Geschiedenis

De Doetinchem Cohort Studie is in 1987 gestart als onderdeel van het Peilstationproject Hart en Vaatziekten, een grootschalige peiling van de risicofactoren voor hart- en vaatziekten onder volwassenen in Nederland.

In een periode van 5 jaar werden in Doetinchem 12.500 personen gemeten. Een deel daarvan werd daarna uitgenodigd voor deelname aan het zogenaamde MORGEN-project: Monitoring Risicofactoren van Gezondheid in Nederland, waarin tevens volwassenen uit Amsterdam en Maastricht werden onderzocht. In het MORGEN-project werd het blikveld van de studie verbreed: naast hart- en vaatziekten en de klassieke risicofactoren (waaronder voeding),  kwam er ook aandacht voor diabetes, kanker, astma en COPD (testen van de longfunctie), migraine, klachten van het bewegingsapparaat en kwaliteit van leven.

De goede lokale infrastructuur in Doetinchem en de hoge respons van de deelnemers vormen een basis om de Doetinchem Cohort Studie te continueren. Het blikveld wordt daarbij nog verder verbreed met een test voor cognitief functioneren en maatschappelijke participatie. Met de 5e ronde wordt een verouderingscohort verkregen waarmee een groot deel van de levensloop van mensen in beeld komt. Zo kan worden onderzocht wat de invloed van de verschillende kenmerken van levensfases op de gezondheid van de oude dag is.

Beknopt overzicht van de meetrondes van de Doetinchem Cohort Studie

Ronde

1

2

3

4

5

Naam

Peilstations-project

MORGEN

Doetinchem Cohort Studie

 

 

Jaren

1987-1991

1993-1997

1998-2002

2003-2007

2008-2012

Leeftijd

20-59 jaar

26-65 jaar

31-70 jaar

36-75 jaar

41-80 jaar

Aantal deelnemers

12.500

7.300

4.900

4.500

 

Respons

62%

79%

75%

78%

 

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu