek. Waterpokken bij de moeder rond de bevalling veroorzaakt vaak een ernstig verlopende neonatale infectie bij de pasgeborene. Als een zwangere minder dan 96 uren geleden in contact is geweest met een patiënt met VZV , kan varicella zoster-immunoglobuline nog worden toegediend om infectie te voorkomen of af te zwakken. Bij verdenking van een patiënt met waterpokken in een asielzoekerscentrum is het raadzaam te overleggen met de GGD. De GGD kan nagaan of er zich personen met een verhoogd risico op ernstig beloop onder de contacten bevinden. 

Meer informatie


Polio

In de landen waar op dit moment de meeste asielzoekers vandaan komen, komt polio niet voor. De meeste Nederlanders zijn gevaccineerd tegen polio. Kinderen die een achterstand hebben met vaccinaties worden zo snel mogelijk gevaccineerd.

Meer informatie


MRSA

Er zijn signalen dat er een verhoogde incidentie van MRSA is onder Eritreeërs, Ethiopiërs en Somaliërs met vaak chronische verwondingen.  Ziekenhuizen zijn door de Werkgroep Infectiepreventie (WIP) geadviseerd om personen die minder dan 2 maanden geleden woonachtig zijn geweest in een instelling voor asielzoekers bij opname te screenen op MRSA. Op dit moment gelden de huidige WIP-richtlijnen voor preventie van verspreiding bij verdenking op MRSA. 

Meer informatie 


Hepatitis A, B en C 

Infectieuze oorzaken waaronder de virale hepatitiden staan bij deze groep patiënten hoog in de differentiaaldiagnose als er sprake is van icterus.
Op dit moment worden asielzoekers nog niet gescreend op deze infectieziekten. Asielzoekers die behoren tot een van de doelgroepen met een hoog seksueel risicogedrag kunnen gebruik maken van het gratis Hepatitis B-vaccinatie programma voor risicogroepen.

Meer informatie


Cutane Leishmaniasis

In Syrië komt cutane leishmaniasis voor. Leishmaniasis wordt van besmette dieren op de mens overgebracht door de zandvlieg. In Nederland komt de zandvlieg niet voor. Er vindt geen overdracht van mens op mens plaats.

Symptomen

Binnen enkele weken na infectie ontstaat een rode papel die verdikt tot een nodus en langzaam groter wordt. Er kan ook verweking en korstvorming optreden en een granulerend ulcus ontstaan wat niet geneest.
Na maanden kan spontane genezing optreden, maar vaak met forse littekenvorming.

Beleid

Bij  patiënten uit die regio met een slecht genezend ulcus staat leishmaniasis in de differentiaal diagnose. Bij vermoeden van cutane leishmaniasis kan het best doorverwezen worden naar een dermatoloog voor een correcte bioptafname en de juiste behandelingskeuze.


Clusters van infectieziekten

Clusters van syndromen zoals huidziekten, luchtwegaandoeningen, geelzucht en maagdarminfecties moeten conform artikel 26 van de Wet publieke gezondheid bij de GGD worden gemeld. GGD’en wordt geadviseerd om goede afspraken te maken met de noodopvanglocaties in hun werkgebied over surveillance en melding van clusters van infectieziekten. 


Vaccinatiestatus asielzoekers

Kinderen (vanaf 5 jaar oud) uit Syrië zijn over het algemeen goed gevaccineerd voordat de oorlog uitbrak. De GGD en JGZ proberen zo snel mogelijk de vaccinatiestatus van asielzoekers in kaart te brengen en vaccinaties zo nodig aan te vullen. 

Meer informatie 

 

Home / Onderwerpen / A / Asielzoekers en infectieziekterisico / Informatie voor huisartsen bij opvang asielzoekers

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu