Direct naar (in deze pagina):inhoud, zoeken of menu.

U bevindt zich op: Home B Bevolkingsonderzoeken en screeningen Achtergrondinformatie Screening: theorie Wet- en regelgeving Bevolkingsonderzoeken en screeningen

Wet- en regelgeving

De randvoorwaarden waar screeningen en aanbieders van screeningen aan moeten voldoen, zijn wettelijk vastgelegd.

Standpunt van de overheid

Om deelnemers te beschermen tegen de risico’s van screenen, zijn kwaliteitseisen geformuleerd waar screeningen minimaal aan moeten voldoen. Hoe streng de eisen zijn, hangt onder andere af van de aandoening waarop wordt gescreend en de gebruikte test.

Wet op het Bevolkingsonderzoek

In 1992 is de Wet op het Bevolkingsonderzoek (WBO) ingesteld om de bevolking te beschermen tegen fysieke of psychische risico’s van screening. De WBO beschrijft de screeningen die van te voren aan een onafhankelijke kwaliteitstoets moeten worden onderworpen:

  • onderzoek dat  gebruik maakt van ioniserende straling (röntgenstraling);
  • onderzoek naar kanker;
  • onderzoek naar ernstige ziekten of afwijkingen waarvoor geen behandeling of preventie mogelijk is.

Voor deze screeningen is een vergunning nodig. De overheid stelt strenge kwaliteitseisen aan de test en de uitvoering van het onderzoek. Alleen organisaties die een vergunning krijgen, mogen deze onderzoeken organiseren. De WBO ziet dus toe op alle screeningen en niet alleen die van het Nationaal Programma Bevolkingsonderzoek. Voor de bevolkingsonderzoeken uit het Nationaal Programma Bevolkingsonderzoek geldt daarnaast dat de overheid het belangrijk vindt dat iedereen - waar ook in Nederland - hetzelfde onderzoek van goede kwaliteit krijgt aangeboden.

Mensen beslissen zelf of zij zich willen laten testen, maar zij moeten informatie ontvangen waarmee zij een goedgeïnformeerde keuze kunnen maken over wel of niet meedoen aan het onderzoek. De WBO stelt hoge eisen aan de voorlichting van mogelijke deelnemers van screeningen en de bevolkingsonderzoeken.

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) controleert of de aanbieders zich houden aan de wet.

CE-markering voor zelftesten

Zelftesten zijn testen die te koop zijn bij drogist of apotheek, zoals een cholesteroltest of zwangerschapstest. Deze zelftesten moeten een CE-markering hebben. Een CE-markering zegt iets over de bruikbaarheid en begrijpelijkheid van de test maar zegt niets over de diagnostische waarde van de test. Dat betekent dat een CE-markering niets zegt over hoe goed een test is in het bepalen of iemand een aandoening wel of niet heeft.

Geen kwaliteitseisen voor vragenlijsten

Voor vragenlijsten bestaan er geen wettelijke kwaliteitseisen. Voorbeelden zijn vragenlijsten die op internet worden aangeboden over diabetes of hart-en vaatziekten.

Geen aparte kwaliteitseisen voor diensten

Mensen kunnen zich op eigen initiatief, zonder dat er klachten zijn, laten screenen door een zorgverlener of laboratorium. Het betreft dan een dienst. Voorbeelden hiervan zijn een health check en een niercheck. Er zijn nog geen specifieke kwaliteitseisen voor diensten ontwikkeld. Op deze diensten is de wetgeving voor zorginstellingen en zorgprofessionals van toepassing en de Wet op het Bevolkingsonderzoek (WBO).

Meer informatie:

Over wet- en regelgeving:

Over zelftesten

Informatie over zelftesten is te vinden op:

Service

Service

Waarmerk drempelvrij.nl Webrichtlijnen; klik voor een reactie.