Feit 1: Door het bevolkingsonderzoek wordt sterfte aan borstkanker voorkomen

Onderzoek en modelleringsstudies wijzen uit dat het bevolkingsonderzoek borstkanker sterfte voorkomt.

Per jaar sterven naar schatting 850 vrouwen minder aan borstkanker (1). Daarnaast zorgen steeds betere behandelmethodes nog eens voor ongeveer 700 minder sterfgevallen per jaar.

Van iedere 1.000 vrouwen van vijftig jaar overlijden er 40 in de loop van hun leven aan borstkanker. Door regelmatige deelname aan het bevolkingsonderzoek wordt de kans op overlijden aan borstkanker gehalveerd.

De volgende onderzoeken zijn gedaan naar de effectiviteit van het bevolkingsonderzoek:

  • Case-control onderzoeken: vrouwen die wel of geen screening hebben ondergaan en wel of geen borstkanker hebben gekregen worden onderzocht en vergeleken met elkaar. Belangrijke uitkomsten zijn:
    - Vrouwen die regelmatig deelnemen aan het bevolkingsonderzoek hebben 39%-84% minder kans om te overlijden aan borstkanker in vergelijking met vrouwen die niet mee doen (2-4).
    - Voor jongere vrouwen (50-69 jaar) ligt het percentage op 39% sterftedaling (2).
    - Voor oudere vrouwen (70-75 jaar), ligt het percentage op 84%, doordat zij vaker hebben deelgenomen aan het bevolkingsonderzoek (2).
  • Computermodellering: computermodellen worden gebruikt om een schatting te maken van de effectiviteit van het bevolkingsonderzoek. Belangrijke uitkomsten zijn:
    - Ondanks de toename van borstkanker, is de kans op overlijden aan borstkanker voor de Nederlandse vrouw gedaald van 5% bij de start van het bevolkingsonderzoek (1990) tot onder de 3% nu (1, 5).
    - In 2011 zijn ongeveer 71 per 100.000 vrouwen van 55-74 jaar overleden aan borstkanker in Nederland (6, 7). Dit aantal is ongeveer 30% lager dan het gemiddeld aantal overleden vrouwen in de periode 1986-88, de jaren voor de start van het landelijke bevolkingsonderzoek (8).
    - Dankzij het bevolkingsonderzoek worden 850 sterfgevallen per jaar voorkomen in de screeningspopulatie (1).

Onderzoek naar de effectiviteit van het bevolkingsonderzoek borstkanker is echter lastig. Dit wordt veroorzaakt door verschillende factoren:

  • Verschillende onderzoeksmethodes worden gebruikt, bijvoorbeeld case-control studies, maar ook computer modellering.
  • ‘Confounding factoren’ spelen een rol (factoren die het onderzoek beïnvloeden), bijvoorbeeld gelijktijdige verbetering van therapie.
  • Verschillende kenmerken van vrouwen die juist wel of niet meedoen aan het bevolkingsonderzoek.

Verschillen tussen landen: het vergelijken van landen die wel of geen bevolkingsonderzoek hebben ingevoerd is lastig. Zo wordt Nederland regelmatig vergeleken met Vlaanderen. Deze studies rapporteren minder gunstige cijfers over de effectiviteit van het Nederlandse bevolkingsonderzoek (9, 10). Echter, vanwege verschillen in organisatie van de gezondheidszorg, culturele verschillen en verschillen in de organisatie van het bevolkingsonderzoek zelf is het bijzonder lastig om resultaten uit verschillende landen te vergelijken en kunnen daar op dit moment geen definitieve conclusies aan worden verbonden (11).

Terug naar overzicht Feiten en Fabels


Literatuurlijst:

1. Onderzoek en modelleringsstudies wijzen uit dat het bevolkingsonderzoek borstkanker sterfte voorkomt. Fracheboud J, van Luijt PA, Sankatsing VDV, Ripping TM, Broeders MJM, Otten JDM, et al. Landelijke evaluatie van bevolkingsonderzoek naar borstkanker in Nederland 1990 – 2011/2012. Maatschappelijke Gezondheidszorg, Erasmus MC, 2014.
2. Otto SJ, Fracheboud J, Verbeek AL, Boer R, Reijerink-Verheij JC, Otten JD, et al. Mammography screening and risk of breast cancer death: a population-based case-control study. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev. 2012;21(1):66-73.
3. Paap E, Holland R, den Heeten GJ, van Schoor G, Botterweck AA, Verbeek AL, et al. A remarkable reduction of breast cancer deaths in screened versus unscreened women: a case-referent study. Cancer Causes Control. 2010;21(10):1569-73.4. van Schoor G, Moss SM, Otten JD, Donders R, Paap E, den Heeten GJ, et al. Increasingly strong reduction in breast cancer mortality due to screening. Br J Cancer. 2011;104(6):910-4.
5. VWS. Adviesaanvraag bevolkingsonderzoek borstkanker. 2012.
6. CBS. Bevolking per maand; leeftijd, geslacht, herkomst, generatie 2012 [1-5-2013]. Available from: http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?DM=SLNL&PA=71090ned&D1=0&D2=l&D3=0,51-75&D4=0&D5=0&D6=48-59,72-83,91-93&HDR=T,G3,G1&STB=G2,G4,G5&VW=T.
7. CBS. Doodsoorzaken; uitgebreide lijst, leeftijd en geslacht 2012 [1-5-2013]. Available from: http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?DM=SLNL&PA=7233&D1=0,218&D2=l&D3=0,12-16&D4=0,4,9,14-16&HDR=G2,G1,G3&STB=T&VW=T.
8. Otto SJ, Fracheboud J, Looman CW, Broeders MJ, Boer R, Hendriks JH, et al. Initiation of population-based mammography screening in Dutch municipalities and effect on breast-cancer mortality: a systematic review. Lancet. 2003;361(9367):1411-7.
9. Autier P, Boniol M, Gavin A, Vatten LJ. Breast cancer mortality in neighbouring European countries with different levels of screening but similar access to treatment: trend analysis of WHO mortality database. BMJ. 2011;343:d4411.
10. Bonneux LG, Autier P. Population-based breast cancer screening is not worthwhile. Screening has little effect on mortality. Ned Tijdschr Geneeskd. 2011;155(35):A3774.
11. de Koning HJ. Reactie op het artikel van G.A. Bonneux en Philippe Autier, 'Bevolkingsonderzoek naar borstkanker loont niet. Screening heeft nauwelijks invloed op sterfte' (Ned Tijdschr Geneeskd. 2011;155:A3774). In: Rotterdam EU, editor.: RePub Erasmus University Rotterdam; 2011.

Home / Onderwerpen / B / Bevolkingsonderzoek borstkanker / Feiten en Fabels over bevolkingsonderzoek borstkanker / Feit 1: Door het bevolkingsonderzoek wordt sterfte aan borstkanker voorkomen

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu