Hoe komen de gegevens in een informatiesysteem?

Verloskundig zorgverleners, laboratoria, screeners, jeugdgezondheidsorganisaties en anderen die betrokken zijn bij de uitvoering van de screening sturen gegevens aan het informatiesysteem.

Hoe komen de gegevens in de informatiesystemen van de verschillende screeningen?

Screening tijdens de zwangerschap:

Screening bij uw kind na de geboorte:

De gegevens komen steeds vaker via elektronische weg binnen in het informatiesysteem van de screening. Lees meer over deze elektronische gegevensuitwisseling.


Screening tijdens de zwangerschap

Bloedonderzoek naar infectieziekten en antistoffen tegen bloedgroepen

Het laboratorium dat het bloedonderzoek uitvoert, stuurt de uitslagen naar uw verloskundig zorgverlener. Uw gegevens gaan ook naar het RIVM-regiokantoor waar uw gegevens in het informatiesysteem Praeventis komen. Als één van de laboratoriumuitslagen er op wijst dat vervolgonderzoek of een behandeling nodig is, controleert Praeventis of de uitslagen van het vervolgonderzoek binnenkomen en vervolgacties worden ondernomen. Zwangere vrouwen met bloedgroep Rhesus D-negatief krijgen bijvoorbeeld anti-D toegediend. Degene die dit toedient, meldt dat aan Praeventis. Als dat niet gebeurt, nemen de medewerkers van het regiokantoor contact op met de verloskundig zorgverlener. Het informatiesysteem bewaakt dus dat de goede acties op het juiste moment plaatsvinden.

Als het laboratorium tijdens de zwangerschap antistoffen tegen bloedgroepen vindt, worden deze uitslagen opgenomen in het informatiesysteem TRIX. In dit databestand zijn alle mensen opgenomen bij wie ooit bijzondere antistoffen tegen bloedgroepen zijn gevonden. Als iemand een bloedtransfusie nodig heeft, kan het ziekenhuis opzoeken of deze persoon bijzondere bloedkenmerken heeft. Hierdoor is het makkelijker om snel passend bloed te vinden bij een bloedtransfusie. De Stichting Sanquin Bloedvoorziening beheert dit databestand.

Naar boven

Downscreening

Alle zorgverleners die betrokken zijn bij de downscreening maken gebruik van het informatiesysteem Peridos. Uw zorgverlener meldt aan Peridos dat u een uitgebreid gesprek hebt gehad. Als u besluit om de combinatietest te laten doen, wordt dit ook in Peridos vermeld. Ook de uitslag komt in Peridos.

Wilt u niet mee doen aan de downscreening? De verloskundig zorgverlener vraagt of er toch enkele gegevens over het verloop van de zwangerschap geregistreerd mogen worden in Peridos. Deze gegevens zijn nodig om te kunnen vaststellen hoeveel procent van de zwangere vrouwen meedoen aan de downscreening en om na te gaan of de screening het beoogde resultaat oplevert.

Naar boven

Twintig wekenecho

Alle zorgverleners die betrokken zijn bij de 20 wekenecho maken gebruik van het informatiesysteem Peridos. Uw zorgverlener meldt aan Peridos dat u een uitgebreid gesprek hebt gehad. Als u besluit om de echo te laten doen, wordt dit ook in Peridos vermeld. Ook de uitslag komt in Peridos.

Wilt u geen 20 wekenecho? De verloskundig zorgverlener vraagt of er toch enkele gegevens over het verloop van de zwangerschap geregistreerd mogen worden in Peridos. Deze gegevens zijn nodig om te kunnen vaststellen hoeveel procent van de zwangere vrouwen een 20 wekenecho laten doen en om na te gaan of de screening het beoogde resultaat oplevert.

Naar boven

Screening bij uw kind na de geboorte

Hielprikscreening

Het informatiesysteem Praeventis ontvangt bericht dat uw kind is geboren. De gemeentelijke basisadministratie (GBA) verstuurt deze melding na de geboorteaangifte. Praeventis kan de melding ook krijgen via de verloskundige. De jeugdgezondheidszorgorganisatie in de regio krijgt een seintje en stuurt een screener op pad om de hielprik te verrichten. Het laboratorium dat het hielprikbloed onderzoekt, registreert alle ontvangen hielprikkaarten, de informatie op het kaartje en de bloeduitslagen in NEONAT. Vanuit NEONAT gaat de uitslag van het bloedonderzoek naar Praeventis. Praeventis stuurt gegevens van kinderen met een afwijkende uitslag naar NEORAH. De behandelend kinderarts heeft toegang tot de uitslagen in NEORAH en voegt hier de resultaten van het vervolgonderzoek aan toe.

Naar boven

Gehoorscreening

De JGZ-organisaties voeren de naam, adres en woonplaats (NAW) gegevens van pasgeboren kinderen in in hun Neonatale Gehoorscreenings Informatiesyteem (NIS). De screeners downloaden de NAW-gegevens van de kinderen die ze moeten screenen in hun screeningsapparaten. Tijdens de screening worden de meetgegevens opgeslagen in het screeningapparaat. Na de screening worden de meetgegevens overgezet naar het NIS. Vanuit het NIS wordt het resultaat van de screening overgezet in het digitaal dossier van uw kind (DD JGZ).

Indien u instemt met verwijzing naar een Audiologisch Centrum (AC) worden de screeningsgegevens van het kind naar het AC en naar de huisarts gestuurd. Als het gehoor op het AC is onderzocht en duidelijk is geworden of het kind al dan niet slechthorend is, worden de gegevens teruggekoppeld naar de NSDSK. Voor deze terugkoppeling wordt uw toestemming gevraagd. De NSDSK slaat deze gegevens op in een database die gebruikt wordt voor de bewaking van de kwaliteit van de screening en de diagnostiek in het audiologisch centrum. De audiologische centra sturen een brief met de resultaten van screening en diagnostiek naar de huisarts en vaak ook naar het consultatiebureau, tenzij u daartegen bezwaar maakt.

Naar boven

Elektronische gegevensuitwisseling

De doorgifte van gegevens gebeurt steeds vaker elektronisch. De computer van het laboratorium stuurt dan bijvoorbeeld rechtstreeks de bloeduitslagen naar een van de informatiesystemen. Daar komen de uitslagen automatisch in uw dossier.

De overheid heeft verplicht gesteld dat bij de doorgifte van gegevens gebruik wordt gemaakt van het burgerservicenummer (BSN). Hierdoor worden administratiefouten voorkomen. Dit geldt bijvoorbeeld voor gegevensuitwisseling tussen zorgverleners onderling bij een doorverwijzing of tussen zorgverlener en laboratorium.

Deze gegevensuitwisseling moet aan strenge wettelijke eisen voldoen. De overheid heeft een heel pakket aan maatregelen getroffen om te voorkomen dat onbevoegden bij de gegevens kunnen. Die maatregelen gelden ook voor de informatiesystemen van de screeningen. Zo zijn zorgverleners verplicht om gebruik te maken van een ‘goed beheerd zorgsysteem’.

Naar boven

Meer lezen?

  • Waarvoor wordt het burgerservicenummer gebruikt?
  • Nictiz (Nationaal ICT Instituut in de Zorg) ontwikkelde standaarden waar een ‘goed beheerd zorgsysteem’ aan moet voldoen.
  • De NEN 7510 normen beschrijven wie bevoegd is om gegevens in te zien.
  • Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) heeft regels opgesteld voor informatiesystemen. Bij de inrichting van informatiesystemen mogen alleen persoonsgegevens bekend worden die voor het doel van de verwerking noodzakelijk zijn.
RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu