U bevindt zich op: Home Onderwerpen D Downscreening Hoe verloopt de screening? Vervolgonderzoek

Vervolgonderzoek

Downscreening

Heeft u volgens de combinatietest een ‘verhoogde kans’ dat uw kind downsyndroom heeft? Dan kunt u kiezen voor vervolgonderzoek om zekerheid te krijgen. U kunt kiezen voor deelname aan de NIPT-studie, een vlokkentest (tussen 11 en 14 weken zwangerschap) of een vruchtwaterpunctie (na 15 weken zwangerschap). Soms wordt een uitgebreide echo gedaan.

NIPT

NIPT staat voor Niet-Invasieve Prenatale Test: deze nieuwe bloedtest maakt gebruik van een techniek waarbij het bloed van de moeder wordt gebruikt om het DNA van de foetus te onderzoeken. De NIPT maakt het mogelijk te laten zien of er bij het ongeboren kind een extra exemplaar aanwezig is van chromosoom 21 (downsyndroom), 18 (edwardssyndroom) of 13 (patausyndroom).

Het voordeel van de NIPT is dat u niet het risico loopt een miskraam te krijgen. Daar staat tegenover dat de NIPT geen 100% zekerheid geeft. Bij een niet-afwijkende uitslag wordt een vervolgonderzoek niet geadviseerd: de kans is dan erg klein dat het kind toch een aandoening heeft. Bij een afwijkende uitslag is een vlokkentest of vruchtwaterpunctie nog wel nodig als u zekerheid wilt of overweegt de zwangerschap af te breken. Het kan namelijk zijn dat het kind toch geen aandoening heeft.

Vlokkentest of vruchtwaterpunctie

VervolgonderzoekBij een vlokkentest wordt een stukje weefsel van de moederkoek weggenomen en onderzocht. Bij een vruchtwaterpunctie wordt vruchtwater afgenomen en onderzocht. Bij beide onderzoeken bestaat een kleine kans op een miskraam. Dit komt voor bij ongeveer 3 tot 5 van de 1.000 onderzoeken.

Kijk voor meer informatie over de vlokkentest of de vruchtwaterpunctie op www.prenatalescreening.nl.

Direct kiezen voor vervolgonderzoek

U kunt alleen direct kiezen voor vervolgonderzoek als u daarvoor een medische indicatie hebt. Overleg hierover met uw verloskundig zorgverlener.

Wel of geen vervolgonderzoek?

U bepaalt zelf of u een vervolgonderzoek laat uitvoeren. Wat weegt u af? U kunt daarbij denken aan de volgende vragen:

  • Als uit het vervolgonderzoek blijkt dat uw kind een aandoening heeft, hoe bereidt u zich hierop voor?
  • Hoe kijkt u aan tegen het leven met een kind met downsyndroom, patausyndroom of edwardssyndroom?
  • Hoe kijkt u aan tegen het eventueel voortijdig beëindigen van een zwangerschap bij een kind met een aandoening?
  • Hoe kijkt u aan tegen een vlokkentest of vruchtwaterpunctie, waarbij een kans bestaat op een miskraam?

Wat als uw kind downsyndroom heeft?

Uit het vervolgonderzoek kan blijken dat u in verwachting bent van een kind met downsyndroom, patausyndroom of edwardssyndroom. Het is ook mogelijk dat u in verwachting bent van een kind met een andere chromosoomafwijking. Dat kan u voor moeilijke keuzes plaatsen. Praat erover met uw partner en met uw verloskundige, huisarts of gynaecoloog. Als u besluit om uw zwangerschap voortijdig te beëindigen, kan dat tot 24 weken zwangerschap. Als u besluit uw zwangerschap uit te dragen, wordt u daarbij begeleid door uw verloskundig hulpverlener.

Service

Service

Waarmerk drempelvrij.nl Webrichtlijnen; klik voor een reactie.