Geïnformeerde keuze

Mensen moeten de voor- en nadelen van deelname aan een screening tegen elkaar kunnen afwegen.

Mensen moeten een weloverwogen beslissing voor deelname aan een screening kunnen maken. Dit heet een ‘geïnformeerde keuze’. Zij hebben informatie nodig om voor zichzelf de voor- en nadelen van deelname tegen elkaar te kunnen afwegen. De uiteindelijke beslissing om wel of niet deel te nemen moet overeenkomen met hun normen en waarden.

Goedgeïnformeerde keuze

Als iemand op basis van relevante kennis een keuze maakt, is er sprake van een goedgeïnformeerde keuze. Iemand kan op basis van deze kennis kiezen om wel of niet deel te nemen. Zie het figuur 'Goedgeïnformeerde keuze'.

goedgeïnformeerde keuze

 

- Goedgeïnformeerde deelname

Als iemand:

  • beschikt over relevante kennis,
  • van plan is om mee te doen aan het onderzoek (een positieve attitude heeft)
  • en vervolgens ook daadwerkelijk deelneemt aan een screening of bevolkingsonderzoek

spreekt men van goedgeïnformeerde deelname.

- Goedgeïnformeerde niet-deelname

Als iemand:

  • beschikt over relevante kennis,
  • niet van plan is om mee te doen aan het onderzoek (een negatieve attitude heeft)
  • en vervolgens ook daadwerkelijk niet aan een screening of bevolkingsonderzoek

is er sprake van goedgeïnformeerde niet-deelname.

Niet-goedgeïnformeerde keuze

Als iemand niet over informatie beschikt of op basis van te weinig of niet-relevante kennis een keuze maakt, is er sprake van een niet-goedgeïnformeerde keuze. Afhankelijk van de keuze die iemand maakt is er dan sprake van een niet-goedgeïnformeerde deelname of niet-goedgeïnformeerde niet-deelname. Zie het figuur "Niet-goedgeïnformeerde keuze".

niet goedgeïnformeerde keuze

Hoge eisen aan de voorlichting

Mensen moeten een goedgeïnformeerde keuze kunnen maken. Dat is geen gemakkelijke opgave. Het is vaak moeilijk om voor- en nadelen tegen elkaar af te wegen. Mensen hebben soms moeite met lezen en rekenen en overschatten het nut van screenen.
Om te zorgen dat mensen een goedgeïnformeerde keuze kunnen maken, moet de voorlichting aan hoge eisen voldoen. De voorlichting moet actueel zijn, eerlijk, betrouwbaar, relevant en begrijpelijk. Er mag geen sprake zijn van morele druk om mee te doen. De voorlichting moet aandacht besteden aan de volgende onderwerpen:

  • doel van de screening
  • doelgroep van de screening 
  • de ziekte of aandoening waarop wordt gescreend, inclusief ernst, behandelbaarheidis de ziekte te behandelen, welke behandelingen zijn er en mogelijke gevolgen voor het dagelijkse leven
  • hoe vaak komt de ziekte voor in de bevolking
  • bij hoeveel deelnemers wordt bij de screening een ziekte of aandoening ontdekt (het detectiecijfer)
  • het onderzoek, de gebruikte screeningstest en de aanbieder van de test
  • voor- en nadelen van deelname aan de screening 
  • de betekenis van een ‘hoog risico’-uitslag, inclusief de kans op een fout-positieve uitslag 
  • de betekenis van een ‘laag risico’-uitslag, inclusief de kans op een fout-negatieve uitslag 
  • mogelijke nevenbevindingen van de screening 
  • wat te doen bij een ‘hoog risico’-uitslag
  • mogelijke uitslagen van vervolgonderzoek
  • vrijwilligheid van het onderzoek
  • praktische informatie die voor deelnemers aan het programma van belang kan zijn, zoals kosten en een adres om met vragen of klachten terecht te kunnen.
RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu