Fabel 1: Het bevolkingsonderzoek heeft alleen maar voordelen.

Het bevolkingsonderzoek heeft naast voordelen ook nadelen.

De meest genoemde nadelen zijn overbehandelingfout-positieve uitslag, fout-negatieve uitslag en blootstelling aan röntgenstraling:

  • overdiagnose en overbehandeling: een vrouw kan een behandeling ondergaan die achteraf niet nodig was (overbehandeling). Echter, het is (nog) niet mogelijk om onderscheid te maken tussen gevaarlijke (dodelijke) tumoren en minder gevaarlijke tumoren die tijdens een mensenleven ook ongevaarlijk blijven. Mede hierdoor bestaat nog geen eenduidig beeld over het risico op overbehandeling als gevolg van het bevolkingsonderzoek.
  • Fout-negatieve uitslag: ongeveer 2 van de 1.000 vrouwen worden niet doorverwezen na een mammografie (negatieve uitslag), terwijl er toch tussen twee screeningsrondes in wel een borsttumor wordt ontdekt. Deze borsttumoren worden intervalcarcinomen genoemd. De kans op een intervalcarcinoom is dus 0,2% voor de gescreende vrouwen met een negatief screeningsmammogram. In meer dan de helft van de gevallen was deze tumor nog niet zichtbaar op het voorafgaande screeningsmammogram en in nog eens een kwart van de gevallen was er sprake van niet-significante afwijkingen waarop geen verwijzing geïndiceerd was (1). Meer informatie is te lezen in de Landelijke evaluatie 1990 – 2011/2012.

De mate van overdiagnose in het bevolkingsonderzoek is lastig te bepalen. Omdat het nog niet mogelijk is om onderscheid te maken tussen gevaarlijke en minder gevaarlijke tumoren, kan niet per individu worden bepaald of de tumor is overgediagnosticeerd. Het Erasmus MC schat de mate van overdiagnose voor het Nederlandse bevolkingsonderzoek als volgt:

Screening leidt tot een (tijdelijke) verhoging van de incidentie van borstkanker in de leeftijdsgroep (50 – 74 jaar) die uitgenodigd wordt voor het bevolkingsonderzoek. Door screening worden tumoren eerder gevonden. Vooral bij het eerste screeningsonderzoek wordt een verhoogde incidentie gezien. Bij vrouwen ouder dan 75 jaar neemt de incidentie juist af, omdat de eerder vroeg ontdekte tumoren niet meer (later) worden ontdekt. Het verschil in de mate waarin de incidentie toeneemt in de screeningsgroep (50-74 jaar) en de mate waarin de incidentie afneemt in de groep vrouwen ouder dan 75 jaar, zijn de tumoren die anders niet ontdekt zouden worden en dus ook geen problemen zouden hebben gegeven. Dit getal wordt gebruikt als maat voor overdiagnose en wordt in het onderzoek uitgezet t.o.v. verschillende groepen (de hele populatie, de screeningspopulatie en tumoren ontdekt in het bevolkingsonderzoek (1).

Naar schatting zou in de totale populatie vrouwen van 0-100 jaar ongeveer 3% van alle gediagnosticeerde borsttumoren in een situatie met bevolkingsonderzoek nooit problemen hebben gegeven. Bij de totale populatie vrouwen in de screeningsleeftijd (50-74 jaar) is dat percentage ongeveer 5% (4,6%). Als wordt gekeken naar de populatie vrouwen die meedoet en waarbij ook daadwerkelijk borsttumoren zijn gedetecteerd door middel van het bevolkingsonderzoek, dan zou ongeveer 9-10% geen problemen hebben gegeven (12). Deze laatste cijfers betekenen dat bij ongeveer 1 op de 10 vrouwen, bij wie door middel van het bevolkingsonderzoek een tumor wordt ontdekt, een tumor wordt gediagnosticeerd die zonder bevolkingsonderzoek nooit symptomen had veroorzaakt (12).

  • Fout-positieve uitslag: Bij een fout-positieve uitslag wordt een afwijking gezien op de borstfoto, terwijl na verder onderzoek blijkt dat niets aan de hand is. In 2011 werden van elke 1.000 gescreende vrouwen in Nederland per screeningsronde ongeveer 25 vrouwen doorverwezen naar het ziekenhuis voor verder onderzoek (1). Het blijkt dat ongeveer 7 van deze 25 vrouwen borstkanker hebben. Bij de overige 18 vrouwen blijkt na vervolgonderzoek dat ze geen borstkanker hebben (fout-positief) (1). Bij een groot deel van deze vrouwen (97%) kan door middel van beeldvormend onderzoek, zoals extra mammografieën en echografie, worden vastgesteld dat zij geen borstkanker hebben en worden er geen invasieve onderzoeken verricht (25).
  • Blootstelling aan röntgenstraling: Een vrouw wordt per onderzoek (en dus 2 foto’s per borst) gemiddeld blootgesteld aan 0.6 mSv straling (afhankelijk van de dikte van de borst) (27, 41, 42). Ter vergelijking, in Nederland worden we gemiddeld ieder jaar blootgesteld aan ongeveer 2.4 mSv straling uit onze omgeving (43). De blootstelling aan röntgenstraling tijdens een mammografie ligt ruim onder de Europese norm (44) en brengt slechts een zeer klein risico op gezondheidseffecten met zich mee (44, 45). Een Nederlands onderzoek heeft berekend dat tweejaarlijks screenen van 50 tot 74 jaar ongeveer twee (1.6) dodelijke borsttumoren per 100.000 vrouwen in de leeftijd van 0 tot 100 jaar veroorzaakt (45). Daarmee veroorzaakt het bevolkingsonderzoek in de leeftijdscategorie 50 tot 75 één dodelijke borsttumor per jaar voor iedere 775 sterfgevallen die voorkomen worden (45).

Terug naar Feiten en Fabels


Literatuurlijst:

1. Fracheboud J, van Luijt PA, Sankatsing VDV, Ripping TM, Broeders MJM, Otten JDM, et al. Landelijke evaluatie van bevolkingsonderzoek naar borstkanker in Nederland 1990 – 2011/2012. Maatschappelijke Gezondheidszorg, Erasmus MC, 2014.
12. de Gelder R, Heijnsdijk EA, van Ravesteyn NT, Fracheboud J, Draisma G, de Koning HJ. Interpreting overdiagnosis estimates in population-based mammography screening. Epidemiol Rev. 2011;33(1):111-21.
25. Hofvind S, Ponti A, Patnick J, Ascunce N, Njor S, Broeders M, et al. False-positive results in mammographic screening for breast cancer in Europe: a literature review and survey of service screening programmes. Journal of Medical Screening. 2012;19(suppl 1):57-66.
27. IKNL. Landelijke Richtlijn Mammacarcinoom. 2012.
41. International Commission on Radiological Protection. The 2007 Recommendations of the International Commission on Radiological Protection -  ICRP Publication 103 Ann. ICRP 37 (2-4). 2007.
42. Zoetelief J, Veldkamp WJ, Thijssen MA, Jansen JT. Glandularity and mean glandular dose determined for individual women at four regional breast cancer screening units in the Netherlands. Phys Med Biol. 2006;51(7):1807-17.
43. Eleveld H. Ionising radiation exposure in the Netherlands. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), 2003  Contract No.: 86102002/2003.
44. Perry N, Broeders MJM, de Wolf C, Törnberg S, Holland R, von Karsa L. European guidelines for quality assurance in breast cancer screening and diagnosis In: Communities LOfOPotE, editor. 4th Edition ed2006.
45. de Gelder R, Draisma G, Heijnsdijk EA, de Koning HJ. Population-based mammography screening below age 50: balancing radiation-induced vs prevented breast cancer deaths. Br J Cancer. 2011;104(7):1214-20.

Home / Onderwerpen / B / Bevolkingsonderzoek borstkanker / Feiten en Fabels over bevolkingsonderzoek borstkanker / Fabel 1: Het bevolkingsonderzoek heeft alleen maar voordelen.

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu