Van Chlamydia Screening naar NECCST

De Chlamydia Screening

Tussen 2008 en 2011 heeft de Chlamydia Screening Implementatie plaatsgevonden. Deze ‘try-out’ Chlamydia Screening is uitgevoerd door de GGD in drie regio’s. Via een persoonlijke brief zijn ruim 300.000 jongeren tussen de 16 en 29 jaar oud uit Amsterdam, Rotterdam en Zuid-Limburg uitgenodigd. Deze jongeren werden gevraagd of ze zich wilden laten testen op chlamydia door een thuisafname monster op te sturen en een vragenlijst in te vullen. De thuis afgenomen urine of vaginale swab werd getest op een chlamydia-infectie. De Chlamydia Screening betrof een jaarlijks herhaalde uitnodiging voor screening waarbij jongeren, indien nog geen 30 jaar en wonende in één van de drie regio’s, maximaal vier keer werden uitgenodigd om zich te laten testen op een chlamydia-infectie. 

Doel van de Chlamydia Screening: Evaluatie van het effect van landelijke screening

Een Chlamydia-infectie is een veelvoorkomende seksueel overdraagbare aandoening die vaak zonder klachten verloopt. Door het invoeren van een landelijke chlamydia screening kunnen meer chlamydia-infecties opgespoord en behandeld worden. Hierdoor wordt de overdracht van chlamydia tussen personen verminderd en daalt mogelijk het vóórkomen van chlamydia in Nederland. De Chlamydia Screening werd uitgevoerd om te onderzoeken of de invoering van een landelijke chlamydia screening uitvoerbaar, acceptabel en effectief is. Het RIVM voerde het evaluatie onderzoek uit.

Lage deelname aan de Chlamydia Screening

Het aantal jongeren dat meedeed aan de screening was lager dan verwacht en dit nam jaarlijks af. Zo deed in de eerste ronde 16% van de uitgenodigden mee, en in de derde en vierde ronde nog maar 9%. Er deden meer vrouwen mee dan mannen, 17% van de vrouwen tegenover 8% van de mannen. Ondanks de lage deelname zijn er in totaal toch bijna 85.000 chlamydiatests uitgevoerd.

Onvoldoende daling van chlamydia door de Chlamydia Screening

Van de 85.000 personen bij wie een chlamydia test is uitgevoerd waren er 3.500 positief (4%). In het eerste jaar had 4,2% van de deelnemers een Chlamydia-infectie en dit daalde in het derde jaar naar 3,5%. Chlamydia-infecties bleken vaker voor te komen bij jongeren onder de 20 jaar oud en bij vrouwen. Ook kwam chlamydia vaker voor onder mensen van Surinaamse, Antilliaanse of Sub-Sahara Afrikaanse afkomst. Door de Chlamydia Screening zijn naar schatting twee keer zoveel jongeren getest op chlamydia en werden er 25% meer chlamydia-infecties gevonden dan zonder de screening. Ondanks dat er meer jongeren zijn getest op chlamydia en er een daling te zien was van het aantal chlamydia infecties in eerste jaar naar het derde jaar, bleek uit voorspellende (wiskundige) berekeningen dat in de toekomst het vóórkomen van chlamydia-infecties maar licht zou dalen. Dit komt vooral door de lage deelname aan de chlamydia screening. 

Geen landelijke Chlamydia Screening

Omdat de effectiviteit van de Chlamydia Screening in Amsterdam, Rotterdam en Zuid-Limburg niet voldoende was, is besloten om geen landelijke screening in te voeren. 

Complicaties van chlamydia

Een chlamydia-infectie zelf is meestal niet zo erg, maar de mogelijke gevolgen op de lange termijn wel. Een chlamydia-infectie kan bij vrouwen een ontsteking aan de eileiders veroorzaken, waardoor schade aan de eileiders kan ontstaan. Dit kan ervoor zorgen dat de vruchtbaarheid vermindert of dat er een buitenbaarmoederlijke zwangerschap optreedt. In plaats van het screenen van alle vrouwen, is het mogelijk efficiënter om screening vooral te richten op de vrouwen met een hoog risico op nadelige gevolgen. Het is daarom van belang om meer inzicht te krijgen in de kenmerken van vrouwen die een grote kans hebben op deze nadelige gevolgen van chlamydia. 

De start van de Nederlandse Chlamydia Cohort STudie

Op dit moment is het onduidelijk hoe vaak aandoeningen als een eileiderontsteking, een buitenbaarmoederlijke zwangerschap en verminderde vruchtbaarheid vóórkomen na een chlamydia-infectie. Dit komt omdat er nog weinig onderzoeken zijn gedaan waarin vrouwen over langere tijd werden gevolgd totdat deze aandoeningen optreden. Er zijn wel kortere onderzoeken gedaan waarmee risico’s op deze aandoeningen met wiskundige berekeningen zijn geschat. Deze schattingen verschillen alleen sterk. Zo lopen bijvoorbeeld de risicoschattingen uiteen van 0,5% tot 10% (en soms nog hoger) voor een eileiderontsteking na een chlamydia-infectie. Daarnaast is er tot nu toe weinig bekend over de kenmerken van vrouwen die een grotere kans hebben op het ontwikkelen van deze aandoeningen. Om meer inzicht te krijgen in het vóórkomen van lange termijn gevolgen van chlamydia bij vrouwen start het RIVM met de Nederlandse Chlamydia Cohort Studie (NECCST). Tijdens NECCST gaan we onderzoeken hoe groot de kans is op het krijgen van een eileiderontsteking, verminderde vruchtbaarheid en een buitenbaarmoederlijke zwangerschap bij vrouwen die ooit een chlamydia-infectie hebben gehad en bij vrouwen die nooit een chlamydia-infectie hebben gehad. Daarnaast gaan we kijken welke kenmerken, bijvoorbeeld erfelijke kenmerken en gedragskenmerken, het risico op deze aandoeningen vergroten. 

 

 

 

 

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu