Veelgestelde vragen

De veelgestelde vragen met betrekking tot preventie van zwangerschapsimmunisatie, zijn ingedeeld in de categorieën: formulieren en afnamematerialen, RhD-negatieve zwangeren, Navelstrengbloedbepaling, Rhesus (c) en Algemene vragen.

Formulieren en afnamematerialen:

RhD-negatieve zwangeren:

Navelstrengbloedbepaling:

Rhesus (c):

Overige vragen:


Formulieren en afnamematerialen:

RIVM

Sanquin Diagnostiek


 

RhD-negatieve zwangeren

Mag het bloedonderzoek van week 27 ook in week 26 plaatsvinden?

De zwangere gaat van 27 t/m 30 weken van de zwangerschap met vakantie, kan ik ook in week 26 insturen?
Nee, het is van groot belang dat de antistofscreening niet wordt uitgevoerd vóór week 27 in verband met de betrouwbaarheid van het onderzoek. In dit geval is het beter om het onderzoek zo snel mogelijk na de vakantie, bij voorkeur voor week 31, te laten uitvoeren. Laat mevrouw terugkomen voor anti-D-toediening als de foetale RhD-typering positief is. Anti-D moet worden toegediend tussen week 30 en week 32.

Naar boven

Waarom moet ik op het ‘Aanvraagformulier 27 – Rhesus D en Rhesus c immunisatie’ invullen of anti-D is toegediend?

Dat is van belang voor de IEA-bepaling. Indien anti-D is toegediend voorafgaand aan de bloedafname, kan dit anti-D worden aangetoond bij de IEA-bepaling. Als het onduidelijk is of het gevonden anti-D afkomstig is van een anti-D-toediening moet er met de verloskundig zorgverlener overlegd worden en dat is voor beide partijen tijdrovend. Vul daarom altijd in of er wel/niet anti-D is toegediend voorafgaand aan de bloedafname.

Naar boven

Hoe kom ik aan de uitslag van de foetale RhD-typering als ik die niet heb?

U kunt tijdens kantooruren contact opnemen met Sanquin Diagnostiek (020-512 3373).

Naar boven

Laat ik nog een foetale RhD-typering verrichten als een RhD-negatieve zwangere zich pas laat in de zwangerschap meldt?

Ja. Als een RhD-negatieve zwangere zich pas na de 32e zwangerschapsweek meldt, moet alsnog bloed worden afgenomen voor een foetale RhD-typering en een antistofbepaling. Na de bloedafname moet er tijdens hetzelfde consult antenatale anti-D profylaxe gegeven worden. Let op: neem eerst bloed af en dien pas daarna anti-D toe.

Het is goed om de RhD-bloedgroep van het kind te weten, zodat indien nodig ook nog extra anti-D kan worden gegeven bij de daarvoor opgestelde indicaties tijdens de zwangerschap, en uiteraard ook post partum.

Naar boven

Wat doe ik als een RhD-negatieve vrouw in week 22 van de zwangerschap een trauma heeft opgelopen?

Anti-D geven. Het verdient aanbeveling eerst de mate van foetomaternale transmissie (FMT) te objectiveren met de Kleihauer-Betke test (zie de NVOG-richtlijn ‘Erytrocytenimmunisatie en zwangerschap’).

Naar boven

Moet er anti-D worden toegediend bij een uitwendige versie als iemand in week 30 al antenatale anti-D heeft gehad?

Ja, dien bij een RhD-positief kind 1000 IE toe (zie ook website NVOG).
Indien het kind RhD-negatief is, hoeft uiteraard geen anti-D te worden toegediend.

Naar boven

Wat is de procedure bij miskramen?

Dien 375 IE anti-D toe na curettage en na een miskraam bij een zwangerschapsduur langer dan 10 weken. Dien 1000 IE anti-D toe bij een partus immaturus, abortus provocatus of zwangerschapsbeëindiging na 20 weken.
Meld toediening, dosis, datum en reden aan RIVM-DVP.

Naar boven

Hoeveel anti-D moet ik geven in week 30 bij een meerlingzwangerschap?

Ook bij een meerlingzwangerschap volstaat 1 dosis anti-D. Er is geen reden om aan te nemen dat de dosis tijdens de zwangerschap te kort zou schieten. Na de bevalling is er wel een hogere kans op een grote foetomaternale transfusie (FMT). Daarom worden na de bevalling bij de geboorte van twee RhD-positieve kinderen twee ampullen anti-D toegediend.

Naar boven

Is een foetale RhD-typering nodig als de partner ook RhD-negatief is?

Het komt voor dat de zwangere vrouw een foetale RhD-typering weigert omdat de vader bloedgroep RhD-negatief heeft. Informeer in dit geval de zwangere vrouw over de risico's. Het komt regelmatig voor dat iemand zich vergist in de bloedgroep. Ook kan in zeldzame gevallen (<0.5%) de RhD-bloedgroep serologisch als RhD-negatief vastgesteld zijn, terwijl op de erytrocyten wel zwakke expressie van het RhD-antigeen aanwezig is. Het kind kan dit RhD-antigeen erven van de vader en vervolgens de moeder immuniseren.
De foetale RhD-typering is accurater dan de serologische bepaling van het RhD-antigeen, omdat de foetale RhD-typering met het celvrij DNA ook de aanwezigheid van een RhD-antigeen met een zwakke expressie correct kan vaststellen. Adviseer daarom altijd een foetale RhD-typering, maar geef aan dat de vrouw vrij is in haar keuze.

Naar boven

Hoe specifiek is de foetale RhD-typering? Kan het gevonden DNA ook nog van een vorig kind zijn?

De foetale RhD-typering wordt verricht met gebruikmaking van celvrij DNA dat aanwezig is in bloedplasma van de zwangere vrouw. Het celvrije DNA is afkomstig van de placenta en betreft dus altijd de huidige zwangerschap. Foetale bloedcellen kunnen wel afkomstig zijn van een vorige zwangerschap. In validatieonderzoek bleek dat de foetale RhD-typering geen last had van “oude” foetale cellen.

Naar boven

Hoe kun je de bloedgroep van het kind bepalen in bloed van de moeder als er maar bij zo weinig vrouwen een foetomaternale transfusie (FMT) aantoonbaar is?

Bepaling wordt verricht op celvrij DNA van het kind dat bij iedere zwangerschap vanaf week 5 in minimale hoeveelheden in het plasma van de moeder aanwezig is. Het DNA is niet afkomstig uit foetale bloedcellen maar van de placenta, namelijk van de syncytiotrofoblast. De aanwezigheid van celvrij DNA is dus onafhankelijk van FMT.

Naar boven

Hoe weet je zeker dat er foetaal DNA aanwezig is in het bloed van de moeder?

Op dit moment is er geen eenvoudige en kosteneffectieve controle op aanwezigheid van foetaal DNA in moederlijk bloed mogelijk. De validatiestudie heeft aangetoond dat de hoeveelheid foetaal celvrij DNA in moederlijk bloed in het derde trimester voldoende is om de test uit te voeren. Bij het screenen van een gezonde populatie is een zeer geringe foutmarge geaccepteerd. Uit de validatiestudie is gebleken dat er goede overeenstemming is tussen de foetale RhD-typering met celvrij DNA uit moederlijk bloed en de navelstrengbloedbepaling.

Als de foetale RhD-typering in het eerste trimester plaatsvindt bij vrouwen bij wie IEA zijn aangetoond, wordt er wel gecontroleerd op de aanwezigheid van foetaal DNA. De controletest bestaat uit het zoeken naar vaderlijke kenmerken in het bloed van de moeder. Het gaat in dit geval om een diagnostische bepaling en niet om een bepaling in het kader van het bevolkingsonderzoek PSIE. De foetale RhD-typering wordt dan uitgevoerd om vast te stellen of intensieve monitoring en behandeling nodig is.

Naar boven

Waarom is het 30e week bloedonderzoek op IEA sinds 1 juli 2011 verschoven naar week 27?

RhD-negatieve zwangeren krijgen vanaf 1 juli 2011 alleen anti-D toegediend in week 30 indien zij zwanger zijn van een RhD-positief kind, zoals vastgesteld met behulp van een foetale RhD-typering. Het regulier verloskundig consult voorafgaand aan week 30 vindt plaats in week 27. Om het aantal bloedafnames te beperken is besloten om de bloedafname voor de foetale RhD-typering en de IEA-bepaling te combineren in week 27. De bloedafname voor de IEA-bepaling bij Rhc-negatieve zwangeren vindt ook plaats in week 27.
Overigens mag de IEA-bepaling niet plaatsvinden vóór week 27.

Naar boven

Hoeveel kost anti-D?

Het RIVM-DVP koopt anti-D centraal in en distribueert dit kosteloos naar de verloskundig zorgverleners. In gebieden waar het DVP niet levert, zoals de Waddeneilanden, geldt een maximale vergoeding van 53 euro voor een ampul anti-D van 1000 IE. Deze vergoeding wordt alleen verstrekt indien daarover afspraken gemaakt zijn met het DVP.

Naar boven

Waar wordt anti-D van gemaakt?

Anti-D is een bloedproduct dat afkomstig is van gesensibiliseerde RhD-negatieve donors. Zij hebben dus RhD-antistoffen, oftewel anti-D in het bloed. Donors worden regelmatig opnieuw gesensibiliseerd om de concentratie van anti-D in het bloed te verhogen. Het plasma van deze donors wordt gedurende een periode verzameld en gepooled, waarna het anti-D uit het plasma gezuiverd wordt.

Naar boven

Waardoor veroorzaakt de toegediende anti-D geen hemolyse bij het ongeboren kind?

Een gesensibiliseerde moeder maakt inderdaad hetzelfde anti-D. Maar de dosis die zwangere vrouwen in week 30 krijgen toegediend is te laag om het kind te schaden. Zwangere vrouwen krijgen een dosis anti-D toegediend die voldoende is om gedurende een langere tijd in het bloed van de moeder circulerende RhD-positieve erytrocyten van het kind weg te vangen.

Naar boven


Navelstrengbloedbepaling

Wanneer moet ik een navelstrengbloedbepaling laten verrichten?

Lokale laboratoria bepalen direct na de geboorte de RhD-bloedgroep van het kind in het navelstrengbloed in de volgende situaties:

  • bij een ontbrekende uitslag van de foetale RhD-typering (bel eventueel eerst Sanquin Diagnostiek of er echt geen uitslag is: 020 - 512 33 73).
  • bij de geboorte van meerlingen met een positieve foetale RhD-typering. Uit de foetale RhD-typering is niet op te maken hoeveel van de kinderen RhD-positief zijn. Indien twee kinderen RhD-positief zijn, krijgt de moeder twee doses anti-D toegediend. Het beleid bij de geboorte van drie of meer RhD-positieve kinderen hangt af van de uitslag van de Kleihauertest. Voor indicaties en doseringen zie ook de 'Richtlijn Erytrocytenimmunisatie en zwangerschap'.
  • in bepaalde uitzonderingssituaties zoals bij zeldzaam voorkomende genetische variatie. Dit gebeurt op geleide van de uitslag van Sanquin.

In verband met de vergoeding én het monitoren van de toediening van anti-D, is het volgende belangrijk:

  • Het laboratorium stuurt de uitslag van de navelstrengbloedbepaling binnen een week naar het RIVM-DVP. Vermeld naast de standaardgegevens: datum bloedafname en geboortedatum kind.
  • De verloskundig zorgverlener meldt toediening (of weigering) van anti-D binnen een week aan het RIVM-DVP met behulp van het volledig ingevulde anti-D-toedieningsformulier.

Voor formulieren en afnamematerialen.

Naar boven

Waarom moet het lab de uitslagen van de navelstrengbloedbepaling doorgeven aan RIVM-DVP?

Om te kunnen monitoren of (voldoende) anti-D is toegediend aan de moeder, moet het RIVM-DVP de uitslagen van de navelstrengbloedbepaling weten. Het RIVM-DVP betaalt de laboratoria voor de uitslagen van de navelstrengbloedbepaling. Geen uitslag, geen vergoeding. Het laboratorium stuurt daarom de uitslag van de navelstrengbloedbepaling binnen een week naar RIVM-DVP. Vermeld naast de standaardgegevens: datum bloedafname en geboortedatum kind. Voor formulieren en afnamematerialen.

Naar boven

Waarom voerde Sanquin Diagnostiek tussen 1 juli 2011 en 31 december 2012 de navelstrengbloedbepaling centraal uit?

Op 1 juli 2011 is de foetale RhD-typering ingevoerd. De routinematige navelstrengbloedbepaling zou daarmee op termijn kunnen vervallen. Het RIVM heeft TNO de opdracht gegeven de invoering van de foetale RhD-typering te evalueren. Het evaluatieonderzoek vond plaats bij de pasgeborenen van alle RhD-negatieve zwangeren die gedurende het eerste jaar na invoering van de foetale RhD-typering zijn bevallen. Sanquin Diagnostiek heeft gedurende de pilotfase zowel de foetale RhD-typering als de navelstrengbloedbepalingen uitgevoerd. Op deze manier was zeker gesteld dat alle resultaten van zowel de foetale RhD-typering als de navelstrengbloedbepaling beschikbaar waren en uniform waren bepaald.
Eind 2012 concludeerde TNO dat de nieuw ingevoerde DNA-techniek - inclusief de landelijke invoering daarvan – betrouwbaar genoeg is om de sinds jaren uitgevoerde navelstrengbloedbepaling te kunnen laten vervallen. De minister heeft besloten dat de routinematige navelstrengbloedbepaling per 1 januari 2013 kon vervallen. Alleen in uitzonderingsgevallen blijft deze bestaan.

Naar boven


Rhesus (c)

Wat is het verschil tussen RhC (hoofdletter C) en Rhc (kleine letter c)?

RhC en Rhc zijn elkaars tegenhangers in dit Rhesusbloedgroepensysteem. Het gaat bij RhC en Rhc om twee verschillende structuren op de membraan van de rode cel.

Naar boven

Wat betekent de uitslag RhCC?

Er zijn verschillende uitslagen mogelijk die u van uw laboratorium kunt krijgen met betrekking tot de typering van Rhesus c:

  • Rh(c): negatief of positief
  • Rhesus CC of RhCC: dit betekent dat mevrouw Rhc-negatief is
  • Rhesus Cc of RhCc: dit betekent dat mevrouw Rhc-positief is
  • Rhesus cc of Rhcc: dit betekent dat mevrouw Rhc-positief is

Naar boven

Kan anti-c worden toegediend om de vorming van c-IEA te voorkomen?

Theoretisch is het mogelijk. Maar c-IEA worden veel minder frequent gevormd door zwangere vrouwen dan D-IEA. Om die reden is het niet kosteneffectief om anti-c-immunoglobuline te produceren.

Naar boven

Moet vader ook gescreend worden als c-IEA zijn gevonden?

Ja, voor het vervolgbeleid is het van belang om te onderzoeken of vader homo- of heterozygoot is voor het Rhc-antigeen. Als c-IEA zijn gevonden zal Sanquin Diagnostiek vragen om bloed van vader in te sturen.

Naar boven

Wordt de Rhesus (c)-bepaling door lokale laboratoria ook vergoed?

Ja, volgens de geldende NZA-tarieven.

Naar boven


Overige vragen

Is er een ondergrens (in weken) voor het eerste bloedonderzoek?

Nee, zodra een vrouw weet dat ze zwanger is, mag het bloed voor het eerste bloedonderzoek worden afgenomen. Dit is ook voor de bepaling van IEA geen probleem. Als er bij het eerste bloedonderzoek IEA worden gevonden, had de zwangere deze al voor de zwangerschap. Zo vroeg in de zwangerschap ontstaan namelijk geen IEA.

Naar boven

Waarom voert Sanquin Diagnostiek het 27e weeks onderzoek bij RhD- en Rhc-negatieve zwangeren uit?

Hier zijn meerdere redenen voor.

  1. De screening bij 27 weken is erop gericht om antistofvorming tijdens de zwangerschap tijdig op te sporen. Het grote voordeel van de uitvoering van de test bij Sanquin Diagnostiek is, dat monsters die positief zijn voor IEA niet meer doorgestuurd hoeven te worden voor de ADCC-test. Deze bepaling vindt namelijk alleen bij Sanquin Diagnostiek plaats. Hierdoor is een snelle uitslag naar de verloskundig zorgverlener mogelijk, met zo nodig, snelle verwijzing naar de tweede en derde lijn. Ook zijn er voordelen in efficiency, uniformiteit van titratie en het sneller leveren van een uitslag.
  2. Op dit moment moeten de 27e week bloedmonsters van RhD-negatieve zwangeren naar Sanquin Diagnostiek omdat dit het enige laboratorium in Nederland is dat de foetale RhD-bepaling uitvoert in het kader van het PSIE-programma. Omwille van eenduidigheid voor het veld is er voor gekozen om alle 27e weeks bloedonderzoeken, ook die van de Rhc-negatieve zwangeren, door Sanquin Diagnostiek te laten verrichten.
  3. Een bijkomende reden is de elektronische aanlevering van gegevens door Sanquin Diagnostiek aan het RIVM-DVP, waardoor de volledigheid van gegevens beter is gegarandeerd en het screeningsproces zo goed gevolgd kan worden. De aanlevering van gegevens door lokale laboratoria, en daarmee de volledigheid van gegevens bij het RIVM-DVP, is niet optimaal.

Naar boven

Kan het lokale laboratorium ook de uitslag van de IEA-typering krijgen?

Sanquin Diagnostiek stuurt de uitslag óók aan het inzendende laboratorium als de aanvragend verloskundig zorgverlener op het formulier vermeldt dat er een kopie aan het inzendende lokale laboratorium gestuurd moet worden. Anders gaat de uitslag alleen naar de inzendende verloskundig zorgverlener.

Naar boven

Hoeveel procent van de vrouwen is zowel Rhc- als RhD-negatief?

De combinatie Rhc-negatief én RhD-negatief komt zeer zelden voor. In het zeldzame geval dat een zwangere zowel Rhc- als RhD-negatief is, dient u op het Sanquin Diagnostiek aanvraagformulier 27 zowel – onderzoek bij RhD-negatieve zwangere als - onderzoek bij Rhc-negatieve zwangere aan te kruisen.

Naar boven

Waarom worden Kell-negatieve vrouwen bij 27 weken zwangerschap niet op K-IEA gescreend?

De belangrijkste reden is dat K-IEA bijna altijd al vroeg in de zwangerschap worden ontdekt, dus bij het eerste bloedonderzoek. In de OPZI-studie is in twee jaar in heel Nederland geen enkel geval van ernstige ziekte door laat gevormde K-antistoffen ontdekt. Ook buitenlandse onderzoeken vinden geen aanwijzingen voor het nut van extra screening van K-negatieve vrouwen. Daarmee verschillen K-IEA van D-IEA en c-IEA. D- en c-IEA kunnen ook nog laat in de zwangerschap ontstaan of pas later in de zwangerschap aantoonbaar worden als gevolg van nieuwe prikkeling van het immuunsysteem en ook bij late vorming toch ernstige hemolytische ziekte veroorzaken. Om die reden is het belangrijk laat in de zwangerschap nogmaals te screenen op D-IEA en c-IEA.

Een andere reden voor het niet screenen van Kell-negatieve zwangeren is dat de kans dat een K-negatieve zwangere een K-positief kind krijgt, veel kleiner is dan bij RhD-of Rhc-negatieve zwangeren, dus er een veel kleinere kans op late vorming van K-IEA, omdat dit maar een klein deel van de zwangere vrouwen betreft. Overigens worden bij RhD-negatieve vrouwen en bij Rhc-negatieve vrouwen eventueel laat gevormde K-IEA met de test ook opgespoord.

Naar boven

Casus: geen IEA bij tweede zwangerschap, wel bij eerste zwangerschap.

Casus: bij de 1e zwangerschap zijn IEA gevonden. Bij de 2e zwangerschap vindt het lokale laboratorium geen IEA. Hoe kun je weten dat er dan toch problemen kunnen ontstaan in de zwangerschap?
Je bent hierbij afhankelijk van de anamnese door de verloskundig zorgverlener en de instructies die de zwangere vrouw ooit heeft gehad toen zij een antistofkaartje uitgereikt gekregen heeft. Als een verloskundig zorgverlener weet dat een vrouw in de vorige zwangerschap IEA had, terwijl de screening nu negatief uitvalt, dan moet de IEA-screening herhaald worden. Het kan immers zo zijn dat een antistof die een risico geeft op hemolytische ziekte van de foetus en pasgeborene door de prikkeling van het immuunsysteem tijdens de huidige zwangerschap weer snel toeneemt in concentratie en dan hemolytische ziekte van de foetus en pasgeborene veroorzaakt. Het advies is om in deze gevallen contact op te nemen met Sanquin Diagnostiek of BIBO voor een herhalingsadvies van de screening.

Naar boven

Hoe vaak moet de ADCC-test herhaald worden?

Dit is afhankelijk van de duur van de zwangerschap en van de ADCC-uitslag en titer. Vóór week 30 is de frequentie van herhaalonderzoek lager dan na week 30. Sanquin Diagnostiek of BIBO informeert de verloskundig zorgverlener over de procedure.

Naar boven

Wat betekent een uitslag “zwak-positief”?

Nauwelijks aantoonbare antistoftiter. Er is een lage hoeveelheid antistoffen aanwezig. Toch moet je deze uitslag interpreteren als “positief”. Vervolgonderzoek blijft nodig.
Een lage titer wil zeggen dat er een lage concentratie antistoffen aanwezig is. Bij een hoge titer zijn er veel antistoffen aanwezig. Bijvoorbeeld bij een titer van 1:2 zijn er minder antistoffen aanwezig dan bij een titer van 1:128.

Naar boven

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu