Besmetting

Campylobacter komt voor bij heel veel diersoorten. Kippen zijn berucht, maar ook veel andere boerderijdieren en huisdieren als hond, kat en fret kunnen geïnfecteerd worden. Dieren met diarree kunnen de bacterie in grote hoeveelheden met de ontlasting uitscheiden, alhoewel dieren de bacterie ook bij zich kunnen hebben en uitscheiden zonder zelf ziek te zijn. Infectie bij mens en dier vindt plaats door opname van bacteriën via de mond. Daarbij is slechts een hele kleine hoeveelheid bacteriën al voldoende om iemand ziek te maken.

De bacteriën zijn op vele verschillende manieren over te dragen. De belangrijkste besmettingsbron is onvoldoende verhit voedsel en dan vooral kippenvlees (doordat het vlees onvoldoende verhit is óf doordat bij de voedselbereiding kruiscontaminatie optreedt. Een druppeltje vocht uit besmet kippenvlees is voldoende om bijvoorbeeld een salade te besmetten, als de ingrediënten daarvoor op dezelfde snijplank gesneden worden als het besmette vlees).

Het drinken van rauwe melk heeft recent een uitbraak van campylobacteriose onder schoolkinderen veroorzaakt (zie Infectieziektenbulletin, jaargang 16 nummer 09 2005, pagina 324-326) . Ook via contact (aaien) met dieren kan de bacterie overgedragen worden. Aangezien er een piek van Campylobacter-infecties gezien wordt in de zomer, denkt men dat ook vliegen de bacterie over kunnen dragen; als zij over besmette ontlasting kruipen kan de bacterie aan de pootjes blijven kleven en kunnen ze daarna gemakkelijk ons voedsel besmetten.

Home / Onderwerpen / C / Campylobacter / Besmetting

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu