Criteria voor verantwoorde screening

Om screeningen te kunnen beoordelen, zijn internationale criteria ontwikkeld.

Een screening die valt  onder het nationale bevolkingsonderzoek moet nut hebben voor de deelnemers, vrijwillig zijn en wetenschappelijk onderbouwd. Om vast te kunnen stellen of een screening verantwoord is, zijn door Wilson en Jungner in 1968 internationale criteria opgesteld.

Criteria van Wilson en Jungner (1968)

1

De op te sporen ziekte moet een belangrijk gezondheidsprobleem zijn.

2

Er moet een algemeen aanvaarde behandelingsmethode voor de ziekte zijn.

3

Er moeten voldoende voorzieningen voorhanden zijn voor diagnose en behandeling.

4

Er moet een herkenbaar latent of vroeg symptomatisch stadium van de ziekte zijn.

5

Er moet een betrouwbare opsporingsmethode bestaan.

6

De opsporingsmethode moet aanvaardbaar zijn voor de bevolking.

7

Het natuurlijke verloop van de op te sporen ziekte moet bekend zijn.

8

Er moet overeenstemming bestaan over de vraag wie behandeld moet worden.

9

De kosten van opsporing, diagnostiek en behandeling moeten in een acceptabele verhouding staan tot de kosten van de gezondheidszorg als geheel.

10

Het proces van opsporing moet een continu proces zijn en niet een eenmalig project.

In 2008 is door de World Health Organisation (WHO) een lijst met aanvullende criteria opgesteld.

Aanvullende criteria opgesteld door de WHO (2008)

1

Het screeningsprogramma moet inspelen op een erkende behoefte.

2

Het doel van de screening moet bij aanvang zijn vastgesteld.

3

De doelgroep van de screening moet zijn vastgesteld.

4

De effectiviteit van het screeningsprogramma moet wetenschappelijk bewezen zijn.

5

Het programma moet een samenhangend geheel zijn van opleiding, scholing, testpraktijk, zorg en programmamanagement.

6

De kwaliteit van het programma moet geborgd zijn om de potentiële risico’s van screening te minimaliseren.

7

Het programma moet garanties bieden voor geïnformeerde keuze en de privacy en de autonomie van het individu respecteren.

8

De toegankelijkheid van de screening moet gewaarborgd zijn voor de hele doelgroep.

9

Het programma moet vanaf het begin geëvalueerd worden.

10

De voordelen van de screening moeten opwegen tegen de mogelijke nadelen van de screening.

De criteria van Wilson en Jungner zijn met name relevant voor overheden die overwegen om een screening landelijk als grootschalig bevolkingsonderzoek aan te bieden. Hetzelfde geldt voor de WHO-criteria. Daarmee zijn ze niet allemaal van toepassing op andere screeningen. De eis dat het een belangrijk gezondheidszorgprobleem moet zijn, hangt bijvoorbeeld samen met financiering uit de publieke (of collectieve) middelen. Als deelnemers zelf hun eigen screening betalen, is dat minder belangrijk.

Meer informatie:

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu